


CAO 2014-2015
-
Centrales sturen gezamenlijke inzetbrief aan Defensie
De Samenwerkende Centrales van Overheidspersoneel binnen de sector Defensie hebben vandaag hun gezamenlijke inzetbrief voor het komende arbeidsvoorwaardenoverleg bij de werkgever Defensie neergelegd.
De belangrijkste onderwerp in de inzetbrief is de aanmerkelijke verbetering van de koopkracht van het defensiepersoneel.
De Centrales vinden het tevens belangrijk dat nu eindelijk de eerste concrete stappen gezet worden om te komen tot een modernisering van het complete pakket aan arbeidsvoorwaarden, als onderdeel van het personeelsbeleid, bij Defensie. Recente ontwikkelingen op het gebied van wetgeving hebben er mede toe bijgedragen dat de huidige regelgeving op sommige onderwerpen te kort schiet. Een kenmerkend voorbeeld hiervan is het ontstane AOW-gat.
Daarnaast hebben de Centrales nog enkele andere onderwerpen ingebracht waarvan zij vinden dat er verbeteringen noodzakelijk zijn.
Met deze gezamenlijke inzetbrief geven de Centrales tevens het signaal af dat zij, ondanks de soms verschillende opvattingen over bepaalde onderwerpen, eensgezind zijn waar het gaat om het komende arbeidsvoorwaardenoverleg: na alle mooie woorden van waardering aan het adres van het defensiepersoneel is het nu meer dan de hoogste tijd om deze waardering om te zetten in klinkende daden.
Lees hier de gezamenlijke inzetbrief van de Samenwerkende Centrales van Overheidspersoneel >>>
-
Eerste Deelakkoord een feit
Drie van de vier Centrales van Overheidspersoneel én Defensie stemmen in met de uitkomst van de eerste onderhandelingsronde in het arbeidsvoorwaardenoverleg. Daarmee is het eerste deelakkoord een feit.
Donderdag 16 april, tijdens de formele terugkoppeling van de achterbanraadplegingen over het eerste deelresultaat, bleken zowel de achterban van de Minister van Defensie (het Kabinet) als de achterban van drie van de vier Centrales van Overheidspersoneel in te stemmen met het eerste deelresultaat. Slechts de achterban van de ACOP (AFMP, Marechausseevereniging en ABVA) kon zich hier niet vinden.
Nu een meerderheid van de Centrales én Defensie ingestemd hebben, is het deelresultaat omgezet in een eerste deelakkoord. Een deelakkoord dat de basis vormt voor de verdere onderhandelingen om te komen tot een allesomvattend arbeidsvoorwaardenakkoord.Niet zonder slag of stoot
Uit de terugkoppeling van de Centrales bleek dat de instemming niet zonder slag of stoot tot stand is gekomen. Het vergde een uitgebreide uitleg van de verschillende onderwerpen in het deelresultaat alvorens de achterban voorzichtig instemming gaf.
De belangrijkste kritiekpunten zijn: het op dit moment uitblijven van daadwerkelijke loonontwikkeling; én de mogelijke (derde) ophoging van de ontslagleeftijd voor militairen in combinatie met de nu geformuleerde, als zeer beperkt ervaren, overgangsregeling.
De gepresenteerde denkrichtingen voor de verdere uitwerking en het gegeven dat de echte uitwerking van de wijzigingen in FPS, het loongebouw, de diensteinderegeling en het pensioenstelsel later nog aan de achterban ter goedkeuring wordt voorgelegd, zorgde voor instemming.Lees hier de volledige verklaring van duovoorzitter Marc de Natris tijdens het Sector Overleg Defensie.
