“Dankbaar moet je zijn” (naar Robert Long, 1943-2006, zanger en cabaretier)

Prinsjesdag 2019 was weer een goed moment om vast te stellen waar de krijgsmacht nu staat, welke leemten er nog zijn en in hoeverre de defensiebegroting voor 2020 nieuw perspectief biedt.


Een belangrijke constatering is natuurlijk dat zojuist overeenstemming is bereikt over een cao. Dat moet voor de minister een grote opluchting zijn. Het personeel staat op de eerste plaats, is haar stelling en met deze cao lijkt ze het bewijs te hebben geleverd. Dat het extreem veel tijd heeft gekost, met negatieve uitstraling naar de leiding van het departement en een verstoorde verhouding met de belangenvertegenwoordigers, staat buiten kijf. Het resultaat ligt er evenwel en (het merendeel van) het personeel is tevreden over het resultaat. Nu nog de verdere uitwerking van de cao. Hoe lang gaat dat weer duren? Is de concrete invulling voor het personeel bevredigend, of doemt toch het obstakel van onvoldoende budget weer op? Allemaal vragen die een beantwoording vergen voordat bij het personeel echt een gevoel van dankbaarheid zal ontstaan. Immers, er moet ook nog een flink brok wantrouwen weggewerkt worden.


Naast de beloning voor de medewerkers is er ook nog het grote tekort aan personeel. Zowel in aantallen als in kwaliteit. Zolang de uitstroom van goed opgeleid en ervaren personeel de instroom met nieuw en onervaren medewerkers overtreft, loopt de organisatie leeg. Dit is nog steeds het geval! Zowel numeriek als kwalitatief glijdt de organisatie steeds verder weg! Dat is rampzalig en de vraag is opportuun welke instrumenten de minister inzet om deze ontwikkeling te keren. Het tonen van de goede intenties van Nederland, in de vorm van toezeggingen aan de NAVO eind vorig jaar, was een goede stap. En met de Voorjaarsnota werd begin dit jaar een bescheiden financiële stap in de juiste richting gezet; dit betrof de verhoging van het budget, oplopend tot ruim € 400 mln. in 2023. Positief! Echter, de minister voegde daar direct aan toe dat het niveau van 2% van het bbp in 2024 niet zal worden gehaald. Bovendien is het investeren in projecten en binnenhalen van additionele wapensystemen alleen maar zinvol als je daarvoor ook het benodigde personeel op de mat kan brengen. Hier zit een enorm knelpunt voor de krijgsmacht. En daar lezen we in de begroting voor 2020 weinig concreets over.


De in het voorjaar aangekondigde verhoging van het budget blijkt nog lang niet toereikend om Defensie er weer bovenop te helpen. Enige voorbeelden ter illustratie. De Nederlandse eenheden aan de oostgrens van Europa (m.n. in Litouwen) zijn veelal ‘inzetbaar met beperkingen‘. Een omschrijving die het departement te vaak moet gebruiken, maar het betekent gewoon onvoldoende toegerust om in geval van een werkelijk conflict effectief te kunnen optreden. Oorzaak zijn onvolkomenheden in materieel en voorraden, afgewisseld met soms het ontbreken van goed opgeleid en getraind personeel in cruciale functies. Van de aanwezigheid ter plaatse gaat dan weliswaar een zekere dreiging uit, maar die moet qua inhoud als flinterdun worden beschouwd. Over het effectief kunnen inzetten bestaat dan ook gerede twijfel.
Een ander voorbeeld dat de krijgsmacht er nog lang niet is. Het 400 Geneeskundig bataljon heeft tot taak krijgsmacht-breed, voor alle defensieonderdelen en alle missies, de Role 2 faciliteit te leveren. Sedert de laatste grote bezuiniging, het zogenoemde ‘miljard van Hillen’ en de budgetverhogingen daarna ten spijt, is dit bataljon niet in staat te voldoen aan de militaire opdracht. De huidige plannen voorzien evenmin in een herstel op korte termijn. Conclusie: Defensie heeft voor deze medische taak een groot afbreukrisico, door het ontbreken van een gesloten keten voor de 1e hoofdtaak (of andere grootschalige inzet).


Het is niet moeilijk nog meer voorbeelden te noemen. We willen echter niet een puur negatief beeld schetsen; vele zaken gaan immers goed en er is wel degelijk vooruitgang te bespeuren. De voorbeelden illustreren echter dat de krijgsmacht er nog lang niet is en derhalve meer aandacht en steun van dit kabinet verwacht.
Wat brengt nu de defensiebegroting voor 2020? Het is een beleidsarme begroting. Grote nieuwe voornemens en plannen treffen we dus niet aan. Hoe is dat echter te rijmen met het voornemen van de minister om volgend voorjaar te komen met de Herijking van de Defensienota? Daarvoor heb je toch ook een financiële basis nodig. Of zijn de bedragen die waren bedoeld voor de NAVO doelstellingen alles wat er komt? Dat blijkt inderdaad het geval. Sterker nog, door “beperkte capaciteit in de verwervingsketen” worden projecten van 2019-2021 verschoven naar latere jaren. Van opnieuw een zo noodzakelijke verhoging van het budget, in met name de latere jaren blijkt geen sprake. Teleurstellend.


“Het programma Beloning richt zich in 2020 onder andere op de inrichting van een nieuw loongebouw”, staat er in de toelichting op de begroting. Het huidige loongebouw dateert uit de vorige eeuw en moet volledig op de schop om eindelijk toekomstgericht en concurrerend te kunnen zijn met de wereld buiten defensie. Zo’n aanpassing zou naar onze inschatting al gauw honderden miljoenen gaan kosten, maar we treffen die ruimte geenszins aan in de begroting zoals die nu is gepresenteerd. Dat schept weinig mogelijkheden voor de onderhandelaars en dat is teleurstellend, want de kordate opstelling van de minister gaf reden tot meer verwachtingen. Om de genoemde reden maar ook omdat het kabinet, vanwege de lage rentestand, naar eigen zeggen grote – echt grote – bedragen wil investeren in toekomst-bepalende projecten. Merkwaardigerwijs is defensie daarbij (nog) niet genoemd. Op zich heel bijzonder. Bizar, eigenlijk.


In deze maand september wordt in de media, kranten en tv, uitvoerig aandacht besteed aan het 75 jaar geleden bevrijd zijn van Nederland. Dankbaarheid voor allen die zich daarvoor hebben ingezet. ‘Vrijheid’ wordt bij herhaling als een groot goed genoemd. Vrijheid is echter niet gratis; de (verzekerings)premie die daarvoor moet worden betaald is door het kabinet met de NAVO-bondgenoten afgesproken en dus genoegzaam bekend. Maar er is blijkbaar geen gevoel van urgentie om deze premie weer te gaan betalen, waardoor de huidige krijgsmacht het kind van de rekening blijft. De miljoenennota laat het duidelijk zien: deze regering blijft het komend jaar “dankbaar moet je zijn” roepen, maar wil echt niet inhoudelijk verder vooruitkijken dan de volgende verkiezingen!


“Vrijheid ‘blijkt dus slechts tijdelijk. Dankbaarheid blijkt dus “gratuit”.