Nr. 8 | december 2017

Nr. 8 | december 2017

Vergelijken met een niet bestaande medewerker

 

Op 24 november jl. heb ik namens u allen een handtekening mogen zetten onder het arbeidsvoorwaardenakkoord. Uit de ledenraadpleging is gebleken dat 80% van de leden kon instemmen met het resultaat. Een mooi percentage, echter 20% tegen is niet iets dat je zomaar kunt wegpoetsen en daar zullen we aandacht aan moeten besteden.  

 

Tijdens de ledenraadplegingen bleek dat er nog steeds sprake is van wantrouwen. Regelmatig was te horen: ‘Dat kunt u wel zeggen, maar ik geloof u niet’. Dit laatste komt omdat werkgever en bonden niet altijd met één mond spreken en er zo verwarring ontstaat. Maar het komt óók omdat voornamelijk oudere militairen vraagtekens plaatsen bij de rekentool, het nieuwe diensteindestelsel en/of de gevolgen van het nieuwe pensioenstelsel. U hoort mij niet zeggen dat de rekentool perfect is maar in grote lijnen kloppen de (financiële) antwoorden wel. Als iemand geen gebruik maakt van de overgangsregeling en besluit door te werken dan heeft dit aanzienlijk positieve financiële gevolgen voor de hoogte van het ouderdomspensioen. Daar staat echter ook tegenover dat u langer moet doorwerken en op de dan geldende AOW-leeftijd pas met pensioen gaat. Het betreft in deze dus geen nepinformatie.


Wat ik wel bestempel als nepnieuws is het onlangs naar de Tweede Kamer gestuurde rapport ‘Wat verdient een overheids- of onderwijswerknemer ten opzichte van de marksector’. In het rapport is aangegeven dat burgermedewerkers bij Defensie minder verdienen dan de best vergelijkbare werknemers in de marktsector. Deze conclusie sluit aan bij rapport dat door de voormalige Vereniging voor Middelbaar en Hoger Burgerpersoneel (VMHB) is gepresenteerd. In het rapport staat voor wat betreft militairen dat de arbeidsomstandigheden van militairen per definitie anders zijn dan die van met hen vergelijkbare werknemers in de marktsector. Er zijn ook geen functies in de marktsector die inhoudelijk overeenkomen met die van militair. Ook hier een terechte conclusie die ik kan delen. Echter, toch komen de onderzoekers van Binnenlandse zaken tot de conclusie dat de militair meer verdient dan de niet bestaande vergelijkbare werknemer in de marktsector!

 

In het rapport valt te lezen dat onbetaalde overuren niet worden meegenomen. Een terechte constatering, al werken er bij Defensie wel heel veel mensen structureel onbetaald over. Wat volgens mij wel had moeten worden meegenomen, is dat tijdens operationele inzet overwerk en in het kielzog hiervan de Arbeidstijdenwet, worden afgekocht door middel van een toelage. Dat kan en mag niet bij de (niet bestaande) marktmedewerker. Door de afkoop daalt het uurloon bij operationele inzet in veel gevallen tot onder het minimumloon. Bij wet verboden, tenzij je bij Defensie werkt! Per 1 januari as. moet een werkgever minimaal het minimumloon betalen bij overuren.

 

Ik wens u allen fijne feestdagen en een mooi, gelukkig en vooral (financieel) gezond 2018.

GOV|MHB *** Wassenaarseweg 2 *** 2596 CH Den Haag *** T: 070 - 383 95 04 *** E: