Lagere netto SBK-uitkering voor oudere burgerambtenaar.

Dezer dagen werden GOV|MHB-burgerleden met een ontslaguitkering verrast met een netto fors lagere uitkering dan in 2014. Wat blijkt: per 1 januari 2015 is de leeftijd van einde pensioenopbouw bij een bovenwettelijke WW- of een ontslaguitkering verschoven van 62 jaar naar de nieuwe AOW-leeftijd. Als gevolg hiervan moet de SBK-ers ouder dan 62 jaar opeens weer pensioenpremie gaan betalen.

Het SBK baseert zich qua pensioenopbouw op het ABP pensioenreglement. In dat pensioenreglement was in 2014 nog geregeld dat deelnemers met een ontslag- of een (bovenwettelijke) werkloosheidsuitkering ophielden met (gedeeltelijk) pensioen opbouwen op 62 jaar. Dat had natuurlijk alles te maken met de FPU-uitkering die op dat moment inging. Allengs gingen er steeds meer deelnemers later dan 62 jaar met pensioen en leden begonnen zich te verzetten tegen de grens van 62 jaar.
 
De Pensioenkamer gaat over de inhoud van de pensioenregeling en de bonden trachtten in die kamer de leeftijd voor pensioenopbouw te verzetten naar 65 jaar en later naar de nieuwe AOW-leeftijd. De werkgevers verzetten zich daartegen vanuit kostenoogpunt, maar uiteindelijk is het dan in 2015 toch gelukt de leeftijdsgrens te verschuiven. Per 1 januari 2015 is de leeftijd van einde pensioenopbouw bij een bovenwettelijke WW- of een ontslaguitkering verschoven van 62 jaar naar de nieuwe AOW-leeftijd.
 
Het gevolg is echter dat SBK-ers ouder dan 62 jaar opeens weer pensioenpremie moeten gaan betalen en daardoor een netto lagere SBK uitkering ontvangen. Daarvoor in de plaats komt dan later weer wel een hoger pensioen.