Wel of geen veteranenstatus voor toekomstige deelname aan Operatie Enduring Freedom?

Op 19 december 2011 heeft de Eerste Kamer, na een debat met de indieners en de minister van Defensie, unaniem ingestemd met de Veteranenwet. Nu rest slechts nog de publicatie in het Staatsblad, waarna een uniek wetsvoorstel tot wet zal worden gepromoveerd.
Hiermee lijkt het voor de veteranen allemaal goed te zijn geregeld.
Lijkt ……… want in het debat werd door de minister van Defensie op een vraag van een senator een antwoord gegeven dat de indruk wekt dat in de nabije toekomst de militairen die worden uitgezonden in het kader van de Operatie Enduring Freedom niet langer de veteranenstatus zullen krijgen.

De minister gaf namelijk aan dat (militaire) inzet op basis van artikel 97 van de Grondwet geen recht geeft op de veteranenstatus. Dit in tegenstelling tot inzet op basis van artikel 100 van de Grondwet. Deze laatste inzet betreft, volgens de minister, vredesmissies en andere missies waaraan de veteranenstatus is verbonden.

Aangezien Operatie Enduring Freedom (ook) geen inzet betreft op basis van artikel 100 van de Grondwet, maar een inzet op basis van artikel 97 van de Grondwet, zou bovengenoemde opmerking van de minister inhouden dat, na inwerkingtreding van de veteranenwet, de toekomstige deelnemers aan Operatie Enduring Freedom  niet de veteranenstatus zullen krijgen.
Dit is voor de CMHF-sector Defensie aanleiding geweest om op 10 januari 2012 in de Werkgroep Post-actieven (WG PA) opheldering te vragen over de opmerking van de minister en aan te dringen op het behoud van de veteranenstatus voor de toekomstige deelnemers aan Operatie enduring Freedom.




In een brief aan de Tweede Kamer schrijven de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie: ‘Bij de Nederlandse bijdrage aan operatie Enduring Freedom is de verdedigingstaak aan de orde, de eerste doelomschrijving van artikel 97 van de Grondwet. Dit vloeit voort uit de toepassing van artikel 51 van het VN-Handvest en het van kracht verklaren van artikel 5 van het Verdrag van Washington.
De Nederlandse bijdrage aan het optreden van de internationale coalitie valt niet onder artikel 96 van de Grondwet. Er is immers geen sprake van een in-oorlog-verklaring op grond van artikel 96.
Evenmin valt het optreden onder de tweede doelomschrijving van artikel 97 van de Grondwet, inzet van de krijgsmacht ten behoeve van de handhaving en bevordering van de internationale rechtsorde. Daarmee is tevens artikel 100 van de Grondwet niet van toepassing, evenmin als het Toetsingskader 2001.’
(Tweede Kamer, vergaderjaar 2003–2004, 27 925, nr. 146)