GOV|MHB zwaar teleurgesteld in Kabinetsreactie op Motie-Van der Staaij

De GOV|MHB is zwaar teleurgesteld over de kabinetsreactie op de Motie-Van der Staaij.
Deze teleurstelling wordt ingegeven door het feit dat het kabinet wederom geen duidelijkheid verstrekt over het noodzakelijke ambitieniveau van de krijgsmacht in de komende jaren. Daar waar miljarden euro’s over de dijk klotsen ten behoeve van een nieuw belastingstelsel lukt het dit kabinet schijnbaar niet om overeenstemming te bereiken over de financiële invulling van de Motie-Van der Staaij. Defensie en haar personeel moeten het wederom doen met intenties en mooie woorden, ondanks de signalen van onder andere de Rekenkamer dat het Kabinet jarenlang een te zware wissel op Defensie heeft getrokken en Defensie hierdoor heeft uitgewoond.

 

Onlangs hebben zowel de PVDA als de VVD een motie ingediend waarin aan de regering wordt gevraagd waar aanvullende middelen nodig zijn om de bestaande ambities waar te maken, dan wel aan te geven waar de ambities omlaag gaan. Dit vanwege het gebrek aan inzetbaar materieel en een tekort aan personeel. Goede vragen van de regeringspartijen, maar deze zijn afgelopen weken al beantwoord met de Kamerbrieven over materiele knelpunten en de personeelsrapportage.

 

De GOV|MHB bespeurt een tendens dat, in plaats van in Defensie te investeren, er geld gevonden gaat worden door het verlagen van het ambitieniveau. Uit de Kamerbrieven over de verlenging van de missies blijkt dat het ambitiesniveau, in lijn met het bovenstaande, al naar beneden is bijgesteld. Vanwege materiele tekortkomingen en personele tekorten kunnen deze missies niet meer met eenzelfde ambitieniveau worden uitgevoerd.

 

Ondanks de ‘positieve’ signalen die nu worden uitgezonden wordt het defensiepersoneel wederom blij gemaakt met een dode mus. Het (uitgewoonde) ‘can do’ defensiepersoneel verwacht als tegenprestatie een ‘can do’ van dit kabinet. Tot op heden wordt hier echter nog steeds geen invulling aan gegeven en wordt ze weer aan het lijntje gehouden. Het wordt hoog tijd dat er daadwerkelijk invulling wordt gegeven aan de steeds weer genoemde ‘trendbreuk’. Van een trendbreuk is alleen sprake als dit leidt tot een meerjarig, Kamer breed gedragen, plan dat er uiteindelijk zorg voor draagt dat er weer sprake is van een gezonde defensieorganisatie. Een organisatie waarbij daadwerkelijk sprake is van een voor haar taak berekende krijgsmacht, met modern en innovatief materieel en die volledig gevuld is met goed opgeleid, getraind en gemotiveerd personeel.
Alleen dan is er toekomstperspectief voor Defensie en haar personeel én kan de jarenlange neerwaartse spiraal ten positieve worden gekeerd.