UKW, FPU en Lenteakkoord

26 mei 2012

Gevolgen van het Lenteakkoord voor de pensioenen
Naar aanleiding van de recente plannen in het Lenteakkoord waarin de AOW-leeftijd al vanaf 2013 stapsgewijs wordt verhoogd, bereiken ons vragen over het gat in inkomen dat zou kunnen ontstaan als de einddatum van de UKW-uitkering en het FPU niet aansluiten bij de startdatum van de AOW-uitkering en misschien ook wel het ouderdomspensioen. De gedachte is dat de UKW en het FPU stoppen op 65 jaar en de gedachte is vervolgens dat de startdatum van het ouderdomspensioen zal meestijgen met de AOW-leeftijd.
 
Militairen UGM
In de huidige UGM-wet is vastgelegd dat de UKW-uitkering eindigt met ingang van de dag dat het ouderdomspensioen ingaat. De einddatum van de UKW-uitkering is dus flexibel en beweegt mee met de ingangsdatum van het ouderdomspensioen. De UKW-uitkering kent geen relatie met de AOW-datum.
 
Burgerambtenaren FPU
De einddatum FPU ligt in het FPU-reglement op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin betrokkene 65 jaar wordt. Het ouderdomspensioen voor de FPU-er start ook op die datum. Hier dus wel een vaste datum onafhankelijk van de ingangsdatum AOW-uitkering en ouderdoms-pensioen.
 
SBK voor militaire en burgerambtenaren
In het SBK 2004 ligt in de militaire wachtgeldregeling de einddatum van de wachtgelduitkering op de dag van 65 jaar worden. In de wachtgeldregeling voor burgerambtenaren ligt de einddatum voor de uitkering op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin de burgerambtenaar 65 jaar wordt.
In het SBK 2012 is reeds rekening gehouden met de stijgende AOW- en pensioendatum. De einddatum van de bovenwettelijke WW-uitkering is flexibel en loopt tot de dan geldende pensioengerechtigde leeftijd.
 
Gevolgen Lenteakkoord
Het zou zo maar kunnen zijn dat pensioenfondsen de ingangsdatum ouderdomspensioen gelijk op laten lopen met die van de AOW-uitkering. Dat is een logische stap omdat in de structuur van de oudedagsvoorziening AOW-uitkering en ouderdomspensioen altijd als twee-eenheid zijn bedoeld, zowel in de opbouw- als in de afbraakfase. Bovendien verkeren veel pensioenfondsen in financiële nood en ophoging van de pensioenleeftijd geeft lucht in de vorm van een stijgende dekkingsgraad.
 
Voor de militair die nu een UKW-uitkering ontvangt of in de nabije toekomst gaat ontvangen, lijkt er  o.b.v. de huidige regelgeving alleen een probleem in de vorm van een gedeeltelijk inkomensgat te ontstaan als alleen de AOW-ingangsdatum stijgt. Stijgt ook de pensioenleeftijd mee dan lijkt er geen financieel probleem te ontstaan. Een gevolg van een stijgende AOW- en pensioenleeftijd zou wel kunnen zijn dat er financieringsproblemen bij Defensie ontstaan en dat de UKW-ontslagleeftijd weer op de rol komt te staan van de arbeidsvoorwaardenonderhandelingen.
 
Voor de burger met FPU-rechten ontstaat er o.b.v. de huidige regelgeving bij doorvoering van de Lenteakkoord afspraken wel een inkomensgat, of in een gemis aan alleen AOW, dan wel AOW plus ouderdomspensioen.
 
In het SBK 2004 ontstaat door de vaste einddatum van de wachtgelduitkering een inkomensgat, of alleen door gemis aan AOW of door gemis aan AOW én ouderdomspensioen.
In het SBK 2012 ontstaat door de ingebouwde flexibiliteit van de einddatum van de bovenwettelijke WW-uitkering geen inkomensgat, behalve wanneer de pensioendatum later komt te liggen dan de AOW-datum. Maar dat is niet aannemelijk.
 
Wat nu?
Ook de politiek ziet in dat mensen die nu reeds in een ontslag- of vroegpensioenregeling zitten, te maken krijgen met een inkomensgat als de AOW-leeftijd wordt opgetrokken. Men is bezig met een overgangsregeling voor deze groep. Nog onduidelijk is hoe die eruit komt te zien. Wat het Lenteakkoord al wel vermeldt is dat sociale uitkeringen (WAO/WIA, WW) aan zullen sluiten op een latere AOW-datum. Verder worden er enkele overgangsmaatregelen genoemd, maar die zijn nog onduidelijk en weinig substantieel geformuleerd.
Wat de ophoging van de pensioenleeftijd betreft; bij het ABP gaat de Pensioenkamer (niet het ABP-bestuur), over het ambitieniveau van de ABP pensioenregeling. De Pensioenkamer bestaande uit vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers in de overheidssector, moet nog beslissingen nemen over wijzigingen in het ABP-ouderdomspensioen. En daarvoor is weer duidelijkheid nodig over de uitwerking en het overgangsrecht van de Lenteakkoord maatregelen. Pensioenfondsen zullen geen maatregelen nemen voordat de Lenteakkoord afspraken ook technisch zijn uitonderhandeld en in wetgeving vastliggen.
Voor de militair geldt een verplichte UKW-ontslagleeftijd en een verplichte pensioenleeftijd. Hij kan niet kiezen om eerder of later de dienst te verlaten.
De burgerambtenaar die vlak voor het FPU staat is aan te raden nog even te wachten met die aanvraag, totdat duidelijk is hoe het overgangsrecht en de maatregelen van de Pensioenkamer eruit gaan zien.
 
Standpunt FVNO|MHB
Vanwege de ernstige dekkingsproblemen bij het ABP heeft de FVNO|MHB altijd een stapsgewijze eerdere AOW- en pensioenleeftijdverhoging voorgestaan. Maar dan niet te starten in 2013, maar in 2015 met 2 maanden per jaar. Dat heeft vnl. te maken met de pensioenpositie van de burgerambtenaar. Enerzijds om niet mensen vlak voor hun pensioen te overvallen met paniekverhalen, anderzijds om de bovenbedoelde problemen met de FPU (burgers) te voorkomen. Het  zou het goed zijn met de pensioenleeftijdverhoging aan te sluiten bij het ABP Keuze Pensioen (AKP) dat geldt voor deelnemers geboren ná 1949, die geen FPU-rechten meer hebben. Voor deze deelnemers geldt een flexibele ingangsdatum voor het ouderdomspensioen tussen 60 en 70 jaar. Verhoging van AOW- en pensioendatum sluit daar veel beter bij aan.


Klik hier voor een e-mail met uw vragen of opmerkingen.