De rekenrente en uw pensioenindexatie

Het kamerlid Martin van Rooijen verdedigt vandaag, woensdag 24 januari 2018, in de Tweede Kamer het 50Plus initiatief wetsvoorstel te komen tot een tijdelijke aanpassing van de rekenrente waarmee de toekomstige betalingsverplichtingen van pensioenfondsen moeten worden berekend.

 

Die door de toezichthouder DNB vastgestelde rekenrente is de oorzaak van het niet kunnen indexeren door pensioenfondsen. DNB stelt dat het huidige pensioensysteem is gebouwd op zekerheid en dat daarom de toekomstige betalingsverplichtingen moeten worden berekend op basis van een lage rekenrente die wordt gebruikt als discontovoet. Het gevolg daarvan is dat er nu veel geld in kas moet zijn om later over vele jaren die pensioenen met een grote zekerheid te kunnen uitbetalen. DNB stelt dat bij een hogere rekenrente er nu zal worden geïndexeerd waardoor er kans bestaat dat er later geen geld is om de pensioenen van de nu jongeren uit te kunnen betalen.

 

Korte versus lange termijn

Op zich is de voorzichtige DNB-visie een begrijpelijk standpunt waar de meesten van ons groot mee zijn geworden, maar er is vanuit pensioenoogpunt bekeken wel wat tegen in te brengen.

  1. Zo is de rekenrente die DNB vaststelt gebaseerd op een conjuncturele rente die Europees politiek wordt gemanipuleerd. De basis voor de rekenrente is nl. de EURIBOR die door de ECB al enkele jaren laag wordt gehouden zodat op gunstige voorwaarden investeringsgeld kan worden verschaft om zo de economie aan te jagen. De EURIBOR is een rente die door de ECB tijdelijk kan worden bepaald afwijkend van de marktrente, echter niet gedurende een lange periode die door pensioenfondsen wordt bestreken. Op een gegeven moment moet die rente terug naar het marktniveau om financieel-economische rampen te voorkomen. Wanneer dat gaat gebeuren en in welk tempo kan overigens niemand zeggen. Een pensioenfonds heeft dus baat bij een rekenrente/discontovoet die beter de financieel-economische toestand op de langere termijn weerspiegelt.
  2. Bovendien heeft ABP door deze wijze van rentevaststelling de afgelopen 10 jaar niet kunnen indexeren, waardoor het vermogen sterk is gestegen. Het ABP-vermogen eind 2008 lag op 173 miljard, begin 2018 was het vermogen gestegen tot 400 miljard. Tot 2008 was er geen indexatieachterstand. Intussen hebben we na die 10 jaar een samengestelde ABP-indexatieachterstand opgelopen van 13,50%. Iedere procent indexatie betekent een procent van het vermogen, dus het ABP-vermogen zou op 1 januari 2018 na 10 jaar volledige indexatie op 346 miljard hebben gelegen. Nog steeds een verdubbeling van het 2008 vermogen!

 

De Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij overheid en bedrijfsleven, de CMHF (GOV|MHB is lid van de CMHF) communiceert al jaren de wens te komen tot een stabielere discontovoet en evenwichtiger rekenregels rondom de pensioenfinanciering. Daardoor ontstaat minder gevoeligheid voor conjuncturele schommelingen en het rentebeleid van de centrale banken en ECB politiek. De enorme stijging van het ABP-vermogen in die jaren rechtvaardigt ook een andere wijze van kijken naar indexatie. We zijn wel heel voorzichtig!

 

Het initiatief wetsontwerp van 50Plus ziet op een tijdelijke verhoging van de rekenrente zodat we niet worden geconfronteerd met kortingen. Voor de duidelijkheid nogmaals: de pensioenen van actieven worden op dezelfde wijze geraakt als de pensioenen van gepensioneerden. Ook de opgebouwde pensioenen van de actieve werknemers zijn de laatste 10 jaar 13,50% in koopkracht achteruit gegaan. Komt voor deze groep nog eens bij dat de ABP pensioenopbouw is verlaagd in die 10 jaar zodat deelnemers voor hetzelfde pensioen jaren langer moeten werken. Je ziet het nu nog niet, je gaat het pas (veel) later voelen!

 

Wat wil de CMHF / GOV|MHB?
50Plus wil een tijdelijke verhoging van de rekenrente om eventuele kortingen de komende jaren voor te zijn. Dat is misschien een mooi begin van de discussie, maar de CMHF pleit voor een meer op structurele macro-economische wijze bezien van de rekenrente op de langere termijn, een wijze die beter past bij de zeer langlopende betalingsverplichtingen van een pensioenfonds. Op die manier ontstaat een stabieler financieel-economische omgeving waarin de rekenrente/discontovoet kan worden vastgesteld. Voorjaar 2018 wordt ook het geheel aan rekenregels dat de financiering van de Nederlandse pensioenfondsen betreft geëvalueerd (het zgn. FTK; Financieel Toetsings Kader). Dat gebeurt op dit moment en het biedt de CMHF een uitstekende mogelijkheid de hier besproken kwaliteiten van een macrostabiele discontovoet voor het voetlicht te brengen.

 

CMHF / GOV|MHB onderschrijft hiermee het persbericht van de VCP en FNV. Klik hier voor het persbericht.