Inzetbrief CMHF-sector Defensie voor het arbeidsvoorwaardenoverleg 2014 e.v.

Morgen, 1 oktober 2014, is het exact één jaar en zeven maanden geleden dat het laatste arbeidsvoorwaardenakkoord voor de sector Defensie afliep. Mede omdat het Kabinet heeft aangegeven ruimte te zien voor loonsverbetering voor ambtenaren is de CMHF-sector Defensie van mening dat het meer dan de hoogste tijd is om aan te vangen met het proces dat moet leiden tot een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord. Dit past ook binnen de afspraken die gemaakt zijn tussen de minister van Defensie en de Centrales van Overheidspersoneel.

 

Het proces van het arbeidsvoorwaardenoverleg vangt aan met de inzet van alle partijen.
De CMHF-sector Defensie trekt hierin samen op met de overige Centrales van Overheidspersoneel, o.a. in de vorm van een gezamenlijke inzetbrief.

 

Dit laat onverlet dat de CMHF-sector Defensie eigen speerpunten heeft voor het komende arbeidsvoorwaardenoverleg.
Deze speerpunten staan hieronder verwoord:

 

Arbeidsvoorwaardenoverleg 2014-2015
Inzet CMHF-sector Defensie

‘Tijd voor herstel’

1. Inleiding
De kredietcrisis heeft Nederland hard getroffen. Als gevolg hiervan hebben de afgelopen kabinetten grote bezuinigingen doorgevoerd. Bezuinigingen die elke Nederlander hebben geraakt én bezuinigingen die daarbovenop specifiek Defensie en elke individuele defensiemedewerker hebben geraakt. De meest in het oog springende maatregelen van de afgelopen jaren zijn de bezuinigingsopdracht van bijna één miljard euro die Defensie in 2010 opgedragen heeft gekregen, de bijna 300 miljoen euro aanvullende bezuiniging in de Nota ‘In het belang van Nederland’ in 2013, de opeenvolgende jaren nullijn voor overheidspersoneel én voor militairen de invoering van de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL). Daarnaast wordt gemakshalve vergeten dat in de koopkrachtcijfers van het Centraal Plan Bureau wordt gerekend met de gemiddelde CAO-loonstijging in de markt. De nullijn van de afgelopen jaren hebben daarmee dus een grotere impact op de koopkracht van de defensiemedewerker als de cijfers van het CPB doen geloven.

 

Zowel begin 2009 als begin 2012 hebben Defensie en de Centrales van Overheidspersoneel reeds hun verantwoordelijkheid genomen. Beide keren is gekomen tot een zeer forse loonmatiging. Loonmatigingen die, samengenomen, zelfs groter waren dan passend bij de financiële situatie waarin Nederland zich de afgelopen jaren heeft bevonden. Deze loonmatigingen hebben onder andere tot gevolg dat de concurrentiepositie van Defensie op de arbeidsmarkt aanmerkelijk is verslechterd.
Tekenend hiervoor is het feit dat in deze tijd van laagconjunctuur het defensiepersoneel de organisatie sneller verlaat dan dat er nieuw personeel binnenkomt. De werklast en werkdruk nemen hierdoor nog verder toe met alle ongewenste gevolgen van dien.

 

Dit wordt versterkt door de demografische ontwikkelingen (o.a. vergrijzing, ontgroening) die met name de aankomende jaren ook Defensie zullen raken. Investeringen in de aantrekkelijkheid van Defensie als werkgever en in het defensiepersoneel zijn daarom volgens de CMHF-sector Defensie noodzakelijk.

 

De afgelopen jaren is uit meerdere onderzoeken naar voren gekomen dat Defensie niet behoort tot de meest populaire werkgevers onder de middelbaar en hoger opgeleiden.
In het verleden, in tijden van hoogconjunctuur, gaf dit alleen problemen bij de werving. Heden ten dage toont de hoge irreguliere uitstroom van met name jonge, ervaren (onder)officieren aan dat Defensie zelfs door het eigen personeel niet meer als een populaire werkgever wordt beschouwd. Er is sprake van een groot gebrek aan vertrouwen in de ambtelijke- en politieke leiding van het departement. Het personeel ervaart te vaak dat de erkenning en waardering wel met de mond wordt beleden, maar zich niet uit in concrete maatregelen.

