De vereniging voor professionals bij Defensie
Achtergrond_Home.jpg
5. Cartoon nieuwjaarsbingo

Cartoons

Algemeen Pensioenen

  • Aanvulling AOW door ABP na protest toch doorbetaald

    Op deze website en in het ProDef Bulletin, dat zaterdag 14 maart bij GOV|MHB-leden thuis wordt bezorgd, is een artikel opgenomen over het niet doorbetalen van de AOW-aanvulling door ABP na 1 januari 2015, voor gepensioneerden geboren voor 1950. Dat verhaal is intussen achterhaald.
     
    Nu het ABP-bestuur deze week heeft besloten om die aanvulling voor die leeftijdsgroep toch door te blijven betalen na 1 januari 2015, is het genoemde artikel niet meer van toepassing.
    Dat besluit kwam onverwacht snel. Vandaar dat u vanaf vrijdag 13 maart, op de ProDef-website, een ander verhaal leest dan vanaf zaterdag 14 maart, in het ProDef-Bulletin.

    Voor de leeftijdsgroep geboren na 1949, die AOW-gerechtigd wordt vanaf 1 januari 2015, en al 20 jaar weet dat de AOW-toeslag komt te vervallen vanaf 2015, verandert er niets. Dat wil zeggen dat de AOW-toeslag van de SVB en de AOW-aanvulling van het ABP die is gekoppeld aan dat recht op de AOW-toeslag, beide komen te vervallen.
     
    Het gaat hier alleen om de leeftijdsgroep geboren voor 1950, die in februari zonder vooraankondiging werd overvallen door het niet langer betalen van de aanvulling. Het ABP-bestuur heeft na de ontstane verontwaardiging en de aankondiging van juridische acties van o.a. de GOV|MHB, het vervallen van de aanvulling nogmaals nader bezien in het kader van zorgvuldig bestuur. De conclusie was dat het betreffende artikel in het ABP pensioenreglement onduidelijk is gesteld en dat daarom het besluit om de aanvulling te laten vervallen waarschijnlijk voor de rechter geen stand houdt.
     
    Het gevolg van dit besluit is dat daar waar een aanvulling wordt betaald, deze weer wordt hervat tot het moment waarop de partner ook de AOW-leeftijd bereikt. Als er voor die datum sprake is van een verlaging van het inkomen van de partner en daarmee het vervallen van de AOW-toeslag, vindt het ABP-bestuur het vooralsnog ongewenst dat die aanvulling vervalt (hardheidsclausule). Het ABP-bestuur wil wel bezien hoe voor deze groep in de toekomst met een eventuele inkomenstoets zal worden omgegaan. Als het inkomen van de partner structureel (d.w.z. 4 maanden lang) stijgt tot een niveau waarbij geen AOW-toeslag meer wordt betaald, vervalt de AOW-toeslag. SVB stelt ABP daarvan op de hoogte en dan vervalt ook de ABP aanvulling.
     
    Vooralsnog wordt het in januari bekende bedrag aan aanvulling doorbetaald. De niet betaalde bedragen aan AOW aanvulling in februari en maart zullen in april 2015 worden uitgekeerd.
     
    De GOV|MHB is het eens met de hernieuwde stellingname van het ABP-bestuur. Je kunt niet mensen die ervan uit mochten gaan dat hun pensioen niet zou worden verlaagd omdat hen daarover nooit een bericht heeft bereikt, plotsklaps wel raken met een verlaging.
     
    De werkgevers in de Pensioenkamer denken daar heel anders over. Zij stelden het ABP bestuursbesluit niet op prijs en trachten daar nog via allerlei wegen te bewerkstellingen dat het ABP-bestuur zijn besluit opnieuw herziet.

  • ANW-compensatie vervallen in ABP-pensioenregeling en wat eraan te doen

    Ernstig zieke (ex-)medewerkers moeten zich aanmelden bij ABP!

     

    Van onze leden krijgen wij verontruste berichten over de ANW-compensatie die per 1 januari 2018 komt te vervallen. Die compensatie komt te vervallen omdat de complexe regeling door ABP niet anders dan met grote moeite is uit te voeren.

     

    Op het moment van schrijven zijn we met de werkgever Defensie in onderhandeling over een alternatief voor deze compensatie in de vorm van een eenvoudig uitvoerbare regeling. Intussen is duidelijk dat de huidige ANW-compensatieregeling door het ABP nog uitgevoerd wordt tot 1 februari 2018. Dat betekent dat de partners van overleden ABP-deelnemers voor 1 februari 2018 nog de ANW-compensatie krijgen die ook nu in 2017 geldt.

     

    Nu bestaat er bij ernstig zieke ABP-deelnemers vooruitlopend op de uitkomst van deze onderhandelingen grote behoefte aan informatie over de financiële toekomst van hun nabestaanden. Ook zij raken nl. na 1 februari 2018 hun ANW-compensatie kwijt en kunnen vanwege hun ziekte niet een individuele verzekering sluiten bij een verzekeraar. Daarom bestaat er voor deze mensen een specifieke coulanceregeling die wordt uitgevoerd door het ABP.

     

    Voor ABP-deelnemers die vóór 1 februari 2018 ongeneeslijk ziek zijn en zich daardoor niet kunnen verzekeren (bijv. door het afsluiten van een ANW-hiaatverzekering of een overlijdensrisicoverzekering), geldt een uitzondering en blijft het recht op ANW-compensatie voor de partner bestaan. Om voor de uitzondering in aanmerking te komen, moet u of uw partner aannemelijk kunnen maken dat u al vóór 1 februari ongeneeslijk ziek was en zich daardoor niet kon verzekeren. Dat kan via een ‘beoordelingsformulier’, waarop u verklaart dat u al vóór 1 februari ongeneeslijk ziek was en zich daardoor niet meer kon verzekeren. Dit formulier kunt u nu al telefonisch bij ABP opvragen, maar dat kan ook later. Het formulier hoeft in ieder geval níet vóór 1 februari naar ABP te worden aangevraagd en teruggestuurd.

