FVNO|MHB is op voorhand niet tegen een nieuwe missie in Afghanistan

De FVNO|MHB ondersteunt het kabinetsvoorstel voor een nieuwe Nederlandse missie in Afghanistan, vanuit het oogpunt van internationale en bondgenootschappelijke solidariteit. Defensie, als uitvoeringsinstrument van het Nederlandse buitenlands beleid, kan in Afghanistan een relevante bijdrage leveren om het geschonden vertrouwen in Nederland als partner in de strijd tegen het internationale terrorisme, weer te herstellen.
 
Wel plaatst de FVNO|MHB kritische kanttekeningen bij het besluit zoals dat nu voorligt.
Allereerst het doel van de missie: Welke parameters zijn er gesteld om na afloop van de missie de resultaten aan af te meten? Het zijn immers de bereikte resultaten die achteraf dienen als verantwoording voor de benodigde persoonlijke, materiële en financiële inspanningen, naar de ingezette militairen en politiefunctionarissen, het thuisfront en de Nederlandse belastingbetaler.
 
De FVNO|MHB is van mening dat de gekozen invulling, deels onder de vleugels van de Europese Unie (EUPOL), deels onder de vleugels van de NAVO (ISAF), overkomt als een politieke manoeuvre, om iedereen - in ieder geval D66 en Groen Links, wellicht ook PvdA - tevreden te stellen en zo een (grote) Kamermeerderheid te creëren. Een invulling die de duidelijkheid over de missie voor de in te zetten militairen en politiefunctionarissen niet groter maakt. Beter ware geweest, de focus te leggen op één van beiden.
 
Ten tweede dient er sprake te zijn van een robuust mandaat. De operationele ervaringen, opgedaan tijdens de verschillende missies gedurende de afgelopen 20 jaar, hebben één ding geleerd: het is de situatie ter plaatse die dicteert hoe de Nederlandse militairen zich hebben op te stellen, willen zij de opgedragen taken kunnen uitvoeren. De Nederlandse militaire commandant ter plaatse moet én de middelen én de bevoegdheid én de geoefendheid hebben om passend te escaleren wanneer de situatie daar om vraagt. Hieruit volgt tevens de kanttekening dat uit het besluit niet valt op te maken hoe de politiefunctionarissen zullen worden ingebed. Niet alleen tijdens de missie, maar ook in het voor- en nazorg traject.
 
Daarnaast is het essentieel dat er sprake is van een eerlijke voorstelling van zaken. Het (uit politieke overwegingen) afschilderen van deze missie als een 'trainingsmissie in een relatief rustig gebied van Afghanistan' is niet in het voordeel van de uit te zenden militairen en agenten, aangezien de veiligheidssituatie in Kunduz er door verdringingseffecten niet beter op is geworden.
Ook is het voor de uitgezonden militairen en agenten goed wanneer de missie in Nederland kan rekenen op brede steun. Iets wat momenteel zeker (nog) niet het geval is. Hoewel de FVNO|MHB van mening is dat dit de regering er niet van moet weerhouden om een missiebesluit te nemen – immers grotere belangen spelen een rol dan de gevoelde veiligheid in de eigen wijk - , is een eerlijke voorstelling van zaken voor aanvang van deze missie noodzakelijk om het vertrouwen in een dergelijk zwaar beladen regeringsbesluit te doen toenemen.
 
Als laatste is daar nog de financiering. De kosten van de missie worden, volgens het besluit, verhaald op het HGIS budget, dus niet ten laste van de defensiebegroting. Maar wat wanneer de eerste inschattingen te laag zijn ‘ingeschat’, zoals standaard is gebleken bij de recente missies? Te laag om geen nieuwe politieke hobbels op te werpen? En is hierbij rekening gehouden met de vervangingskosten van het materieel dat verslijt of onbruikbaar wordt of de kosten van het weer gebruik gereed maken van het materieel nadat de missie is beëindigd? Komen deze kosten wederom grotendeels ten laste van het defensiebudget, zoals nu ook het geval is bij de aanvullende kosten van de inzet in Uruzgan? Kosten die nu (grotendeels) worden verhaald op het defensiepersoneel in de vorm van massa ontslagen en versobering van arbeidsvoorwaarden.
 
Het besluit dient nog in de Tweede Kamer te worden besproken. De FVNO│MHB kijkt dan ook met interesse uit naar het debat en de daaraan voorafgaande hoorzitting, welke beide op korte termijn plaats zullen vinden, om te vernemen of bovenstaande kanttekeningen aan de orde komen én op constructieve wijze worden ingevuld.
 

 
Het besluit:
Het besluit van de Regering behelst in totaal een Nederlandse bijdrage van 545 personen voor de duur van 3 jaar:
-      225 personen (Politie-, Marechaussee- en Militaire trainers, alsmede 5 justitiële experts) t.b.v. de daadwerkelijke training van de Afghaanse politie en Justitie. Deze trainers worden in het inzetgebied beschermd door Duitse eenheden.
-      Voor de medische, logistieke en stafondersteuning van de trainers worden 125 Nederlandse militairen in het gebied gestationeerd.
-      De vier F-16’s, inbegrepen de 120 militairen ondersteuning, die nu reeds in Zuid-Afghanistan aanwezig zijn zullen in de nabijheid van Kunduz worden gestationeerd.
-      Daarnaast zijn reeds 70 militairen werkzaam op verschillende hoofdkwartieren in Afghanistan.