 

De uitdaging voor Defensie is dus duidelijk: Het is tijd voor herstel. Herstel van de koopkracht én herstel van het vertrouwen.
Voor het eerst is er sprake van een trendbreuk als het gaat om de defensiebegroting. In plaats van verdere bezuinigingen is er sprake van ‘extra’ geld. Deze trendbreuk dient ook zijn weg te vinden naar de koopkracht van het defensiepersoneel.

 

2. Algemeen uitgangspunt
De huidige economische situatie en de maatregelen die de achtereenvolgende kabinetten hebben genomen om deze crises het hoofd te bieden, betekenen dat elke defensiemedewerker hierdoor financieel geraakt is. De CMHF-sector Defensie is daarom een tegenstander van verschuivingen binnen de bestaande arbeidsvoorwaarden, wanneer hierbij een specifieke groep medewerkers financieel (veel) moet inleveren ten behoeve van een beperkte verbetering van de financiële arbeidsvoorwaarden van de overige defensiemedewerkers. De CMHF-sector Defensie zal voorstellen hiervoor in voorkomend geval dan ook uitermate kritisch beoordelen.

 

3. Looptijd
De economische situatie is diffuus. Een licht economisch herstel heeft zich weliswaar ingezet, maar is nog fragiel. Daarom is de CMHF-sector Defensie voorstander van een beleidsarm arbeidsvoorwaardenakkoord met een beperkte looptijd.

 

4. Inkomensontwikkeling

a. Sinds het begin van de crises hebben Defensie en de Centrales van Overheidspersoneel reeds hun verantwoordelijkheid genomen. Beide keren is gekomen tot een zeer forse loonmatiging. De CMHF-sector Defensie staat daarom een verantwoorde loonontwikkeling voor. Hierbij denkt de CMHF-sector Defensie aan zowel een structurele verhoging van de huidige salarisbedragen in de schalen als aan een verdere verhoging van de eindejaarsuitkering, om op korte termijn te komen tot een volwaardige eindejaarsuitkering.

 

b. De invoering van de WUL heeft de koopkracht van de militairen onevenredige belast. De CMHF-sector Defensie wenst te spreken over de invulling van de afspraken zoals deze begin 2013 zijn gemaakt over een structurele compensatie.

 

5. Baan-/werkbehoud
Als gevolg van de demografische opbouw van het personeelsbestand bij Defensie én de hoge irreguliere uitstroom stevent Defensie, ondanks de forse afname van het aantal functies als gevolg van de bezuinigingen, af op een ondervulling per 1 januari 2016.
Toch bevinden zich nog veel defensiemedewerkers in een positie waarbij zij de defensieorganisatie gedwongen zullen moeten verlaten. Hetzij als gevolg van de afspraken in het Sociaal Beleidskader 2012, hetzij als gevolg van de maatregelen in de Nota ‘In het belang van Nederland’.
De CMHF-sector Defensie kan een aanstaande ondervulling niet verenigen met het gedwongen ontslaan van loyaal personeel. De CMHF-sector Defensie wenst daarom te spreken over het behoud van personeel.

 

6. AOW-gat
De ophoging van de AOW-leeftijd heeft er voor zorggedragen dat oud-militairen met een uitkering op grond van de Uitkeringswet Gewezen Militairen een AOW-gat kennen.
Dit geldt tevens voor oud-burgermedewerkers die gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om voor de oorspronkelijke AOW-leeftijd te stoppen met werken.
Een AOW-gat dat in de komende jaren oploopt tot 24 maanden.
De CMHF-sector Defensie wenst daarom te spreken over de invulling van de afspraken zoals deze zijn gemaakt over de reparatie van dit AOW-gat.

 

7. Toelages tijdens operationele inzet, varen en oefenen
a. De VVHO-toelage is bedoeld als afkoop van de extra arbeidsuren die de militair maakt, bovenop de 38 uur per week waarvoor deze reguliere wedde ontvangt. Zowel de huidige opzet, alsook de hoogte van deze toelage, maakt dat deze toelage ver weg blijft van hetgeen gebruikelijk is in Nederland als vergoeding voor extra arbeidsuren aan een werknemer toe te kennen;


b. Wanneer militairen oefenen onder klimatologisch zware omstandigheden ontvangen zij hiervoor een aanvullende vergoeding. Wanneer militairen voor ernstinzet onder dezelfde omstandigheden worden ingezet ontvangen zij hiervoor deze aanvullende vergoeding niet;


c. Op grond van de huidige regelgeving is het voor de militair zowel qua omstandigheden als op financiële gronden gunstiger om in Nederland tijdens zaterdagen, zondagen en feestdagen (ZZF-dagen) diensten te draaien, dan gedurende diezelfde dagen te varen, oefenen of ingezet te zijn tijdens een ernstmissie.

