Home
Nieuws
Over de FVNO|MHB
Arbeidsvoorwaardenakkoord
FAQ SBK 2012
Bezuinigingen bij Defensie
Georganiseerd Overleg
Georganiseerd Overleg Defensie
Sectie Georganiseerd Overleg
De FVNO|MHB vertegenwoordigers
De Overlegfora
Overleg agenda van het Georganiseerd Overleg voor 2012
Uit het Georganiseerd Overleg
Dossiers
Veteranen
Pensioenen en UGM
CAO 2010-2013
Flexibel Personeelssysteem
FAQ FPS
Overgangsbeleid FPS
Nieuwe AMAR wijzigingen goedgekeurd
AMAR wijzigingen goedgekeurd
Personeelsrapport FPS
Invoering FPS per 1-1-2008
FVNO overhandigt FPS-voorstellen aan staatssecretaris
Leeftijdsfasebewust personeelsbeleid
Burgerpersoneel bij Defensie
Buitenlandtoelage
WIA
Archief: Dossiers
Medezeggenschap
ProDef BULLETIN
OPINIE
Evenementen
Ledenvoordeel
Archief: FVNO|MHB
Links
Nieuwe AMAR wijzigingen goedgekeurd
Op 18 november jl. in het voorlopig laatste Sector Overleg Defensie (SOD) van 2010, hebben Defensie en de Centrales van Overheidspersoneel wederom overeenstemming bereikt over de door te voeren wijzigingen in het Algemeen Militair Ambtenarenreglement (AMAR) om het Flexibel Personeelssysteem (FPS) ten uitvoer te kunnen brengen.
Wederom, aangezien Defensie en de Centrales op 19 maart 2010 ook al overeenstemming hadden bereikt.
De wijzigingen, zoals overeengekomen op 19 maart konden echter niet de goedkeuring wegdragen van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB).
De CGB oordeelde dat Defensie leeftijd als reden voor ontslag zou gaan gebruiken. Een vorm van discriminatie en daarom niet toegestaan.
In de maanden volgende op deze uitspraak hebben Defensie en de Centrales gezocht naar een rechtvaardige, niet discriminerende rechtsgrond om personeel te kunnen laten afvloeien, gebaseerd op de gewenste leeftijdsgrenzen. Defensie heeft hierop besloten om een individuele beoordeling in te voegen. Een beoordeling op basis waarvan besloten wordt of een militair in aanmerking komt voor bevordering (soldaten en korporaals, alsmede militairen met een vergelijkbare rang) of doorstroom naar een fase drie aanstelling (onderofficieren en officieren). Alvorens hierover formeel een akkoord af te geven hebben de Centrales aangegeven ook dit voorstel eerst te willen laten toetsen door de CGB. Aangezien een procedure bij de CGB lange tijd in beslag neemt en Defensie de wijzigingen van het AMAR op korte termijn wenst door te voeren, heeft Defensie besloten af te stappen van de leeftijdsgrenzen en te kiezen voor looptijden in rang. Hiermee zijn de leeftijdsgrenzen echter niet geheel uit beeld verdwenen.
Looptijd in rang.
In de wijziging van het AMAR is met betrekking tot officieren het navolgende bepaald:
- Voor officieren in de rang van luitenant ter zee der 2
e
klasse Oudste Categorie of kapitein bedraagt de maximum looptijd in rang 9 jaren.
- Aan officieren [zoals hierboven genoemd] wordt uiterlijk drie jaar voor het verstrijken van de periode van de maximum looptijd in rang, een besluit genomen over zijn mogelijkheden tot doorstroom naar fase drie.
- Bij ministeriële regeling kunnen voor specifieke functiegroepen nadere regels worden gesteld over een afwijkende maximale looptijd in rang. Daarbij wordt rekening gehouden met de noodzaak van een zo goed en tijdig mogelijke bezetting van alle functies binnen die functiegroep in samenhang met de arbeidsmarktpositie van de militairen, behorende tot de aan te wijzen functiegroep.
- Een besluit tot doorstroom naar fase drie wordt genomen op basis van een drietal criteria:
o de beschikbare functies;
o het aantal militairen dat een bepaalde rang mag bekleden;
o de geschiktheid van de militair voor functievervulling in fase drie.
Met betrekking tot de invulling van de afwijkende maximale looptijd in rang voor specifieke functiegroepen dient Defensie nog tot overeenstemming te komen met de Centrales.
Ontslag op basis van het bereiken van de vastgestelde looptijd in rang is dus alleen van toepassing voor militairen met een fase één en een fase twee aanstelling. Militairen met een fase drie aanstelling worden hier dus niet mee geconfronteerd!
Daarnaast hebben de Centrales afgedwongen dat er voorafgaande aan een besluit tot ontslag een toetsing plaats vindt om te bezien of de militair tijdens zijn/haar diensttijd daadwerkelijk in staat is geweest om zich te kwalificeren voor het gewenste niveau op de arbeidsmarkt. Hierbij worden zowel de inspanningen van Defensie, als ook de inspanningen van de militair beoordeeld. Indien blijkt dat de militair niet de kans heeft gehad om zich te kwalificeren voor de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld door opeenvolgende uitzendingen, zal de betreffende militair niet worden ontslagen maar de kans krijgen om zich alsnog te kwalificeren, tenzij blijkt dat de militair geen inspanningen heeft getoond.
Invoering.
Nu er overeenstemming is tussen Defensie en de Centrales kan het voorstel worden aangeboden aan de Ministerraad en aansluitend aan Hare Majesteit de Koningin. Hoewel hier enige tijd overheen zal gaan, is de verwachting dat de wijzigingen op
1 februari 2011
kunnen worden geeffectueerd.
Voor personeel dat op het moment van effectuering van de wijzigingen de vastgestelde looptijd in een rang reeds overschrijdt of binnen twee jaar (soldaten en korporaals, alsmede militairen met een vergelijkbare rang), dan wel drie jaar (onderofficieren en officieren) gaat overschrijden komt er overgangsbeleid.
Opmerkelijk.
Ondanks dat er nu overeenstemming bestaat over de door te voeren wijzigingen van het AMAR, waarbij looptijd in rang is opgenomen als ontslaggrond, heeft Defensie de Centrales te kennen gegeven de procedure bij de CGB, ter beoordeling van voorgestelde wijzigingen op basis van leeftijd, door te zetten.
Defensie heeft hiervoor als reden opgegeven dat de uitkomst hiervan mogelijk in de toekomst nog van waarde kan zijn.
De FVNO│MHB vraagt zich af of Defensie hier de boodschap afgeeft dat in de toekomst leeftijd wellicht gebruikt gaat worden om een tweede ontslagmoment in te voeren. De FVNO|MHB zal dit dan ook kritisch blijven volgen.