Rapport Beloningsverschillen: Eindelijk een reactie

Na veelvuldig aandringen heeft de FVNO│MHB eindelijk een reactie mogen ontvangen op het Rapport Beloningsverschillen dat in november 2008 is aangeboden aan de Staatssecretaris van Defensie. Als een van de laatste werkzaamheden in functie heeft voormalig Minister van Defensie van Middelkoop de FVNO│MHB zijn appreciatie van het rapport doen toekomen.

In zijn reactie stelt de Minister dat beloning weliswaar een essentieel onderdeel is van aantrekkelijk werkgeverschap, maar niet het belangrijkste element. Naast beloning zijn andere aspecten van aantrekkelijk werkgeverschap van belang. De Minister noemt hierbij: een goede balans tussen werk en privé, de inzet op flexibiliteit en maatwerk waar mogelijk en de aandacht voor persoonlijke ontwikkeling.

De Minister geeft aan dat het sinds de invoering van het sectormodel in 1993 voor de diverse sectoren mogelijk is eigen keuzes te maken op het gebied van arbeidsvoorwaarden en personeelsbeleid. Het is hierdoor dat er tussen de sectoren verschillen zijn ontstaan. De Minister stelt dat ook de sociale partners binnen de sector Defensie, de Minister als werkgever en de FVNO│MHB als één van de centrales aan werknemerszijde, hierin eigen keuzes hebben gemaakt.

In zijn antwoord erkent de Minister dat bij een salarisvergelijking sec het salaris van de burgermedewerker van Defensie negatief afwijkt van dat van de Rijksambtenaar. De Minister is echter van mening dat bij een goede vergelijking ook de overige arbeidsvoorwaarden en instrumenten van personeelsbeleid in ogenschouw moeten worden genomen en in de vergelijking bovendien de gehele sector Defensie, inclusief militairen, moet worden bezien. Daarnaast stelt de Minister dat hij een beloningsverschil pas als problematisch beschouwt als er situaties zijn waarbij het niet mogelijk is voldoende of voldoende gekwalificeerd personeel aan te trekken of te behouden.

Aangezien de beloningsverschillen ten opzichte van concurrerende sectoren zijn ontstaan aan de tafel met de sociale partners, is dat ook de plaats waar deze verschillen kunnen worden gewijzigd. De Minister geeft dan ook aan dat hij bereid is hierover van gedachten te wisselen tijdens de arbeidsvoorwaardenonderhandelingen, indien de FVNO│MHB aangeeft hierover te willen spreken.

De FVNO│MHB is teleurgesteld in het antwoord van de Minister. De Minister erkent dat het salaris van de burgermedewerker van Defensie negatief afwijkt. Ook heeft de Minister gelijk wanneer hij stelt dat de beloningsverschillen ten opzichte van de concurrerende sectoren zijn ontstaan aan de overlegtafel tussen de sociale partners. De FVNO│MHB is echter teleurgesteld vanwege het feit dat de Minister het rapport uit zijn context trekt door te stellen dat in de vergelijking de gehele sector Defensie, inclusief militairen, moet worden bezien. Dit, aangezien de achterstand van de militairen ten opzichte van de Rijksambtenaren minder groot is dan de achterstand van de burgermedewerker van Defensie ten opzichte van de Rijksambtenaren. Hiermee bagatelliseert de Minister de in het rapport geduide problematiek. Het had de Minister gesierd wanneer hij, op basis van zijn eigen appreciatie, had gesteld dat het niet alleen de burgermedewerkers van Defensie zijn, waarvan de beloningen negatief afwijken van de beloningen van de Rijksambtenaar.

De FVNO│MHB is ronduit geschokt over het feit dat de voormalig Minister stelt dat hij een beloningsverschil pas als problematisch beschouwt als er situaties zijn waarbij het niet mogelijk is voldoende of voldoende gekwalificeerd personeel aan te trekken of te behouden. Het is dit antwoord dat een verbijsterend inzicht geeft in het inlevingsvermogen van deze voormalig Minister in de (werk)beleving van zijn personeel: nihil!

Klik hier voor het complete antwoord van de voormalig Minister van Defensie.