GOV|MHB
Het bestuur van de GOV|MHB is gematigd positief dat een meerderheid van de Centrales hebben ingestemd met dit eerste deelakkoord. Gematigd, omdat zij de gevoelens begrijpt die leven bij het defensiepersoneel waar het gaat om het uitblijven van de (financiële) waardering en het onbegrip voor de professie van de militair, wat wordt versterkt door het wantrouwen in de ambtelijke leiding van het departement. Het bestuur van de GOV|MHB ziet dit eerste deelakkoord én de komende onderhandelingen dan ook als de ultieme lakmoesproef voor de ambtelijke leiding van Defensie om het defensiepersoneel het ongelijk aan te tonen. In de komende onderhandelingen staat niet alleen het resterende vertrouwen in de ambtelijke leiding op het spel, maar ook het functioneren van de Krijgsmacht. De GOV|MHB is er namelijk van overtuigd dat wanneer Defensie geen positief tegenwicht weet te bieden aan de nu heersende gevoelens, de braindrain nog grotere vormen zal aannemen én dat Defensie nog meer dan nu zal worden gezien als een onbetrouwbare en onaantrekkelijke werkgever. Met alle gevolgen voor de vulling en daarmee de inzetbaarheid van de krijgsmacht.
Voor wat betreft het bestuur van de GOV|MHB zijn de komende onderhandelingen dan ook cruciaal.
Succes is echter op voorhand niet gegarandeerd. De onderhandelaars van de Centrales en van Defensie hebben nog een moeilijke en uitdagende klus te klaren.
Het bestuur van de GOV|MHB vindt het daarom betreurenswaardig dat de ACOP haar achterban niet heeft kunnen overtuigen van het belang van dit eerste deelakkoord en de zekerheden die er in zijn opgenomen. Het begrip ‘samen uit, samen thuis’ is namelijk de hoeksteen van (het functioneren van) Defensie. -
Het eerste deelresultaat: een appreciatie
Hieronder vindt u de appreciatie van het bestuur van de GOV|MHB van het eerste deelresultaat dat de onderhandelaars op 3 maart jl. hebben bereikt.
Algemeen:
Gezien de complexiteit van de onderwerpen, de evenwichtigheid van het pakket én het feit dat het hier slechts een eerste deelresultaat betreft is het bestuur van de GOV|MHB tevreden met de uitkomst.
Het bestuur van de GOV|MHB concludeert dat het resultaat er op het eerste gezicht mogelijk wat mager oogt, maar ziet voldoende aanknopingspunten voor een succesvol vervolg van het arbeidsvoorwaardenoverleg.Inkomenseffecten:
Het binnenhalen van de 0,8% inkomensontwikkeling uit het Pensioenakkoord, inclusief de pensioengevendheid in 2015, is een positief punt. Zeker gezien het feit dat de Politie hier nog over onderhandeld én de Rijksambtenaren hier actie voor voeren.
Het bestuur van de GOV|MHB heeft er daarom begrip voor dat over nadere inkomensontwikkeling, onder meer mogelijk omdat voor ambtenaren de nullijn van tafel is, nog geen overeenstemming is bereikt. Het bestuur is er daarbij van overtuigd dat er in het volgende deelresultaat wederom sprake zal zijn van inkomensontwikkeling.AOW-gat:
Het bestuur van de GOV|MHB had graag gezien dat er nu al volledige duidelijkheid zou bestaan over de compensatie voor het AOW-gat. Het feit dat er nu in ieder geval meer duidelijkheid is over de doelstelling van de compensatie, “het beogen om de negatieve effecten van het ontbreken van de AOW-uitkering te ondervangen”, stemt positief.
Het bestuur van de GOV|MHB spreekt de hoop uit dat op korte termijn volledig duidelijk wordt hoe deze compensatie uitwerkt én zal nadrukkelijk toezien op de afspraak dat de voorziening op 1 oktober 2015 geeffectueerd wordt.FPS en Diensteindestelsel:
Het bestuur van de GOV|MHB onderkent de kansen die het aanpassen van beiden biedt, hoewel op het eerste gezicht de contouren van de plannen m.b.t. het Flexibel Personeelssyteem en het nieuwe Diensteindestelsel niet direct tot vreugde leiden. Voor het bestuur van de GOV|MHB is daarbij duidelijk dat Defensie het nieuwe FPS en het nieuwe Diensteindestelsel dusdanig aantrekkelijk dient te maken voor militairen dat ook zij de voordelen zien van de vernieuwing.