De CMHF-sector Defensie wenst daarom te spreken over de huidige opzet en de hoogte van de VVHO-toelage, over de toekenning van de aanvullende vergoeding voor inzet onder klimatologisch zware omstandigheden én over de compensatie voor ZZF-dagen tijdens het varen, het oefenen en tijdens operationele inzet.

 

8. Werktijden
Als gevolg van de hedendaagse technische mogelijkheden, zoals de telestick en smartphones, wordt van het defensiepersoneel meer dan ooit gevraagd om ook na werktijd ‘ongevraagd’ bereikbaar te zijn. Hiermee vervaagt de grens tussen de tijd die de defensiemedewerker werkt en vrij is. De CMHF-sector Defensie is van mening dat dit een ongewenste tendens is. Om die reden wenst de CMHF-sector Defensie daarom te spreken over herbevestiging van de grens tussen werk- en vrije tijd.

 

9. Specifieke maatregelen
a. Burgerpersoneel bij Defensie:
De CMHF-sector Defensie constateert dat de grondslagen voor diensttijdgratificaties voor het burgerpersoneel afwijken van de grondslagen voor de diensttijdgratificaties van militairen.
De CMHF-sector Defensie is van mening dat de grondslagen voor de diensttijdgratificaties voor het burgerpersoneel dezelfde zouden moeten zijn als die voor militairen.


b. Reservisten:
1) In de regelgeving staat opgenomen dat een Commandant van een
operationeel commando de Reservist Specifieke Deskundigheid een arbeidsmarkttoelage kan toekennen. Deze toelage is bedoeld als tegemoetkoming voor de Reservist Specifieke Deskundigheid tussen de wedde bij Defensie en het inkomen in de civiele functie.
De CMHF-sector Defensie constateert dat een verschil tussen de wedde bij Defensie en het civiele inkomen eveneens kan bestaan bij de Reservist Algemene Taken.
Om die reden is de CMHF-sector Defensie van mening dat er gesproken moet worden over de huidige wijze van het toekennen van de arbeidsmarkttoelage.


2) De CMHF-sector Defensie constateert dat het bestand aan reserveofficieren vergrijst. Om die reden is de CMHF-sector Defensie een voorstander van het intensiveren van de werving van reserveofficieren.
c. Overwerkvergoeding KLTZ/LKOL en BS 11 & 12:
De CMHF-sector Defensie is van mening dat de tijdelijke maatregel overwerkvergoeding KLTZ/LKOL en BS 11 & 12 ter grootte van 1/330 van het maandloon dient te worden omgezet in een structurele overwerkvergoeding, uiteindelijk uitkomend op 1/165 van het maandloon.
d. Vergoeding voor beschikbaarheid en bereikbaarheid KLTZ/LKOL en BS 11 & 12:
De CMHF-sector Defensie constateert dat de afgelopen jaren de KLTZ/LKOL en BS 11 & 12 in toenemende mate de verplichting wordt opgelegd zich op een bepaalde plaats beschikbaar of bereikbaar te houden, dan wel binnen een bepaald gebied te verblijven en/of zich op bepaalde tijdstippen te melden met het oog op eventuele dienstverrichting ,zonder dat hier een vergoeding tegenover staat. Gezien deze ontwikkeling acht de CMHF-sector Defensie het niet meer dan logisch dat hier dan óók een vergoeding tegenover staat.

 

10. Afsluitend
Sinds het begin van de financiële crisis hebben Defensie en de defensiemedewerkers klap op klap moeten verduren. Waar eind 2013 sprake leek te zijn van een begin van een trendbreuk, als gevolg van het Herfstakkoord, is in dat geval deze trendbreuk volledig voorbij gegaan aan het defensiepersoneel. Nu, in 2014, kan hier volgens de CMHF-sector Defensie absoluut geen sprake van zijn.

Het is tijd voor herstel. Herstel van de koopkracht én herstel van het vertrouwen. Het defensiepersoneel heeft de afgelopen jaren bovenmatig bijgedragen ten behoeve van het herstel in het belang van Nederland. Nu is het tijd voor een bovenmatige inhaalslag.