Personeelsrapport FPS

12 maart 2008

Vorige week heeft de Staatssecretaris het eerste personeelsrapport over defensie naar de Tweedekamer gestuurd. Dit eerste rapport geeft de huidige toestand van de personele sterkte aan en koppelt dat aan de invoering, en hopelijk resultaten, van het FPS. Al eerder, begin oktober 2007, stuurde zijn voorganger een zogeheten nul-meeting op die als referentie kan dienen van dit rapport.

Hoewel de cijfers nog niet bemoedigend zijn, er is nog een tekort van zo'n 6.500 militairen, is zo'n rapportage toch te prijzen. Ten eerste is het de enige manier om het probleem te bewaken en ten tweede zou het opnieuw een teken kunnen zijn dat defensie zichzelf aan het openen is. Dat daarbij in de cijfers nog een aantal hele vreemde getallen zitten moet daarbij als een inschakelverschijnsel worden beschouwd. Hoewel het natuurlijk wel vermakelijk is om te lezen dat de gemiddelde verblijfsduur van manschappen bij de luchtmacht in 3 maanden kan stijgen met anderhalf jaar. Dan heb je iets uit te leggen. Zo blijkt er tussen twee tabellen ook een verschil te zitten van 7.800 militairen. Ongetwijfeld een definitie of een ICT probleempje.

Uit de cijfers is nog niet veel te concluderen en daarom is de begeleidende brief van de staatssecretaris enigzins overhaast. Hoewel de economie altijd een rol speelt in personeelswerving en behoud is dat nog niet eenduidig te concluderen. Ook de uitzendruk lijkt niet direct in aanmerking te komen als dominante oorzaak. Er zijn, bij nadere analyse, ook aanwijzingen dat de rampzalige communicatie rondom FPS enkele jaren geleden en de groeiende bureaucratie een belangrijke reden zijn voor de tekorten. De vreemde turbulentie van wervingsgegevens is mogelijk ook verklaarbaar aan de organisatorisch onrust, of misschien wanorde, in de wervingsketen. Ook hier zijn aanwijzingen dat centralisatie negatieve effecten heeft.

Toch is de FVNO/MHB tevreden met dit soort brieven, het kan de defensieorganisatie helpen om de echte oorzaken te vinden en effectief beleid te bedenken.