Als Defensie hier niet in slaagt is het voor de GOV|MHB duidelijk dat aanpassing van het FPS en het huidige diensteindestelsel (UGM) grote weerstand zal ondervinden, met alle gevolgen van dien.Pensioen en loongebouw:
Het bestuur van de GOV|MHB deelt het standpunt dat het huidige pensioenstelsel aanpassing vereist. Zowel wetgeving als de betaalbaarheid maken het huidige pensioenstelsel niet veel langer houdbaar. De genoemde uitgangspunten, waaronder een nauwe aansluiting bij het personeelssysteem én evenwichtige pensioenopbouw voor alle generaties, worden door het bestuur van de GOV|MHB gedeeld. Dat daarbij de AOW-leeftijd moet worden gekoppeld aan de pensioenleeftijd is voor het bestuur van de GOV|MHB evident. Anders zou er immers (wederom) sprake zijn van een AOW-gat.Het bestuur van de GOV|MHB onderschrijft de noodzaak dat bij de opzet van een nieuw pensioenstelsel de samenhang met het salarisgebouw bijzondere aandacht verdient. Dat daarbij ook tegelijkertijd het huidige bezoldigingssysteem in beschouwing wordt genomen heeft ook de steun van het bestuur van de GOV|MHB. Hier is naar mening van het bestuur van de GOV|MHB nog winst te behalen voor het defensiepersoneel. Voor het bestuur van de GOV|MHB staat daarbij voorop dat de Bijzondere Positie van de Militair te allen tijde het uitgangspunt moet zijn.
Burgerpersoneel:
Het Bestuur van de GOV|MHB vindt het tenslotte positief dat Defensie nu (eindelijk) werk wil gaan maken van eerder overeengekomen maatregelen t.b.v. de talentontwikkeling, scholing en mobiliteit van het burgerpersoneel. Dat Defensie daarbij loopbaanbegeleiders beschikbaar stelt is een bijkomend positief element.Lees hier het volledige deelresultaat>>>
Kijk hier voor de appreciatie van het bestuur van de GOV|MHB>>>
Positief
Op grond van bovenstaande appreciatie legt het bestuur van de GOV|MHB het nu bereikte eerste deelresultaat dan ook met een positief advies voor aan de leden.
Daartoe zullen leden van het bestuur de komende weken het land in trekken om het bereikte deelresultaat op verschillende locaties toe te lichten.
Aansluitend zal de leden gevraagd worden of ook zij kunnen instemmen met het voorliggende deelresultaat.De locaties en de afsluitende procedure zullen op korte termijn op de ProDef-website worden gepubliceerd.
-
Inzetbrief CMHF-sector Defensie voor het arbeidsvoorwaardenoverleg 2014 e.v.
Morgen, 1 oktober 2014, is het exact één jaar en zeven maanden geleden dat het laatste arbeidsvoorwaardenakkoord voor de sector Defensie afliep. Mede omdat het Kabinet heeft aangegeven ruimte te zien voor loonsverbetering voor ambtenaren is de CMHF-sector Defensie van mening dat het meer dan de hoogste tijd is om aan te vangen met het proces dat moet leiden tot een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord. Dit past ook binnen de afspraken die gemaakt zijn tussen de minister van Defensie en de Centrales van Overheidspersoneel.
Het proces van het arbeidsvoorwaardenoverleg vangt aan met de inzet van alle partijen.
De CMHF-sector Defensie trekt hierin samen op met de overige Centrales van Overheidspersoneel, o.a. in de vorm van een gezamenlijke inzetbrief.Dit laat onverlet dat de CMHF-sector Defensie eigen speerpunten heeft voor het komende arbeidsvoorwaardenoverleg.
