Nr. 6 | September 2015

Column Duovoorzitter | September 2015



 

Gatenkaas

Prinsjesdag ligt weer achter ons. De teneur was dat Defensie van eeuwige sluitpost inmiddels is opgeklommen tot één van de twee zwaartepunten van intensivering in de kabinetsbegroting.

 

Dat geeft, na 25 jaar, eindelijk de erkenning en waardering die Defensie verdient. Een erkenning dat Defensie de eerste en exclusieve taak van de overheid is. Maar het bedrag waarmee dit zwaartepunt tot uitdrukking wordt gebracht valt vies tegen. Maar volgens mij is daar de laatste tijd al genoeg over geschreven.

 

De vraag is echter hoe het zover heeft kunnen komen met Defensie. Hoe komt het dat er een reparatie van 750 miljoen noodzakelijk is? De nota ‘In het belang van Nederland’ was erop gericht om baten en lasten met elkaar in overeenstemming te brengen. In de tussentijd hebben er nog twee ophogingen van het budget plaatsgevonden o.a. onder druk van de CU en de SGP. En toch is er een reparatie van 750 miljoen noodzakelijk. Wat is er verkeerd gegaan in de planning en/of de realisatie?

 

Voor een goed begrip. In deze reparatie zit niet het opheffen van de onbalans in de huidige organisatie op het gebied van vuursteun, gevechtssteun, CIS en het logistieke voortzettingsvermogen. Laat staan dat er uitvoering wordt gegeven aan de motie Van der Staaij, die echt een stap verder gaat en op grond van de actuele veiligheidssituatie juist meer defensiecapaciteiten wil. De vraag is dan ook: “Hoe is dit zo gekomen, wie of wat is de boosdoener?”

 

De afgelopen jaren heeft er in de defensiebegroting geen of slechts een beperkte jaarlijkse prijscompensatie plaatsgevonden. Defensie is voor zijn materieel echter afhankelijk van het buitenland en dus van de buitenlandse inflatie. Bovendien is het een bekend feit dat de kosten van militair materieel en dus ook van de reservedelen explosief stijgen. Dit kun je met een standaard prijscompensatie niet afdekken, in tegendeel. In bedragen: een zeer goed geïnformeerde bron wist mij te vertellen dat het verschil ligt in de marge tussen 15 miljoen (ontvangen prijscompensatie in één jaar) en 200 miljoen euro (benodigde prijscompensatie).

 

Alleen al door dit verschil ben je in een paar jaar uitgekleed. In de zogenaamde ‘Begrotingscommissie’ zal dit punt en hoe om te gaan met wisselende dollarkoersen, onderwerp van overleg zijn tussen Defensie en Financiën. Misschien dat een positief resultaat hier nog belangrijker is dan groeien naar 750 miljoen bij de Voorjaarsnota. Bij dit soort lekkages stroomt het geld onzichtbaar uit de organisatie.

 

 

J.L.R.M. Vermeulen
Duovoorzitter GOV|MHB