Her-activering van de dienstplicht, een (on)zinnig voorstel?

Het voorstel van Van Klaveren (VNL) wordt naar verwachting vandaag weggehoond in de Tweede Kamer, maar is dat terecht?

Het voortbestaan van de Nederlandse samenleving wordt bepaald door een aantal veiligheidsbelangen zoals deze door onze regering  zijn vastgelegd in bestaand beleid. 
Twee van deze belangen worden geraakt in de discussie over de her-activering van de dienstplicht.
Wij kennen allereerst het territoriale veiligheidsbelang. Op dit moment is de dreiging vanuit Rusland de belangrijkste territoriale dreiging. In het voorstel van Van Klaveren (VNL) wordt een dienstplicht van zes maanden voorgesteld. In zes maanden is het volgens de GOV|MHB echter onmogelijk om hieraan een wezenlijke bijdrage te leveren; immers het opleiden, trainen en vormen van mannen en vrouwen om een succesvolle rol te spelen op het moderne complexe gevechtsveld kost tijd, veel tijd! In tegendeel, het zal Defensie hinderen in het bereiken van zijn primaire doelstelling.
 
Wij kennen ook het sociaal politieke veiligheidsbelang. Meer specifiek: het Jihadisme, de radicalisering, de moord op van Gogh, de aanslag in Parijs zetten onze sociale en politieke veiligheid onder druk en stelt deze ter discussie.
Het boek van de Fransman Michel Houellebecq, Sousmission (onderwerping) beschrijft hoe het land van Liberté, Egalite en Fraternité uiteindelijk heel gelaten onder het juk van de sharia terechtkomt.
De Franse filosoof Finkielkraut schrijft: “Verandering is niet meer wat wij doen of waar wij naar streven, maar het overkomt ons”.
Daarom is het goed om met enige afstand naar de discussie in Nederland te kijken en hoe wij omgaan met de dreiging voor onze sociale en politieke veiligheid.
 
De discussie in Nederland wordt met name gevoerd over het verdedigen tegen de gevolgen van de genoemde ontwikkelingen. En dan nog specifiek over de hardware;  politie zwaardere wapens, uitbreiding van de Marechaussee, inzetten van delen van het leger.  Dat zijn verdedigende maatregelen, maar je pakt de dieper liggende oorzaak  niet aan.
Waar ligt die oorzaak? De oorzaak ligt in onze eigen maatschappij.
Wij moeten weer bewust worden van én emotie krijgen bij onze eigen waarden en normen. Onze rechten, zoals vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting,  recht op vereniging en vergadering, etc. Maar ook onze plichten, zoals de plicht om niet alleen te profiteren van je samenleving maar deze ook te moeten dienen.  Onze vrije, seculiere samenleving is niet gratis en mag dit ook niet zijn. Daar moeten wij iets voor over hebben. Uit het rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau blijkt dat heel veel goed gaat in Nederland. Het probleem ligt echter in de kloof tussen de verschillende culturen die gezamenlijk de Nederlandse samenleving vormen. Elkaar niet (willen) leren kennen en (willen) waarderen.
Op deze gebieden zou een dienstplicht wellicht een panacee zijn voor vele zaken. Zes maanden van huis en  samen met acht man op een kamer. Kamers met mensen vanuit verschillende culturen, milieus en bevolkingsgroepen. Zes maanden waarin geen salaris wordt betaald, maar een zakgeld. Gedurende deze zes maanden is men dienstbaar aan de maatschappij, ten dienste van ouderen en zwakkeren in  de samenleving.  En dat alles binnen een militair regime, dus niet vrijblijvend. Opdrachten dienen te worden uitgevoerd, tijd is tijd, regels zijn regels. Maar vooral eens niet ten dienste van zichzelf, zoals bijna alles in deze maatschappij van dit moment, maar juist ten dienste van deze maatschappij.
 
Een dergelijke, verregaande, stap zou wel eens de hierboven geciteerde Franse Filosoof in verlegenheid kunnen brengen en een voorbeeld kunnen zijn hoe politieke en sociale stabiliteit opnieuw gegrondvest gaan worden. En niet in een samenleving tegen elkaar maar een samenleving die juist verbindt, maar niet vrijblijvend.
De volgende stap naar een westerse cultuur met zeer wereldse trekken. Een voorbeeld. Wij zijn het aan ons verleden verplicht.
 
Deze discussie zal vandaag echter wel niet gevoerd worden. Jammer, een gemiste kans.