     

    De beoordeling of ANW-compensatie alsnog wordt uitgekeerd, vindt namelijk pas plaats na overlijden. Op dat moment kan uw partner zich ook nog melden. Hij of zij vult dit formulier dan in en stuurt het aan ABP terug. Op basis van het ingevulde beoordelingsformulier kan uw partner alsnog volgens de huidige voorwaarden in aanmerking komen voor ANW-compensatie. Let op: Deze uitzondering geldt echt alleen voor deelnemers die ongeneeslijk ziek zijn én zich daardoor niet meer kunnen verzekeren. Als u zich kunt verzekeren (ongeacht de hoogte van de premie), dan is de uitzondering niet van toepassing.

     

    Naast deze compensatieregeling is de GOV|MHB bezig om een goede collectieve ANW-oplossing te vinden voor alle (ex-) werknemers binnen Defensie, ziek of niet ziek. Op dit moment is niet duidelijk hoe die in het vat gegoten wordt, maar weest u ervan overtuigd dat wij er alles aan zullen doen om tot een goede regeling te komen!

     

     

     

     

     

  • AOW-toeslag vervallen

    Tot 1 januari 2015 kregen AOW-gerechtigden wier partners nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hadden bereikt, een zgn. AOW-toeslag van de overheid. Die toeslag was inkomensafhankelijk. Dat wil zeggen dat afhankelijk van de hoogte van het inkomen van de partner de toeslag hoger of lager uitviel, of nihil was vanaf een bepaald bruto inkomen. Door een wijziging van de AOW wet komt vanaf 1 januari 2015 deze toeslag te vervallen voor mensen geboren ná 1949. De mensen geboren vóór 1950 behouden wel het recht op deze toeslag.
     
    Het ABP pensioenreglement kent een compensatie voor het wegvallen van de AOW-toeslag van de overheid in de vorm van een ‘aanvulling’. Het is steeds de bedoeling geweest van sociale partners binnen de overheid om die aanvulling te laten vervallen voor de deelnemers geboren ná 1949 gelijk op met het vervallen van de AOW-toeslag van de overheid. Deze mensen zijn via een omstandig communicatietraject gedurende een overgangstermijn van 20 jaar hiervoor gewaarschuwd en konden maatregelen nemen.
     
    De redactie van de tekst over de aanvulling in het ABP pensioenreglement heeft echter ook tot gevolg dat het recht op de aanvulling vervalt voor deelnemers geboren vóór 1950, waaronder AOW-gerechtigden dus die reeds een ABP aanvulling hebben. Het is zeker niet de bedoeling geweest van de werknemersfracties in de Pensioenkamer om deze aanvulling ook te laten vervallen voor deze leeftijdsgroep.
     
    Sociale partners in de Pensioenkamer werden opmerkzaam gemaakt op de redactie van de tekst in het ABP pensioenreglement over de aanvulling. De werknemersfracties, met vertegenwoordiging vanuit de CMHF / GOV|MHB, wilden voor de leeftijdsgroep geboren vóór 1950 het recht op de aanvulling intact houden en de reglementstekst aanpassen, omdat deze mensen nooit eerder zijn gewaarschuwd voor het wegvallen van de toeslag. De werkgevers wilden hier echter niets van weten en zagen een bezuinigingsmogelijkheid. Omdat de wens van de werknemers aanpassing van de tekst van het reglement vergt en daarvoor beide partijen moeten meewerken, is de tekst ongewijzigd gebleven. Met als gevolg dus dat ook AOW-gerechtigden geboren vóór 1950 die geen AOW-toeslag krijgen omdat hun partner eigen inkomen heeft, ook geen ABP aanvulling meer krijgen.
     

    GOV|MHB
    De GOV|MHB is bezig de reacties in allerlei individuele gevallen te inventariseren om te bezien wat en hoe er nog aan deze zaak kan worden gerepareerd. Bent u geboren vóór 1950 en werd u met het vervallen van uw AOW-toeslag geconfronteerd? Wilt u dan de specificaties van uw zaak doorgeven zodat wij een beeld krijgen van omvang en inhoud van zaken?
    U kunt dit doorgeven aan dhr. Weusthuis, beleidsmedewerker Pensioenen & Sociale Zekerheid, via .

     

  • CMHF-Pensioenmiddag: maandag 11 mei

    Fiscaal kader, financieel toetsingskader, dekkingsgraad, herstelplan.
    Waarschijnlijk heeft u over deze zaken gelezen of gehoord, maar wat betekenen ze voor u als deelnemer?
    Als u dacht dat de grootste wijzigingen zijn geweest dan vergist u zich. Laat u bijpraten.

    Maandag 11 mei organiseert de CMHF een speciale Pensioenmiddag. Hier praten deskundigen u bij over alle bovengenoemde zaken.

    Als sprekers zijn aanwezig:

    • Jacqueline van Langeraad-Goes: Verantwoordingsorgaan ABP
    • Klaartje de Boer: vakcentrale VCP
    • Otto Hoole: Pensioenkamer ROP
    • René van de Kieft: ABP-bestuur

    e.a.

    Voor wie?
    Deze middag is voor iedereen die meer wil weten over zijn/haar pensioen.

    Vragen en aanmelding?
    Heeft u vragen over uw pensioen of over de pensioenmaatregelen in het algemeen?
    Dan ontvangen wij deze graag vooraf per mail. U kunt zich voor deze bijeenkomst aanmelden via het algemene aanmeldingsformulier op de website van de CMHF. Hier kunt u ook uw vragen/opmerkingen doorgeven.

