Reactie CMHF op het bericht van Defensie

Kort na het opschorten van het overleg tussen Defensie en de bonden kwamen beide partijen met hun eigen communicatie over hetgeen in het overleg is gebeurd. Het bericht van Defensie van 21 november jl. legt duidelijk de schuld van het stuklopen van het overleg bij ons, de bonden. De vraag die dan natuurlijk rijst is, waarom zouden bonden, de vertegenwoordigers van de werknemers, zo reageren?

De CMHF voelt zich geroepen om op het bericht van Defensie te reageren Als officierenvereniging zullen wij proberen onze perceptie van het SOD zo zuiver mogelijk weer te geven. Maar ook aangeven waarom wij deze keuze hebben gemaakt. Binnenkort komt het openbare verslag van deze vergadering, dan kunt u ons hierop beoordelen.

De afgelopen week stond eigenlijk het navolgende centraal. Voordat er over de inhoud van pensioenen, loon en toelages verder kon worden gesproken moest er duidelijkheid zijn over de pensioenregeling vanaf 2 januari 2019. Hier zijn wij niet uitgekomen. Defensie wilde dit buiten het ABP om volledig compenseren tot maart volgend jaar. Als wij hiermee akkoord waren gegaan dan hadden wij “ja” gezegd tegen het middelloon van het ABP en als wij voor maart geen akkoord hadden bereikt dan waren wij aan het ABP overgeleverd. Het benodigde vertrouwen ontbrak en gezien de afgelopen jaren is dat ons inziens terecht.

De staatssecretaris geeft in het bericht aan dat: “het buitengewoon jammer voor onze mensen is dat we nu niet met de centrales verder kunnen spreken. Dat betekent helaas ook dat we ons personeel nu nog geen duidelijkheid kunnen geven”. Het is inderdaad buitengewoon jammer dat we het defensiepersoneel geen duidelijkheid kunnen geven, maar dat is ook meteen het probleem met het voorstel van de staatssecretaris. Defensie kon tijdens het overleg geen duidelijkheid bieden hoe zij dacht de compensatie te realiseren. Daardoor zou er opnieuw onzekerheid ontstaan over hoe militairen, die een achteruitgang in pensioenwaarde ondervinden, door een middelloonregeling gecompenseerd gaan worden. Juist een van de kernpunten waarom het resultaat is afgewezen: het personeel wil geen blanco cheque afgeven.

In het bericht staat verder: “Defensie heeft gepleit voor een tijdelijke overgangsregeling vanaf 1 januari 2019 die ervoor zorgt dat militairen er niet op achteruitgaan: niet in materiële zin op hun loonstrook en ook niet in de waarde van hun pensioen aanspraken. Heel concreet betekent dit een tijdelijke regeling met een eindloonkarakter, waarbij een mogelijke achteruitgang in de waarde van pensioenaanspraken gedurende deze tijdelijke periode volledig wordt gecompenseerd door Defensie”. Ik moet eerlijk toegeven dat toen de staatssecretaris dit tijdens het SOD op tafel legde mijn eerste reactie positief was. Toen wij echter nog eens goed nagingen wat er allemaal is gezegd en wij vervolgens aan de hand van een aantal gerichte vragen duidelijkheid over de inhoud probeerden te krijgen, bleek het voorstel helemaal niet zo positief te zijn als ik in mijn eerste reactie vermoedde. De tijdelijke overgangsregeling, of terugvaloptie zoals Defensie dit noemt, zal namelijk buiten de pensioenregeling om worden vormgegeven. Vandaar de opmerking dat een mogelijke achteruitgang in de waarde van pensioenaanspraken gedurende deze tijdelijke achteruitgang door Defensie volledig wordt gecompenseerd. Daarmee kan het ABP haar gang gaan, de eindloonregeling voor militairen afschaffen en zit de militair vanaf 1 januari voor het ABP (en voor de rest van Nederland) dus feitelijk in een hele sobere variant van de middelloon. Defensie bleek ook, ondanks alle bedenktijd die de bonden haar de afgelopen weken hebben gegeven, geen duidelijk idee te hebben hoe zij dat precies wilde gaan vormgeven . De waarde van het pensioen zal voor militairen die een individuele promotie of salarisstap krijgen in de basismiddelloonregeling die het ABP wil gaan uitvoeren wel degelijk (flink) achteruitgaan ten opzichte van de huidige eindloonregeling. Defensie kan deze achteruitgang niet zomaar even ‘repareren’. Hier liggen allerlei wettelijke en fiscale beperkingen aan ten grondslag. Volgens Defensie moesten wij hier nog overleg over voeren. Het tijdelijke karakter waar in het bericht van Defensie over wordt gesproken liep ook maar tot 1 maart 2019. Dus tot die tijd wordt de militair volledig gecompenseerd maar als wij onverhoopt voor die tijd niet tot een akkoord zijn gekomen en de tijdelijke regeling vervalt, blijft voor de militair de basismiddeloonregeling over. Dan staan wij dus met lege handen en ontbreekt elke mogelijkheid om nog iets te kunnen doen. Wederom een blanco cheque.

