Nr. 2 | Maart 2015

Dit maal kent het ProDef-Bulletin een speciale bijlage: "Opinie: Nieuwe onveiligheid past niet in het budget"

 

In aanloop naar de verkiezingen van 2017 heeft de denktank GOV|DenK een vijftal vragen voorgelegd aan de verschillende politieke partijen. Hoe denken de verschillende politieke partijen nu echt over Defensie?

 

Denktank GOV|DenK stelde vijf vragen aan de verschillende leden van de Vaste Commissie Defensie van de Tweede Kamer der Staten Generaal en kreeg van (bijna) alle leden antwoord.

 

Kijk hier om te lezen hoe de verschillende politieke partijen nu echt denken over (de toekomst) van Defensie.

 

Dit artikel is ook geplaatst in Carré nr. 2 2015 en als bijlage gevoegd bij ProDef-Bulletin nr. 2 | Maart 2015.

 

GOV|DenK volgt de komende twee jaar de partijen op de voet. Bij gelegenheid zal de balans worden opgemaakt tussen de nu ingenomen standpunten en het feitelijk gevoerde beleid. Daar waar dit afwijkt zal GOV|DenK de partijen hier mee confronteren.

 

Verklaring Geen Bezwaar tijdelijk aangepast t.a.v. buitenlandse partners

In het afgelopen jaar is, op grond van de regeling VGB van oktober 2013, een aantal militairen geconfronteerd met het intrekken van hun VGB, omdat het niet mogelijk was gegevens over hun partner na te trekken.

Dit was een nieuwe ontwikkeling en nauwelijks bekend bij het personeel. Daarom heeft minister Hennis toegezegd met een voor deze groep tijdelijke aanpassing van de regelgeving te komen.

 

Essentie aanpassing regeling:
Het gaat alleen over bestaande gevallen tot 1 september 2015. De definitie van ‘partner’ is elke affectieve relatie in landen waar de MIVD niet kan controleren. Het gaat dus niet alleen om de geregistreerde partner, maar ook om de partner met wie men gehuwd is of met wie men samenwoont.

In de nieuwe tijdelijke regeling (tot 1 september 2015) gelden de navolgende voorwaarden:

  • De medewerker moet een vertrouwensfunctie in dienst van Defensie vervullen (i.c. alle militairen en een groot deel van de burgers);
  • De VGB van de medewerker is (nu al) ingetrokken wegens onvoldoende gegevens over de partner en er zijn geen andere gronden voor intrekking van de VGB;
  • De partner dient, in ieder geval vanaf het moment dat de regeling voor de defensiemedewerker zou ingaan, feitelijk en administratief woonachtig te zijn in Nederland, of in een ander land waar de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) wel voldoende gegevens over de partner kan verkrijgen. Indien de partner niet naar Nederland wil of kan komen, betekent dit over vijf jaar nog geen zicht op een VGB en volgt alsnog ontslag;
  • Het verzoek om voor de regeling in aanmerking te komen, dient voor 1 september 2015 te zijn ingediend;
  • Het niet-plaatsbaar zijn op een vertrouwensfunctie kan gevolgen hebben voor de carrière van de militair en burgerambtenaar.

Een paar korte opmerkingen:
Het draagvlak voor een regeling VGB binnen de organisatie is breed. Partners van wie de echtgenote nu in het buitenland woonachtig is, kunnen niet voor 1 september feitelijk woonachting zijn in Nederland. Onze Nederlandse (inburgerings-) procedures duren daarvoor te lang. Ook bij medewerkers van bijv. Shell of ASML, van wie de partner voor meer dan 3 maanden is uitgezonden naar niet-MIVD landen, wordt de VGB ingetrokken. Het hebben van een buitenlandse partner gaat je in elk geval een deel van je carrière kosten.

 

Naschrift:
Onze organisatie stelt terecht bijzondere eisen aan haar personeel. Voor onze eigen veiligheid en die van Nederland en zijn bondgenoten is een veiligheidsscreening noodzakelijk en gewenst. Het is terecht dat deze ook op partners van toepassing is. De weerstand in de organisatie ligt bij het gevoel van willekeur in de toepassing van de regeling. Bij velen leeft het gevoel dat er een computerprogramma bij de MIVD, ontworpen door Juridische Zaken, digitaal beslist. Daar zit de pijn.

 

Defensie, herstel het contact met de werkvloer!