Nr. 3 | Mei 2015

Hieronder vindt u de verwijzingen naar de achtergrondartikelen bij het ProDef BULLETIN nr. 3 | Mei 2015:

 

Pag. 4. Arbeidsvoorwaardenoverleg
- Arbeidsvoorwaarden deelakkoord een feit

 

Pag. 6. Medezeggenschap
- Medezeggenschapsverkiezingen

 

Pag. 10. Pensioenen
- CMHF-pensioenmiddag: 11 mei
- Inhouding VUT-equivalent stopt

 

Gezamenlijke aanschaf militair materieel

In de afgelopen jaren is er veel te doen geweest rond de gezamenlijke aanschaf van defensiematerieel door landen. D´66 gaat zelfs zo ver, door verlaging van het Nederlandse defensiebudget, gezamenlijke aankopen af te dwingen. Boze tongen beweren overigens dat dit alleen de stok was om de hond mee te slaan, een legitimatie voor een verdere bezuiniging op Defensie.

 

De nationale economie staat centraal in deze discussie. Dat maakt dat het bestellen bij nationale bedrijven de politieke voorkeur heeft. De vraag is vervolgens; waar laten deze nationale bedrijven het werk uitvoeren? Fabriceert Ten Cate onze gevechtspakken in Nederland of in Indonesië? Wij bestellen schepen bij Damen Shipyards, maar deze worden op heel andere locaties in de wereld in elkaar gelast. Bijna alle bedrijven waar wij materieel bestellen zijn mondiaal georganiseerd. Staten zijn de laatste die nog vasthouden aan grenzen. Bedrijven, ngo’s, maar ook terroristen, maken alleen maar gebruik/misbruik van grenzen. Wij zouden ons dan ook bij aanschaf niet op nationale bedrijven moeten richten, maar zeker moeten stellen dat wij wel technologische kennis verwerven en dat de productie- of compensatieorders in Nederland plaatsvinden.

 

De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV, nr. 78, januari 2012) heeft in een rapport een aantal adviezen gegeven. Een daarvan is niet meteen te komen tot volledige Europese samenwerking, maar eerst een tussenstap te maken, i.c. de samenwerking te zoeken tussen landen die voor wat betreft dreiging, cultuur en wijze van optreden het best bij elkaar passen (clusters van landen). Voor het CLAS zou hieruit de lijn te destilleren zijn om de samenwerking te zoeken met in eerste instantie Duitsland en Polen en in tweede instantie met de Scandinavische landen. Dat zou betekenen dat er op politiek en militair niveau nu al overleg zou moeten plaatsvinden, om de toekomstige investeringen in de tijd op elkaar af te stemmen. Maar ook overleg met de Tweede Kamer, om te accepteren dat er op basis van andere criteria, materieel zal worden gekocht.

 

Een andere optie kan zijn dat de samenwerking niet gebaseerd is op cultuur, dreiging etc., maar juist op basis van gezamenlijke materieelaankopen. De JSF heeft alles in zich om hiervan een voorbeeld te zijn. Diepgaande samenwerking tussen de Europese en wellicht wereldwijde, JSF-landen op het gebied van opleiding, onderhoud en uiteindelijk ook van training. En als klap op de vuurpijl, een gezamenlijke DMO-functie met een groot aantal landen?
Het poolen van stafcapaciteit.

 

Nederland staat voor grote aankopen, zoals de vervanging van wielvoertuigen, fregatten en onderzeeboten. De vraag
is nu; wat wordt de visie achter het aanschafproject? En hiervan afgeleid, gaan wij weer traditioneel een Programma van Eisen formuleren en daar de middelen bij kopen of nog erger, laten ontwikkelen? Of wordt de clustergedachte centraal gesteld? Wordt het kopen van de plank, of wordt er een consortium gevormd van landen die volgtijdelijk dezelfde behoefte hebben en uitspreken dat zij een uniform product zullen afnemen? Met een contract dat voorziet in prijs en levertijd. Niet op tijd leveren betekent in principe van de plank kopen. Dus niet zoals bij de NH-90 en veel van de voorgaande Europese samenwerkingsprojecten.

 

Deze vragen zouden tot een echt inhoudelijk-politieke discussie leiden!!