De vakbonden willen volgens het bericht “een continuering van de huidige regeling”. Ook hier is enige nuance op zijn plaats. Wij willen een tijdelijk continuering van een pensioenregeling met een eindloonkarakter totdat we een arbeidsvoorwaardenakkoord hebben bereikt.. Dit betekent dat het een regeling is die wij, Defensie en bonden, samen overeenkomen en die wij vervolgens als opdracht aan het ABP verstrekken. En dus niet zoals het voorstel van Defensie, waar het ABP een middelloon hanteert en Defensie daar ‘iets’ bovenop gaat doen aan compensatie, terwijl Defensie hierover nog niet had nagedacht hoe dit vormgegeven kon worden.

Volgens Defensie betekent een continuering van de huidige regeling dat de pensioenpremie per 1 januari a.s. omhoog gaat met alle negatieve effecten op de loonstrook van dien. Het eerste deel is aannemelijk namelijk dat de pensioenpremie, die door het ABP wordt vastgesteld, omhoog gaat. Dat dit echter negatieve gevolgen voor de loonstrook gaat hebben is een bewuste keus tussen Defensie en bonden. Zij bepalen namelijk gezamenlijk hoe de pensioenpremie wordt verdeeld tussen werkgever en werknemer. Het zou Defensie sieren als die in het belang van haar personeel de verhoging van de pensioenpremie in dat geval voor eigen rekening neemt.

Defensie geeft aan het pensioenvoorstel van het ABP niet in het belang van het personeel te vinden, maar verzet zich in de praktijk niet tegen het aangekondigde ingrijpen van het ABP. De volledige compensatie tot 1 maart wordt namelijk vanuit Defensie zelf verstrekt. Hier zal ongetwijfeld druk vanuit het Kabinet en het ABP aan ten grondslag liggen. De vraag is dan wie op 1 staat, het personeel of het ABP?

De afsluitende woorden van teleurstelling baren ons nog het meeste zorgen. Deze woorden geven namelijk de indruk dat de bonden niet willen praten en er niet uit willen komen, en dat uiteindelijk het personeel daar de dupe van is. Het zijn echter de bonden die hun leden, het defensiepersoneel, vertegenwoordigen en namens het personeel een standpunt in nemen. Proberen een wig te drijven tussen het personeel en haar vertegenwoordigers door aan te geven dat de schuld voor het uitblijven van verbeteringen bij de bonden ligt past niet bij een werkgever die aangeeft dat ze wil investeren in haar personeel.
Blijkbaar bestaat er nog steeds de indruk dat wat de bonden aangeven niet in overeenstemming is met wat het personeel wil. Ondanks alle bijeenkomsten, onderzoeken, enquêtes, polls en dergelijke blijft het beeld bij de defensietop bestaan dat het personeel het helemaal niet zo negatief vindt en dat het allemaal wel meevalt met het vertrouwen. Het niet toegeven aan de gerechtvaardigde eisen en wensen van de bonden, is het niet toegeven aan de gerechtvaardigde eisen en wensen van het defensiepersoneel. Pas als dat beeld duidelijk is, bestaat er een mogelijkheid dat wij uit deze impasse komen. Uiteraard zal er vervolgens wel een beter arbeidsvoorwaarden bod moeten komen om uiteindelijk het personeel echt de broodnodige verbeteringen te kunnen bieden.

Tot slot
Elke commandant weet dat hij in een spagaat zit tussen de gestelde eisen van het hogere niveau en de belangen van zijn ondergeschikten. Dit is niets nieuws en het is van alle tijden. De ene keer krijgt het hogere niveau zijn zin en een andere keer de ondergeschikten. Dat is de balans die hierin moet zitten. Maar het personeel wil wel zien dat een commandant bereid is te vechten voor zijn mensen, voor hun belangen en niet alleen maar de oren laat hangen naar de opdrachtgever. Tenminste de perceptie uit jet SOD is dat het vechten naar boven in de richting van het ABP en het kabinet wordt ontlopen. In het wetgevingsoverleg personeel werd door bijna alle partijen in de Tweede Kamer opgeroepen dat de werkgever Defensie zich hard maakt voor het personeel, wat al jaren niet gehoord wordt. In de defensienota hebben de bewindslieden nog eens duidelijk hun zwaartepunt bij het personeel gelegd. Alle ogen zijn nu gericht op onze defensietop. Vechten ze voor hun personeel of ontlopen ze weer het gevecht. Deze vraag is wellicht nog veel interessanter dan de uitkomst van dit CAO overleg. Vertrouwen toch?!

Voor het bericht van Defensie klik hier.