Deze speerpunten staan hieronder verwoord:Arbeidsvoorwaardenoverleg 2014-2015
Inzet CMHF-sector Defensie‘Tijd voor herstel’
1. Inleiding
De kredietcrisis heeft Nederland hard getroffen. Als gevolg hiervan hebben de afgelopen kabinetten grote bezuinigingen doorgevoerd. Bezuinigingen die elke Nederlander hebben geraakt én bezuinigingen die daarbovenop specifiek Defensie en elke individuele defensiemedewerker hebben geraakt. De meest in het oog springende maatregelen van de afgelopen jaren zijn de bezuinigingsopdracht van bijna één miljard euro die Defensie in 2010 opgedragen heeft gekregen, de bijna 300 miljoen euro aanvullende bezuiniging in de Nota ‘In het belang van Nederland’ in 2013, de opeenvolgende jaren nullijn voor overheidspersoneel én voor militairen de invoering van de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL). Daarnaast wordt gemakshalve vergeten dat in de koopkrachtcijfers van het Centraal Plan Bureau wordt gerekend met de gemiddelde CAO-loonstijging in de markt. De nullijn van de afgelopen jaren hebben daarmee dus een grotere impact op de koopkracht van de defensiemedewerker als de cijfers van het CPB doen geloven.Zowel begin 2009 als begin 2012 hebben Defensie en de Centrales van Overheidspersoneel reeds hun verantwoordelijkheid genomen. Beide keren is gekomen tot een zeer forse loonmatiging. Loonmatigingen die, samengenomen, zelfs groter waren dan passend bij de financiële situatie waarin Nederland zich de afgelopen jaren heeft bevonden. Deze loonmatigingen hebben onder andere tot gevolg dat de concurrentiepositie van Defensie op de arbeidsmarkt aanmerkelijk is verslechterd.
Tekenend hiervoor is het feit dat in deze tijd van laagconjunctuur het defensiepersoneel de organisatie sneller verlaat dan dat er nieuw personeel binnenkomt. De werklast en werkdruk nemen hierdoor nog verder toe met alle ongewenste gevolgen van dien.Dit wordt versterkt door de demografische ontwikkelingen (o.a. vergrijzing, ontgroening) die met name de aankomende jaren ook Defensie zullen raken. Investeringen in de aantrekkelijkheid van Defensie als werkgever en in het defensiepersoneel zijn daarom volgens de CMHF-sector Defensie noodzakelijk.
De afgelopen jaren is uit meerdere onderzoeken naar voren gekomen dat Defensie niet behoort tot de meest populaire werkgevers onder de middelbaar en hoger opgeleiden.
In het verleden, in tijden van hoogconjunctuur, gaf dit alleen problemen bij de werving. Heden ten dage toont de hoge irreguliere uitstroom van met name jonge, ervaren (onder)officieren aan dat Defensie zelfs door het eigen personeel niet meer als een populaire werkgever wordt beschouwd. Er is sprake van een groot gebrek aan vertrouwen in de ambtelijke- en politieke leiding van het departement. Het personeel ervaart te vaak dat de erkenning en waardering wel met de mond wordt beleden, maar zich niet uit in concrete maatregelen.De uitdaging voor Defensie is dus duidelijk: Het is tijd voor herstel. Herstel van de koopkracht én herstel van het vertrouwen.
Voor het eerst is er sprake van een trendbreuk als het gaat om de defensiebegroting. In plaats van verdere bezuinigingen is er sprake van ‘extra’ geld. Deze trendbreuk dient ook zijn weg te vinden naar de koopkracht van het defensiepersoneel.2. Algemeen uitgangspunt
De huidige economische situatie en de maatregelen die de achtereenvolgende kabinetten hebben genomen om deze crises het hoofd te bieden, betekenen dat elke defensiemedewerker hierdoor financieel geraakt is. De CMHF-sector Defensie is daarom een tegenstander van verschuivingen binnen de bestaande arbeidsvoorwaarden, wanneer hierbij een specifieke groep medewerkers financieel (veel) moet inleveren ten behoeve van een beperkte verbetering van de financiële arbeidsvoorwaarden van de overige defensiemedewerkers. De CMHF-sector Defensie zal voorstellen hiervoor in voorkomend geval dan ook uitermate kritisch beoordelen.3. Looptijd
De economische situatie is diffuus. Een licht economisch herstel heeft zich weliswaar ingezet, maar is nog fragiel. Daarom is de CMHF-sector Defensie voorstander van een beleidsarm arbeidsvoorwaardenakkoord met een beperkte looptijd.4. Inkomensontwikkeling
a. Sinds het begin van de crises hebben Defensie en de Centrales van Overheidspersoneel reeds hun verantwoordelijkheid genomen. Beide keren is gekomen tot een zeer forse loonmatiging. De CMHF-sector Defensie staat daarom een verantwoorde loonontwikkeling voor. Hierbij denkt de CMHF-sector Defensie aan zowel een structurele verhoging van de huidige salarisbedragen in de schalen als aan een verdere verhoging van de eindejaarsuitkering, om op korte termijn te komen tot een volwaardige eindejaarsuitkering.
b. De invoering van de WUL heeft de koopkracht van de militairen onevenredige belast. De CMHF-sector Defensie wenst te spreken over de invulling van de afspraken zoals deze begin 2013 zijn gemaakt over een structurele compensatie.
