Het rapport ‘Beloningsverschillen’. Het is stil aan de overkant.

8 juli 2010



Op 11 december 2008 heeft de toenmalig staatssecretaris van Defensie, drs. J.G. de Vries, uit handen van de voorzitter van de FVNO|MHB, Luitenant-generaal bd H.A. Couzy, het rapport ‘Beloningsverschillen’ ontvangen.

Het rapport ‘Beloningsverschillen’ was een initiatief van de Vereniging voor Middelbaar en Hoger Burgerpersoneel bij Defensie (VMHB, aangesloten bij de FVNO|MHB) en betreft een analyse van de mogelijke oorzaken van de verschillen in beloningen tussen het burgerpersoneel, werkzaam bij Defensie ten opzichte van militairen en ten opzichte van de overige rijksambtenaren. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen oorzaken die voortvloeien uit de in het verleden overeengekomen arbeidsvoorwaardenakkoorden, het organisatie- en formatiemanagement en het personeels- en beloningsmanagement.

Bij de in ontvangst name van het rapport gaf de staatssecretaris te kennen ingenomen te zijn met het initiatief en de deugdelijke analyse van de VMHB. Ook gaf hij aan ingenomen te zijn met de aandacht van de FVNO|MHB voor het burgerpersoneel werkzaam bij Defensie. De staatssecretaris gaf te kennen het rapport aandachtig te zullen te bestuderen en met een reactie te komen.

Nadat door bestuursleden van de FVNO|MHB meerdere malen informeel bij Defensie werd geïnformeerd naar de toegezegde reactie op het rapport, waarop telkens weer werd aangegeven dat de toegezegde reactie zou volgen, bleef het stil. Dat was voor de FVNO|MHB reden om op 22 februari jl. de staatssecretaris formeel te vragen naar de reden van het uitblijven van zijn reactie en naar de termijn waarop zijn reactie (alsnog) tegemoet kon worden gezien. Groot was de verbazing van het bestuur van de FVNO|MHB om te moeten constateren dat zelfs op dit formele schrijven geen antwoord volgde.

Na het aftreden van drs. J.G. de Vries als staatssecretaris van Defensie heeft het bestuur van de FVNO|MHB op 14 juni jl. de minister van Defensie een brief gestuurd en hem daarin verzocht met een reactie te komen op het rapport ‘Beloningsverschillen’. Tot op heden is ook hierop nog geen antwoord ontvangen.