    Waar en hoe laat?
    De middag wordt gehouden bij de CMHF, Ametisthorst 20 in Den Haag.
    U kunt binnenlopen vanaf 12.30 uur *).
    De bijeenkomst start om 13.15 uur en zal naar verwachting duren tot 16.30 uur.
    Ter afsluiting nodigen wij u graag uit voor een drankje.

    *) voor een broodje wordt gezorgd.

  • Defensie regelt nabestaandenpensioen bij inkomen groter dan € 100.000, voor 2015

    Militairen en burgerambtenaren met een inkomen groter dan € 100.000,- lopen vanaf 2015 een risico met hun nabestaandenpensioen dat tot uitkering komt als zij mochten komen te overlijden vóór hun pensioendatum. Het nabestaandenpensioen (NP) wordt dan gebaseerd op het salaris van € 100.000 en dat een kan een behoorlijke deuk opleveren in het inkomen van de achterblijvende partner.
     
    Defensie zag dat gelukkig ook en was niet ongevoelig voor de vraag van de bonden om daarvoor een regeling te treffen. Voor het jaar 2015, in afwachting van de netto pensioenregeling die voor alle overheidsmedewerkers wordt afgesproken in de Pensioenkamer, gaat Defensie alvast een aanvullende collectieve NP-verzekering afsluiten bij Loyalis. En Defensie was ook bereid om de gehele premie voor haar rekening te nemen, een eindejaar-cadeautje.
     
    Het gaat hier dus niet om het ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen dat tot uitkering komt als u komt te overlijden ná uw pensioendatum. Dat is pensioen op opbouwbasis en daarvoor zijn noch in de Pensioenkamer, noch bij Defensie (al) afspraken gemaakt. De medewerkers die het betreft zullen dezer dagen een brief in hun bus aantreffen over dit onderwerp.
     

  • Hoger pensioen in nieuwe diensteinderegeling?

    GOV|MHB-leden vragen naar de samenhang van de nieuwe diensteinderegeling, d.w.z. een latere ontslagdatum, en een daardoor hoger pensioen. Dat heeft te maken met twee dingen.

     

    1. Doordat er langer wordt doorgewerkt loopt de pensioenopbouw ook enkele jaren langer door en dus wordt er een hoger pensioen opgebouwd;

     

    2. Doordat er langer wordt doorgewerkt komt het opgebouwde pensioen enkele jaren later voor het eerst tot uitbetaling. Omdat over een statistisch gezien kortere periode pensioen hoeft te worden uitgekeerd (de levensverwachting stijgt niet zo snel mee), stijgt het uit te betalen pensioen per jaar.

     

    Uitwerking
    Tot 2015 bouwde de militair pensioen op met als uitgangspunt start pensioenuitbetaling 65 jaar (pensioenrekenleeftijd is 65 jaar). Vanaf 2015 bouwde de militair pensioen op met als uitgangspunt start pensioenuitbetaling 67 jaar (pensioenrekenleeftijd is 67 jaar). Vanaf 2018 gaat de militair pensioen opbouwen met als uitgangspunt start pensioenuitbetaling 68 jaar (pensioenrekenleeftijd is 68 jaar).

     

    De militair die in 2014 65 jaar werd en in dat jaar dus met pensioen ging, had zijn hele ouderdomspensioen opgebouwd op basis van pensioenrekenleeftijd 65 jaar. Het gevolg is dat het pensioen dat deze militair vanaf 65 jaar steeds is voorgerekend, bijv. € 10.000,-, ook inderdaad de € 10.000,- is die hij krijgt vanaf 65 jaar.

     

    In de nieuwe diensteinderegeling (nDER) gaat de militair echter later met pensioen en het pensioen opgebouwd met pensioenrekenleeftijd 65 jaar, komt pas tot uitkering vanaf bijv. 67 jaar. In dat geval wordt dat pensioen actuarieel (d.w.z. rekening houdend met rente en levensverwachting) herrekend. Omdat het pensioen over een kortere periode zal worden uitgekeerd (de levensverwachting stijgt niet zo snel) wordt het hoger vastgesteld. De verhoging is het gevolg van het langer pensioen opbouwen en het later ingaan van dat pensioen en komt uit op zo’n 7,5% verhoging per jaar later ingaan. ABP stelt dat het pensioen met pensioenrekenleeftijd 65 jaar dat wordt herrekend naar 66 jaar wordt verhoogd met factor 1,071, en de herrekening naar 67 jaar gebeurt met factor 1,15. Het gevolg is dat € 10.000,- ouderdomspensioen opgebouwd met pensioenrekenleeftijd 65 jaar herrekend naar start uitbetaling 66 jaar wordt verhoogd naar € 10.710,-. De herrekening naar start uitbetaling 67 jaar leidt tot een verhoging naar € 11.500,-.

     

    Deze verhoging geldt alleen voor het deel pensioen opgebouwd met pensioenrekenleeftijd 65 jaar dat later ingaat. Voor het deel pensioen dat vanaf 2015 is opgebouwd met pensioenrekenleeftijd 67 jaar, geldt dat als dit pensioen ook vanaf 67 jaar wordt uitgekeerd en geen actuariële herrekening plaatsvindt.


    Echter hier geldt net als bij het pensioendeel dat is opgebouwd met pensioenrekenleeftijd 65 jaar, dat pensioeningang later dan 67 jaar een actuariële herrekening tot gevolg heeft, d.w.z. dat ook hier dat stuk pensioen met zo’n 7% per jaar dat het later ingaat wordt verhoogd. Mutatis mutandis geldt zoiets natuurlijk ook voor de pensioenrekenleeftijd 68 jaar.

