Het pensioenakkoord alsnog gered

Na een laatste overleg van minister Kamp met sociale partners op 13 september en na het kamerdebat van 15 september, waarin de minister nog enige toezeggingen deed om het pensioenakkoord te redden, zijn er op de volgende punten nog afspraken gemaakt.

1. De risicoverdeling tussen werkgevers en werknemers bij fondstekorten. De werkgevers hebben zich alsnog bereid verklaard bij onderdekking hun verantwoordelijkheid te nemen door bijstorting of door premieverhoging. Dit was ook voor de FVNO|MHB een belangrijke voorwaarde voor het ‘ja, tenzij’ standpunt. De andere kant van de solidariteitsmedaille is dan dat bij overdekking door de werkgever geld kan worden onttrokken aan het fonds of dat de premie wordt verlaagd. Afspraken over hoe precies om te gaan met bijstorting en onttrekking en in welke omvang moeten nog worden gemaakt. De bedoeling is dat de ontwikkeling van de pensioenregeling een vast onderdeel wordt van de agenda van het arbeidsvoorwaardenoverleg. Waar nu het pensioenfondsbestuur nog de premie en indexatie vaststelt, zal dat in de toekomst gebeuren aan de CAO-tafel. De pensioenregeling wordt aldus een vast onderdeel van de arbeidsvoorwaardenonderhandelingen. CAO-partijen en niet het ABP-bestuur, bepalen dan onder welke omstandigheden in financieel goede en slechte tijden de premie kan worden aangepast.
 
2. Een eerlijke verdeling van baten en lasten tussen de generaties. Een andere voorwaarde waar de FVNO|MHB op wees was de prudentie die in acht moet worden genomen bij de aanname van toekomstige rendementen. Zo kunnen te rooskleurige percentages de financiële fundamenten onder het fonds weg slaan door een te lage premie te heffen of door te snel te gaan indexeren. Gevolg daarvan kan zijn dat de aanwezige gelden voornamelijk worden gebruikt voor de huidige oudere generaties, terwijl de jongeren het nakijken hebben. De minister heeft onder aandrang van de Kamer nog eens gesteld dat hij ervoor zal zorgen dat de solidariteit tussen generaties zal worden vastgelegd in de nieuwe Pensioenwet, zodat ook de huidige jongeren een pensioen krijgen dat voldoet aan de gewekte verwachtingen.

Op dit punt bestaat ook nog de onduidelijkheid omtrent de reeds opgebouwde ‘onvoorwaardelijke’ pensioenaanspraken die worden opgenomen in het nieuwe ‘voorwaardelijke’ contract. De minister heeft twee onderzoeken aangekondigd om de juridische mogelijkheden en de financieel-economische effecten te onderzoeken van het collectief onderbrengen van reeds opgebouwde en nieuw op te bouwen pensioenaanspraken in één fonds.
 
3. Vanuit de FNV en de PvdA-fractie werd gehamerd op de mogelijkheden om toch eerder te kunnen stoppen met werken dan 66 of 67. De minister kwam met een drieledig antwoord:

• Er komt een nominale werkbonus voor de mensen die doorwerken tussen 61 en 65 jaar. De werkbonus bedraagt maximaal € 2.350,- per jaar. Bij doorwerken tot 65 jaar is het totaal maximaal € 9.400,-. Deze werkbonus gaat de huidige inkomens gerelateerde doorwerkbonus en de hoge arbeidskorting voor de oudere werknemer vervangen. Omdat er momenteel een inkomens gerelateerde doorwerkbonus bestaat, komt er op aandrang van MHP een overgangsmaatregel voor de midden- en hogere inkomens die de inkomensachteruitgang beperkt.
 
• De levensloopregeling blijft bestaan voor alle mensen die daar nu al gebruik van maken en op 31 december 2011 minimaal € 3.000,- hebben ingelegd. Deze mensen kunnen na 1 januari 2012 echter geen premie meer storten. Het opgebouwde tegoed kan wel worden gebruikt voor vroegpensioendoeleinden. Deelnemers die geen € 3.000,- hebben ingelegd op 31 december 2011, kunnen het tegoed in 2012 opnemen of het geld fiscaal onbelast doorstorten naar de vitaliteitsspaarregeling.
 
• Er komt een vitaliteitsspaarregeling ter vervanging van de spaarloon- en de levensloopregeling voor alle werknemers en ook alle zzp-ers. Het wordt een spaarregeling in de Inkomstenbelasting tot maximaal € 20.000,- op basis van de omkeerregel (geen belasting over de inleg, ook niet over het tegoed in box 3, wel belasting over de uitkering). Na tussentijdse opname kan opnieuw worden aangevuld tot € 20.000,-.De regeling kent geen geclausuleerde spaardoelen, met uitzondering van de regel dat vanaf het jaar dat de deelnemer op 1 januari 62 jaar is, er per jaar niet meer dan € 10.000,- kan worden uitgenomen. De regeling dient als vrij opneembare aanvulling op het inkomen bij opname voorafgaand aan de AOW-gerechtigde leeftijd, bij bijv. deeltijdpensioen, maar ook bij eerder stoppen met werken. Het geld moet uiterlijk voor de AOW-leeftijd te worden opgenomen.
NB: De spaarloonregeling was 100% belastingvrij; de inleg, de opbouw en ook de uitbetaling. Maar die regeling gaat dus per 1 januari 2012 aan zijn eigen succes ten onder.
 
Met deze maatregelen is niet het hele gat van 6,5% per jaar minder AOW bij eerdere pensionering gedicht, maar volgens de minister wel grotendeels.
 
Nadat CNV en MHP al veel eerder hadden ingestemd, is gisteravond ook de FNV Federatieraad akkoord gegaan. Het pensioenakkoord lijkt rond en de uitvoering kan ter hand worden genomen. De planning is de onderzoeken af te ronden in februari 2012. Daarna volgt een hoofdlijnennotitie met pensioentechnische zaken (o.a. het wettelijk toezichtskader door De Nederlandse Bank) in het voorjaar 2012. De verwachting is dat in de loop van 2013 een concreet wetsvoorstel aan de Tweede Kamer kan worden aangeboden. Dat zou dan betekenen dat het nieuwe voorwaardelijke pensioensysteem op z’n vroegst medio 2013 of waarschijnlijker, per 1 januari 2014 in werking treedt.
 
Een afgestemd pensioenakkoord betekent overigens helemaal niet dat nu alles in kannen en kruiken is. Integendeel, het pensioenakkoord is een raamakkoord op hoofdlijnen. De komende jaren zal het akkoord technisch worden ingevuld. The devil is in the detail, dat zal nog veel gekrakeel met zich meebrengen. Daarnaast zijn veel keuzes op de sectorale CAO-tafels gelegd. Daar zullen de gevechten over het ambitieniveau van de regeling, de hoogte van de premie en de mate van indexatie plaatsvinden. Bij een afnemend economisch perspectief en nog veel tegenstand vanuit de kant van werknemers en gepensioneerden verplaatst het pensioengevecht zich, maar het zal de komende jaren onverminderd doorgaan.