Nationale Ombudsman vraagt premier Rutte om inlossing ‘Ereschuld’

Middels een brief heeft de Nationale ombudsman, de heer Brenninkmeijer, op 22 september jl. een appèl gedaan op minister-president  Rutte persoonlijk, om op korte termijn de schadeloosstelling voor gewonde veteranen, waaronder PTSS-gevallen te regelen.
 
De ombudsman schrijft in deze brief ‘Minister Hillen heeft mij na zijn aantreden verzekerd dat in het kader van de voorjaarsnota 2011 financiering zou worden gevonden. Dat is niet gebeurd. Ook in de huidige begroting zijn geen gelden opgenomen voor deze veteranen’. Ook schrijft de ombudsman ‘Ik stel u de vraag of Nederland wel behoorlijk handelt door deze kwestie van kabinet naar kabinet en van begroting naar begroting te slepen en door die besluiteloosheid de kwestie op deze wijze uiteindelijk afschuift naar de rechter. Dat zou in mijn ogen voor het kabinet de eer te na moeten zijn’.
 
 
Ereschuld
In 2010 is door bemiddeling van de Nationale ombudsman een principeakkoord tussen de militaire vakbonden, waaronder de FVNO|MHB, en het ministerie van Defensie tot stand gekomen. Er werden concrete uitgangspunten vastgesteld voor een aanvullende bestuursrechtelijke regeling voor deze zogenaamde ‘oude gevallen ’. Het gaat hier om een groep veteranen die als gevolg van een uitzending van vóór 1 juli 2007 beschadigd zijn teruggekomen. Na vaststelling van hun verwonding en toekenning van een Militair Invaliditeits Pensioen (MIP) konden zij niet afdoende schadeloos gesteld worden. Nu ruim een jaar en drie maanden later is er echter nog niets gebeurd.
 
Veteranen van missies van latere datum hebben wel een afdoende regeling voor de vergoeding van restschade.
 

Reactie ministerie van Defensie
De FVNO|MHB heeft kennis genomen van de reactie van het ministerie van Defensie dat de schadeloosstelling nog dit jaar wordt gerealiseerd. De FVNO|MHB ziet erop toe dat het dossier ‘Ereschuld’ na vele jaren eindelijk fatsoenlijk wordt afgehandeld. De ereschuld betreft in de ogen van de FVNO|MHB een verantwoordelijkheid voor het gehele kabinet. Zij zijn immers degenen die verantwoordelijk zijn voor de inzet van militairen en dragen daarmee verantwoordelijkheid voor eventuele blijvende en geestelijke schade.