    Het is echter bij de delen pensioen opgebouwd met pensioenrichtleeftijd 67 jaar en 68 jaar, ook mogelijk dat die pensioenen eerder ingaan dan de pensioenrekenleeftijd waarmee ze zijn opgebouwd. In dat geval wordt dat deel pensioen verlaagd. Ook hier geldt dat de actuariële herrekening uitkomt op een kleine 7,0% per jaar eerder ingaan, maar dan in de vorm van een verlaging. ABP stelt dat het pensioen opgebouwd met pensioenrekenleeftijd 67 jaar, bij herrekening naar 66 jaar wordt verlaagd met factor 0,931, en herrekening naar 65 jaar gebeurt met de factor 0,870. Het gevolg is dat € 10.000,- opgebouwd met pensioen- rekenleeftijd 67 jaar bij ingang op 66 jaar wordt verlaagd naar € 9.310,- en bij ingang op 65 jaar wordt verlaagd naar € 8.700,-.

     

    Per saldo is de te verwachten verhoging van het militaire ouderdomspensioen bij uittreden in de nDER een rekensom van actuariële verhogingen en verlagingen als gevolg van het verschuiven van de werkelijke pensioendatum ten opzichte van de verschillende pensioenrekenleeftijden. Omdat bij de militairen die de komende jaren pensioneren op een latere leeftijd dan 65 jaar, de pensioenopbouwjaren met pensioenrekenleeftijd 65 jaar ver in de meerderheid zijn, is er sprake van een pensioenverhoging.

     

     

     

  • Lagere netto SBK-uitkering voor oudere burgerambtenaar.

    Dezer dagen werden GOV|MHB-burgerleden met een ontslaguitkering verrast met een netto fors lagere uitkering dan in 2014. Wat blijkt: per 1 januari 2015 is de leeftijd van einde pensioenopbouw bij een bovenwettelijke WW- of een ontslaguitkering verschoven van 62 jaar naar de nieuwe AOW-leeftijd. Als gevolg hiervan moet de SBK-ers ouder dan 62 jaar opeens weer pensioenpremie gaan betalen.

    Het SBK baseert zich qua pensioenopbouw op het ABP pensioenreglement. In dat pensioenreglement was in 2014 nog geregeld dat deelnemers met een ontslag- of een (bovenwettelijke) werkloosheidsuitkering ophielden met (gedeeltelijk) pensioen opbouwen op 62 jaar. Dat had natuurlijk alles te maken met de FPU-uitkering die op dat moment inging. Allengs gingen er steeds meer deelnemers later dan 62 jaar met pensioen en leden begonnen zich te verzetten tegen de grens van 62 jaar.
     
    De Pensioenkamer gaat over de inhoud van de pensioenregeling en de bonden trachtten in die kamer de leeftijd voor pensioenopbouw te verzetten naar 65 jaar en later naar de nieuwe AOW-leeftijd. De werkgevers verzetten zich daartegen vanuit kostenoogpunt, maar uiteindelijk is het dan in 2015 toch gelukt de leeftijdsgrens te verschuiven. Per 1 januari 2015 is de leeftijd van einde pensioenopbouw bij een bovenwettelijke WW- of een ontslaguitkering verschoven van 62 jaar naar de nieuwe AOW-leeftijd.
     
    Het gevolg is echter dat SBK-ers ouder dan 62 jaar opeens weer pensioenpremie moeten gaan betalen en daardoor een netto lagere SBK uitkering ontvangen. Daarvoor in de plaats komt dan later weer wel een hoger pensioen.

  • Nabestaandenpensioen militairen miv 2016 verhoogd

    Defensie en de Centrales van Overheidspersoneel hebben overeenstemming bereikt over het verhogen van het nabestaandenpensioen naar 70%, m.i.v. 1 januari 2016.

     

    Versobering militaire pensioenen
    Op 2 juni jl heeft de GOV|MHB bericht over de versobering van de militaire pensioenen als uitkomst van het Sector Overleg Defensie.

     

    Tijdens dit overleg bleek dat het Defensie niet gelukt was middels een zogenaamde Aanwijzing het opbouwpercentage op het bestaande niveau te houden. Hierdoor daalt het opbouwpercentage van 1,75% naar 1,657%.

     

    Premievrijval
    Als gevolg van de daling van het opbouwpercentage daalt ook de benodigde premie voor zowel de militair als voor Defensie.
    Over de besteding van de premievrijval voor Defensie is nu overeenstemming bereikt in de vorm van het ophogen van het nabestaandenpensioen van 35,7% naar 70%.

     

    GOV|MHB
    Nu de door de GOV”MHB ongewenste daling van het opbouwpercentage van de militaire pensioenen een feit is, is de GOV|MHB blij dat de premievrijval in ieder geval behouden blijft voor diezelfde militaire pensioenen.

  • Opbouwpercentage militaire pensioenen verder omlaag

    Het percentage waarmee de militaire pensioenen jaarlijks worden verhoogd wordt met ingang van 1 januari 2016 verlaagd van 1,75% naar 1,657%. Dat is de uitkomst van de vergadering van het Sector Overleg Defensie van dinsdag 2 juni jl.

     

    Versobering van de pensioenen in 2016, als gevolg van aanpassingen van de wetgeving door de Regering, bekend als Witteveen II, maakte het noodzakelijk voor Defensie en de Centrales van Overheidspersoneel om te praten over een eventuele aanpassing van de militaire pensioenen 2016.
    Dit was voor het tweede achtereenvolgende jaar, omdat de Regering ook in 2015 de wetgeving had aangepast om de pensioenen te versoberen, bekend als Witteveen I.
    In 2015 hebben Defensie en de Centrales een versobering echter kunnen voorkomen door het verkrijgen van een zogenaamde Aanwijzing: een tijdelijke uitzonderingspositie, verleend door het ministerie van Financiën.
    Reden voor de GOV|MHB en de andere Centrales om Defensie te bewegen ook voor 2016 een Aanwijzing van het ministerie van Financiën te vragen.
    De GOV|MHB is namelijk van mening dat het onwenselijk is om de militaire pensioenen voor 2016 aan te passen, terwijl er in het eerste deelakkoord een afspraak staat dat Defensie en de Centrales op een dusdanig moment overeenstemming dienen te bereiken over een nieuw militair pensioenstelsel dat deze dan op 1 januari 2017 ingevoerd kan worden.
    Deze afspraak betekent immers dat dan voor 2017 de militaire pensioenen wederom aangepast moeten worden.