5. Baan-/werkbehoud
Als gevolg van de demografische opbouw van het personeelsbestand bij Defensie én de hoge irreguliere uitstroom stevent Defensie, ondanks de forse afname van het aantal functies als gevolg van de bezuinigingen, af op een ondervulling per 1 januari 2016.
Toch bevinden zich nog veel defensiemedewerkers in een positie waarbij zij de defensieorganisatie gedwongen zullen moeten verlaten. Hetzij als gevolg van de afspraken in het Sociaal Beleidskader 2012, hetzij als gevolg van de maatregelen in de Nota ‘In het belang van Nederland’.
De CMHF-sector Defensie kan een aanstaande ondervulling niet verenigen met het gedwongen ontslaan van loyaal personeel. De CMHF-sector Defensie wenst daarom te spreken over het behoud van personeel.6. AOW-gat
De ophoging van de AOW-leeftijd heeft er voor zorggedragen dat oud-militairen met een uitkering op grond van de Uitkeringswet Gewezen Militairen een AOW-gat kennen.
Dit geldt tevens voor oud-burgermedewerkers die gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om voor de oorspronkelijke AOW-leeftijd te stoppen met werken.
Een AOW-gat dat in de komende jaren oploopt tot 24 maanden.
De CMHF-sector Defensie wenst daarom te spreken over de invulling van de afspraken zoals deze zijn gemaakt over de reparatie van dit AOW-gat.7. Toelages tijdens operationele inzet, varen en oefenen
a. De VVHO-toelage is bedoeld als afkoop van de extra arbeidsuren die de militair maakt, bovenop de 38 uur per week waarvoor deze reguliere wedde ontvangt. Zowel de huidige opzet, alsook de hoogte van deze toelage, maakt dat deze toelage ver weg blijft van hetgeen gebruikelijk is in Nederland als vergoeding voor extra arbeidsuren aan een werknemer toe te kennen;
b. Wanneer militairen oefenen onder klimatologisch zware omstandigheden ontvangen zij hiervoor een aanvullende vergoeding. Wanneer militairen voor ernstinzet onder dezelfde omstandigheden worden ingezet ontvangen zij hiervoor deze aanvullende vergoeding niet;
c. Op grond van de huidige regelgeving is het voor de militair zowel qua omstandigheden als op financiële gronden gunstiger om in Nederland tijdens zaterdagen, zondagen en feestdagen (ZZF-dagen) diensten te draaien, dan gedurende diezelfde dagen te varen, oefenen of ingezet te zijn tijdens een ernstmissie.De CMHF-sector Defensie wenst daarom te spreken over de huidige opzet en de hoogte van de VVHO-toelage, over de toekenning van de aanvullende vergoeding voor inzet onder klimatologisch zware omstandigheden én over de compensatie voor ZZF-dagen tijdens het varen, het oefenen en tijdens operationele inzet.
8. Werktijden
Als gevolg van de hedendaagse technische mogelijkheden, zoals de telestick en smartphones, wordt van het defensiepersoneel meer dan ooit gevraagd om ook na werktijd ‘ongevraagd’ bereikbaar te zijn. Hiermee vervaagt de grens tussen de tijd die de defensiemedewerker werkt en vrij is. De CMHF-sector Defensie is van mening dat dit een ongewenste tendens is. Om die reden wenst de CMHF-sector Defensie daarom te spreken over herbevestiging van de grens tussen werk- en vrije tijd.9. Specifieke maatregelen
a. Burgerpersoneel bij Defensie:
De CMHF-sector Defensie constateert dat de grondslagen voor diensttijdgratificaties voor het burgerpersoneel afwijken van de grondslagen voor de diensttijdgratificaties van militairen.