     

    Werkgroep Postactieven
    In de Werkgroep Postactieven, waar dit onderwerp op de agenda staat, bleek dat een poging op ambtelijk niveau om het ministerie van Financiën te bewegen Defensie voor 2016 (wederom) een Aanwijzing te geven waren gestrand. Daarop heeft de GOV|MHB de minister van Defensie, net als in 2014, persoonlijk verzocht om in persoon de staatssecretaris van Financiën om een Aanwijzing voor 2016 te vragen. Helaas bleek dat ook bij de tweede poging Defensie van het ministerie van Financiën te horen had gekregen dat zij niet van plan was om Defensie voor 2016 wederom een Aanwijzing te verstrekken.
    Over het alternatief voor de Aanwijzing voor 2016: het verlagen van de pensioenopbouw en tegelijkertijd het verhogen van het nabestaandenpensioen, kon vervolgens geen overeenstemming worden bereikt.

     

    Sector Overleg Defensie
    Om die reden stonden de militaire pensioenen 2016 op dinsdag 2 juni in het Sector Overleg Defensie (SOD) op de agenda.
    In deze vergadering heeft o.a. de GOV|MHB (nogmaals) aangegeven, op grond van bovengenoemd argument, niet van zins te zijn mee te werken aan het versoberen van de militaire pensioenen in 2016. Reden hiervoor is dat GOV|MHB van mening is dat deze Regering weliswaar met de mond belijdt dat het de inzet van militairen erkent en waardeert, maar dat dit niet blijkt uit haar daden. Hierbij is de versobering van de militaire pensioenen slechts één voorbeeld.

     

    Omdat ook in het SOD de stemmen staakten is nu de uitzonderlijke situatie ontstaan dat het bestuur van ABP een besluit moet nemen. Gebonden aan de wetgeving, zoals deze door de huidige Regering is vastgelegd, zal ABP de opbouw van de militaire pensioenen in 2016 verlagen van 1,75% naar 1,657%.

    Een versobering van de militaire pensioenen in 2016 heeft o.a. tot gevolg heeft dat er sprake is van premievrijval, voor zowel de militair als de werkgever.
    Over de premievrijval voor de werkgever is in het SOD afgesproken dat dit geld zal terugvloeien naar de militairen.

     

    Als het aan de GOV|MHB ligt zal deze vrijval worden besteed aan verbeteringen binnen het militaire pensioenstelsel.

  • Pensioen boven de € 101.519 in 2016

    Vanaf 1 januari 2015 bouwen ABP-deelnemers die een inkomen hebben van meer dan € 100.000,- geen pensioen meer op over het inkomensdeel boven de € 100.000,- per 1 januari 2015. Vanaf 1 januari 2016 is dat bedrag geïndexeerd naar € 101.519,-. Deze deelnemers kunnen nog wel vrijwillig een oudedagsvoorziening opbouwen over dat bedrag. U moet daartoe zelf een verzoek doen.

     

     

    In het Prodef bulletin nr. 6, september 2015, is uitgelegd hoe deze zgn. netto pensioenregeling bij ABP werkt. Er is ook aandacht besteed aan het verzekeren van het risico nabestaandenpensioen dat tot uitkering komt vóór de pensioendatum en aan de opbouw van een ouderdomspensioen dat tot uitkering komt ná de pensioendatum. In deze bijdrage wordt een aantal wijzigingen in de regeling besproken dat sindsdien is opgetreden.

     

    Risico nabestaandenpensioen

    Het risico nabestaandenpensioen boven een ton voorafgaand aan de pensioendatum is in 2015 voor betrokkenen geregeld en de premie daarvoor is betaald door Defensie. Dat had te maken met de onbekendheid met en de zeer late invoering van de regeling. Dat gaat veranderen in 2016. Begin 2016 zult uzelf actie moeten ondernemen om dit risico te verzekeren. Defensie heeft u geïnformeerd door middel van voorlichtingsbijeenkomsten en door u per brief informatie te sturen. Op de ABP-site kunt u onder netto pensioen uitrekenen hoe groot het verlies aan risico nabestaandenpensioen is voorafgaand aan de pensioendatum, en ook wat u aan ouderdomspensioen mist ná pensioendatum. Bovendien ziet u meteen de benodigde premie.

    Het risico nabestaandenpensioen kunt u het best verzekeren in de ABP netto pensioenregeling. De premie is laag, de uitkering vult uw pensioenhiaat precies aan en ABP zorgt ervoor dat tegemoet wordt gekomen aan de fiscale eisen. Daar hoeft u zelf niets aan te doen. Bovendien schuift u vanuit de risico nabestaandenregeling die Defensie nu voor u heeft geregeld zo die ABP risico nabestaandenpensioenregeling in zonder medische keuring. Het hiaat in uw risico nabestaandenpensioen is afhankelijk van uw inkomen boven een ton en uw leeftijd. Hoe jonger u bent en hoe groter uw inkomensdeel boven een ton, hoe groter het hiaat. Het kan gaan om duizenden tot tienduizenden euro’s per jaar die uw partner mist zo gauw u komt te overlijden vóór uw pensioendatum. Echt een zaak om rond de kerstdagen eens goed naar te kijken!

     

    Ouderdomspensioen

    In die ABP pensioenregeling kunt u ook verder gaan met de opbouw van uw ouderdomspensioen boven een ton. U kunt ook kiezen voor een netto pensioenregeling bij een verzekeraar die een dergelijk netto product kent, als u niet bij ABP wilt blijven. U kunt ook kiezen voor een netto lijfrenteregeling bij een verzekeraar die zo’n netto product voert. Kies dan vanwege het kostenaspect voor een bankspaarproduct, zoals bijv. de netto lijfrenteregeling van Loyalis, de verzekeraar gelieerd aan ABP.

    Het belangrijke verschil tussen een pensioen- en een lijfrenteproduct is dat in de huidige pensioenwetgeving een pensioen altijd levenslange uitkeringen moet bieden, terwijl een lijfrenteproduct ook een tijdelijke uitkering van minimaal 5 jaar mag zijn. Sommige mensen zullen zeggen dat zij in de eerste, zeg 10 jaar na pensionering, graag meer geld te besteden willen hebben, terwijl anderen zullen denken dat zij het geld ook daarna nodig zullen hebben om (on)verwachte hoge zorgkosten te kunnen betalen. Het is een individuele keuze.

    U kunt er ook voor kiezen geld opzij te zetten in een spaar- of beleggingsproduct, te verkrijgen bij veel banken, verzekeraars en vermogensbeheerders. Dat biedt de meeste flexibiliteit. Ga dan niet zo maar voor een bank of verzekeraar, maar kies een prijsvechter die hetzelfde product voor lagere kosten levert. En uiteindelijk kunt u ook niets doen als u na analyse tot de conclusie komt dat het niet nodig is om meer pensioen op te bouwen dan u nu doet tót die grens van € 100.000,-.

    Medische keuring

    Als u alleen maar gaat sparen of beleggen en niets verzekeren (overlijdensrisico of arbeidsongeschiktheid) dan loopt u niet tegen het fenomeen van de medische keuring aan. Doet u dat wel, dan zal er buiten ABP en Loyalis altijd eerst naar uw gezondheid worden gevraagd, waarna eventueel een medisch onderzoek volgt.

    In het geval van het risico nabestaandenpensioen dat Defensie in 2015 voor u heeft verzekerd bij Loyalis, is er geen sprake van een medische keuring als u voor 1 april 2016 een individueel risico nabestaandenpensioen verzekert bij ABP in de netto pensioenregeling. Als u zich vóór 1 april 2016 bij ABP meldt voor een ouderdomspensioen is er ook geen medische keuring. Datzelfde geldt overigens ook als u in 2016 een individuele netto lijfrenteregeling aanvraagt bij Loyalis. Vraagt u deze verzekering aan bij een andere verzekeraar dan zal er altijd naar uw gezondheid worden gevraagd. Dat kan leiden tot een hogere premie vanwege het hogere risico voor de verzekeraar, of tot uitsluiting van de verzekering.

     

    Mensen met een ontslaguitkering van Defensie

    Ook gewezen werknemers bij Defensie met een UGM- of SBK-uitkering en mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering die op 1 oktober 2015 reeds premievrij deelnemen, die als werknemer een inkomen hadden boven een ton, kunnen meedoen aan de ABP netto pensioenregeling. Ook voor hen is het raadzaam de rekentool op de ABP website te gebruiken om te bezien hoe groot de pensioenschade is en eventueel actie te ondernemen.

    Ook voor deze ex-defensiemedewerkers heeft Defensie in 2015 een risico nabestaandenverzekering afgesloten bij Loyalis. Loyalis heeft intussen deze mensen bericht dat deze risicoverzekering eindigt per 31 december 2015.

    NB: De fiscus is pas in november 2015 akkoord gegaan met deelneming van ex-defensiemedewerkers met een ontslaguitkering aan de ABP netto pensioenregeling. Eerder stond de regeling alleen open voor actieve werknemers. Op dat moment had het ABP niet meer de tijd om al deze betrokken ex-defensiemedewerkers nog op tijd van de nodige informatie te voorzien. Het volgende hebben we met het ABP afgesproken.

    Als u een ontslaguitkering van Defensie geniet (UGM/SBK/FLO) en uw geïndexeerde inkomen ligt op 1 januari 2016 boven de € 101.519,-, dan krijgt u in de week voor Kerstmis een brief van het ABP met daarin de informatie dat u aan die netto regeling mee kunt doen. Omdat de tijd tot 1 januari 2016 dan wel kort is om nog vóór die datum uw inschrijving rond te krijgen, heeft Defensie besloten voor deze ex-defensiemedewerkers de risico nabestaandenverzekering bij Loyalis nog 3 maanden door te laten lopen tot 1 april 2016, zodat u de tijd heeft om u te oriënteren.

     

    Netto pensioen over 2015 in 2016

    Het is vanaf 1 januari 2016 voor de betrokken groep (ex) defensiemedewerkers ook mogelijk om premie te storten over 2015, om zo nog met terugwerkende kracht netto pensioen over 2015 op te bouwen. 

  • Pensioen boven een ton

    Het kabinet vindt dat er in Nederland te ruimhartige fiscaal gefaciliteerde pensioenen worden opgebouwd. Vanaf 1 januari 2015 kan er daarom in Nederland bij wet geen fiscaal begunstigd pensioen meer opgebouwd worden over het inkomensdeel boven de € 100.000,-. Dat leidt tot een gat in het nabestaandenpensioen en tot een verminderde opbouw van ouderdomspensioen.

     

    Een oudedagsvoorziening opbouwen over dat inkomensdeel boven die ton is overigens nog steeds mogelijk, maar is vrijwillig en wordt niet langer fiscaal ondersteund. Dat wil zeggen dat de ingelegde premie niet meer aftrekbaar is voor de inkomstenbelasting, maar dat de uitkering ook niet wordt belast.

     

    Defensie

    Ook bij Defensie werken mensen met een inkomen groter dan een ton. Dat zijn militairen met de rang kolonel en hoger en burgerambtenaren in schaal 16 en hoger. De € 100.000,- grens gaat uit van een full time dienstverband (deeltijdfactor 1). Werkt u meer dan full time (deeltijdfactor groter dan 1) en verdient u meer dan € 100.000,-, dan bouwt u over dat bedrag boven € 100.000 geen pensioen op. Werkt u part time (deeltijdfactor kleiner dan 1) en verdient u minder dan € 100.000,-, maar zou u bij full time werken meer dan € 100.000,- verdienen, ook dan wordt u begrensd in uw pensioenopbouw. Voor deze mensen gaat de vraag spelen of zij tot reparatie overgaan of niet. Omdat de meeste betrokken inkomens de € 100.000,- niet sterk overschrijden is de invloed op het ouderdomspensioen misschien nog te overzien en het probleem daar speelt op de langere termijn.

     

    Nabestaandenpensioen
    De invloed op het nabestaandenpensioen (= partnerpensioen) werkt echter wel meteen door en kan afhankelijk van de persoonlijke situatie reden zijn om tot reparatie over te gaan. Het gaat hier dan om het nabestaandenpensioen dat tot uitkering komt als de burgerambtenaar of de militair komt te overlijden vóór de pensioendatum. Voor dit nabestaandenrisico heeft Defensie reeds voor het jaar 2015 een collectieve risicoverzekering voor de betrokken medewerkers voor één jaar afgesloten d.m.v. een nabestaandenlijfrente bij Loyalis, de verzekeraar gelieerd aan het ABP. Betrokkenen zijn d.m.v. een brief van Defensie daarvan op de hoogte gesteld. Deze risicoverzekering eindigt per 31 december 2015 en dan zult u zelf uw afweging moeten maken. Op de site van ABP (www.abp.nl/nettopensioen) vindt u een rekenmodule om het gat in uw individuele nabestaandenvoorziening te berekenen. Neemt u uw pensioendaling voor lief, dan is het advies toch te kijken naar de effecten op dit risico nabestaandenpensioen. De afdekking van het nabestaandenrisico kent geen keuzes. Afdekking kan alleen voor het gehele hiaat tegen de 100% premie.

     

    Ouderdomspensioen
    De pensioenopbouw vóór 2015 gebeurde over uw gehele salaris, inclusief het deel boven de € 100.000,- en dat opgebouwde pensioen wordt door deze aftoppingsmaatregel niet aangetast. Pas vanaf 1 januari 2015 bouwt u geen pensioen meer op over uw salarisdeel boven de € 100.000,-. De aantasting van uw pensioen is dus groter naarmate u een hoger salaris heeft boven een ton en naarmate u meer dienstjaren heeft tot aan uw pensioendatum. Omdat de meeste ambtenaren pas vanaf een hogere leeftijd een salaris van boven een ton toucheren, zou de schade mee kunnen vallen. Ook hier bewijst de rekenhulp op de ABP-site zijn werk. Op die site ziet u in uw individuele situatie hoe groot uw pensioengat is. Het nabestaandenpensioen dat tot uitkering komt als de burgerambtenaar of militair komt te overlijden ná de pensioendatum, is een afgeleide van het opgebouwde ouderdomspensioen. Ook dat nabestaandenpensioen (partnerpensioen) zal dus in gelijke mate dalen met het ouderdomspensioen.

     

    ABP netto-pensioen
    Werknemervertegenwoordigers in de Pensioenkamer, ook de GOV|MHB, wilden van meet af aan dat voor betrokkenen een pensioenproduct werd ontwikkeld voor pensioenopbouw boven een ton. Werkgeververtegenwoordigers wilden daar eerst niets van weten en vonden in het kielzog van het kabinet dat iedereen met een inkomen boven een ton het zelf maar moest uitzoeken. In de markt bij commerciële verzekeraars zouden voldoende alternatieven voorhanden zijn. Na veel geduw en getrek is er dan toch zo’n netto pensioenregeling boven een ton bij het ABP gekomen. Het wordt van kracht per 1 oktober 2015. Het heet netto pensioen omdat de bruto in te leggen premie ook de netto premie is omdat er geen belastingaftrek plaatsvindt. Het netto pensioenproduct is een vrijwillige regeling, u hoeft er niet aan mee te doen. Als u er wel aan mee doet kunt u op ieder moment weer stoppen. Dit in tegenstelling tot de bruto pensioenregeling onder de ton die voor alle ambtenaren een verplichte deelname bij ABP regelt.

     

    Netto lijfrente
    Betrokkenen kunnen in plaats van meedoen aan de netto pensioenregeling bij het ABP, ook een netto lijfrente aankopen bij Loyalis of een andere (commerciële) verzekeraar. Daar kunt u eenzelfde oudedagsvoorziening aankopen. Een lijfrente is eigenlijk hetzelfde als een pensioen, met dit verschil dat u dat individueel doet bij een verzekeraar/bank (banksparen) naar keuze, zonder inmenging van de werkgever. Het gevolg is dat een lijfrente ook wat flexibeler is.

     

    Vrije vermogensopbouw
    Als derde mogelijkheid is er de opbouw van een oudedagsvoorziening door vrije vermogensopbouw in box 3. Dat kan door sparen en/of beleggen op een beleggingsrekening bij een bank , door kunst te verzamelen of onroerend goed aan te kopen, of hoe dan ook.

     

    Keuzes
    De overheid die zich terugtrekt uit de sociale verzekeringen en collectieve voorzieningen maakt het er voor u niet gemakkelijker op. Naast de keuze of u überhaupt pensioen wilt opbouwen over uw inkomensdeel boven een ton, is er dus de keuze tussen de netto pensioenregeling bij ABP, de netto lijfrenteregeling bij Loyalis of een andere verzekeraar, of vrije vermogensopbouw. En uiteindelijk zult u moeten beslissen of u alleen het risico van het verlaagde nabestaanden/partnerpensioen dat tot uitkering komt bij uw overlijden vóór uw pensioendatum wilt verzekeren, en/of ook een ouderdoms- en/of nabestaandenpensioen wilt opbouwen dat tot uitkering komt bij uw overlijden ná uw pensioendatum.
    De rekenhulp op de ABP-site geeft u naast de grootte van uw individuele pensioengat ook de mogelijkheden van reparatie en de daarbij horende premies. U kunt kiezen uit drie opties:
    1. Alleen dekking van het nabestaandenpensioen in de opbouwfase vóór pensioendatum;
    2. Alleen opbouw van een individueel kapitaal voor het ouderdoms/partnerpensioen na pensioendatum;
    3. Beide.

     

    Kenmerken ABP netto pensioen
    • Opbouw
    Voor de opbouw van uw eigen ouderdomspensioen en eventueel een nabestaandenpensioen bestaat er dus de ABP netto pensioenregeling. Dit is een zgn. premieovereenkomst (beschikbare premieregeling). U bouwt een individueel kapitaal op en op pensioendatum besluit u hoe u dat kapitaal gaat inzetten; alleen als ouderdomspensioen of misschien ook als nabestaandenpensioen. Er bestaat in het netto pensioen geen garantie qua uitkering. De uitkering op pensioendatum wordt gebaseerd op de hoogte van het opgebouwde kapitaal (premie + rendement) en de rentestand van het moment van aankoop.

    Bij de opbouw van het kapitaal geldt een zgn. premiestaffel die meeloopt met de leeftijd. Hoe ouder u bent, hoe hoger de maximaal in te leggen premie. De gedachte is dat het uiteindelijke rendement afneemt naarmate de beleggingstijd verkort, en dat er daarom voor de opbouw van eenzelfde groot pensioen meer premie kan worden ingelegd. U kunt kiezen voor 100%, 75%, 50% en 25% inleg van de maximale premie.

     

    ABP belegt uw geld volgens de vastgestelde ABP beleggingsmix die ook wordt gebruikt voor het vermogen in het verplichte pensioendeel onder een ton en daar heeft u geen invloed op. ABP hanteert daarin de systematiek van het life cycle beleggen. Uw individuele kapitaal wordt afhankelijk van uw leeftijd meer of minder risicovol belegd. Naarmate uw leeftijd de pensioendatum nadert wordt het risicovolle deel steeds meer afgebouwd. Bij een verzekeraar kunt u meestal zelf het beleggingsrisico bepalen doordat u daar kunt kiezen uit allerlei fondsen. Let echter wel op de kosten, bancair gaan kan helpen.

     

    • Uitkeren
    U kunt bij aankoop van de uitkering shoppen, d.w.z. dat u na een aantal offertes zelf bepaalt of u de uitkering laat lopen bij het pensioenfonds waar u op dat moment pensioen opbouwt, of bij een verzekeraar. U kunt dus uw kapitaal opbouwen bij ABP en dit vervolgens in een periodieke uitkering laten omzetten bij ABP zelf, maar ook bij een verzekeraar naar keuze, bijv. Loyalis of OHRA.

     

    Dat shoppen is een interessante mogelijkheid omdat ABP in de opbouwfase een netto pensioenproduct biedt met lage kosten dat aansluit bij uw onderliggende verplichte pensioenopbouw onder een ton. Echter, in de uitkeringsfase kent een pensioenproduct enkele nadelen. Allereerst is een pensioen altijd levenslang. De keuze voor een tijdelijke uitkering is niet mogelijk. Een uitkerende lijfrente kan wel voor een tijdelijke termijn worden afgesloten. Ten tweede loopt uw pensioenuitkering mee in de indexatie van het ABP. Dat kan betekenen dat het wordt geïndexeerd, maar ook dat het niet wordt geïndexeerd en zelfs gekort. Bij een uitkerende lijfrente kunt u kiezen voor wel of niet indexatie en de verzekeraar is daar aan gehouden. Korten is niet mogelijk, behalve in het geval de verzekeraar failliet gaat. Ten derde zal uw netto pensioenuitkering bij ABP vanwege de lage dekkingsgraad momenteel zo’n 30% lager uitvallen dan die bij een verzekeraar die u voor dezelfde koopsom een lijfrente aanbiedt.

     

    Het opgebouwde kapitaal bij zowel pensioenfonds als pensioenverzekeraar is vrijgesteld van de vermogensrendementsheffing in box 3.

     

    Net als het pensioen onder een ton valt het pensioen opgebouwd over het inkomen boven een ton onder de werking van de Pensioenwet en de Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding. Bij scheiding kunt u dus een deel kwijt zijn.

     

    Een belangrijke zaak is nog de medische keuring die bij het ABP netto pensioenproduct niet wordt gedaan, mits u zich vóór 1 januari 2016 aanmeldt. Overschrijdt uw pensioengevend salaris pas ná 1 januari 2016 de grens van een ton, ook dan is aanmelding binnen drie maanden na die datum voldoende om niet medisch te worden gekeurd. Na die drie maanden wordt een geneeskundige verklaring noodzakelijk en indien deze verklaring leidt tot vragen, volgt er wel een medische keuring. Bij een verzekeraar, bij aankoop van een lijfrente, zal er altijd om een geneeskundige verklaring worden gevraagd, dat wil zeggen als u een nabestaanden- of een arbeidsongeschiktheidsrisico wilt afdekken, en dus volgt eventueel een medisch onderzoek dat kan leiden tot uitsluiting of een hogere premie.

     

    Als het goed is hebben de mensen die in hun pensioen worden afgetopt, medio september een brief van ABP in huis gekregen met uitleg van de pensioenaftopping en dat ze zich kunnen aanmelden voor de netto pensioenregeling. Op de ABP website vindt u veel informatie over de uitwerking van het pensioen en de kosten bijv.

     

     

     

     

Verenigingen

logo KVMO DIAP

KVNRO

nov

Contact

Koninginnegracht 19
2514 AB Den Haag

070 - 383 95 04