De CMHF-sector Defensie is van mening dat de grondslagen voor de diensttijdgratificaties voor het burgerpersoneel dezelfde zouden moeten zijn als die voor militairen.
b. Reservisten:
1) In de regelgeving staat opgenomen dat een Commandant van een
operationeel commando de Reservist Specifieke Deskundigheid een arbeidsmarkttoelage kan toekennen. Deze toelage is bedoeld als tegemoetkoming voor de Reservist Specifieke Deskundigheid tussen de wedde bij Defensie en het inkomen in de civiele functie.
De CMHF-sector Defensie constateert dat een verschil tussen de wedde bij Defensie en het civiele inkomen eveneens kan bestaan bij de Reservist Algemene Taken.
Om die reden is de CMHF-sector Defensie van mening dat er gesproken moet worden over de huidige wijze van het toekennen van de arbeidsmarkttoelage.
2) De CMHF-sector Defensie constateert dat het bestand aan reserveofficieren vergrijst. Om die reden is de CMHF-sector Defensie een voorstander van het intensiveren van de werving van reserveofficieren.
c. Overwerkvergoeding KLTZ/LKOL en BS 11 & 12:
De CMHF-sector Defensie is van mening dat de tijdelijke maatregel overwerkvergoeding KLTZ/LKOL en BS 11 & 12 ter grootte van 1/330 van het maandloon dient te worden omgezet in een structurele overwerkvergoeding, uiteindelijk uitkomend op 1/165 van het maandloon.
d. Vergoeding voor beschikbaarheid en bereikbaarheid KLTZ/LKOL en BS 11 & 12:
De CMHF-sector Defensie constateert dat de afgelopen jaren de KLTZ/LKOL en BS 11 & 12 in toenemende mate de verplichting wordt opgelegd zich op een bepaalde plaats beschikbaar of bereikbaar te houden, dan wel binnen een bepaald gebied te verblijven en/of zich op bepaalde tijdstippen te melden met het oog op eventuele dienstverrichting ,zonder dat hier een vergoeding tegenover staat. Gezien deze ontwikkeling acht de CMHF-sector Defensie het niet meer dan logisch dat hier dan óók een vergoeding tegenover staat.10. Afsluitend
Sinds het begin van de financiële crisis hebben Defensie en de defensiemedewerkers klap op klap moeten verduren. Waar eind 2013 sprake leek te zijn van een begin van een trendbreuk, als gevolg van het Herfstakkoord, is in dat geval deze trendbreuk volledig voorbij gegaan aan het defensiepersoneel. Nu, in 2014, kan hier volgens de CMHF-sector Defensie absoluut geen sprake van zijn.Het is tijd voor herstel. Herstel van de koopkracht én herstel van het vertrouwen. Het defensiepersoneel heeft de afgelopen jaren bovenmatig bijgedragen ten behoeve van het herstel in het belang van Nederland. Nu is het tijd voor een bovenmatige inhaalslag.
-
Inzetbrief Defensie
Hedenmorgen hebben de voorzitters en onderhandelaars van de Samenwerkende Centrales van Overheidspersoneel uit handen van minister van Defensie Hennis-Plasschaert de defensie-inzetbrief voor het arbeidsvoorwaardenoverleg ontvangen.
Na de ontvangst van de defensie-inzetbrief zijn er afspraken gemaakt over de eerste bijeenkomst voor de inhoudelijke behandeling van de inzetbrieven.Met de ontvangst van de inzetbrief van de zijde van de werkgever is er formeel een aanvang gemaakt met het arbeidsvoorwaardenoverleg.
Kijk hier voor de defensie-inzetbrief>>>
Appreciatie GOV|MHB
De lijn die de minister kiest in haar inzetbrief sluit aan op de gezamenlijke inzetbrief van de Samenwerkende Centrales: Loonontwikkeling en het zetten van concrete stappen m.b.t. de Agenda van de Toekomst.
En net als de Samenwerkende Centrales verkiest de minister daarbij een gefaseerd traject boven het uitonderhandelen van alle onderwerpen, alvorens te komen tot één nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord.De inzet van de minister is: een krijgsmacht met een houdbaar en modern arbeidsvoorwaardenstelsel, gericht op een optimale inzet van de militair en het functioneren van de krijgsmacht.
De GOV|MHB mist hierin wel een essentieel element: gemotiveerd personeel en de hiermee samenhangende gevulde organisatie. Zonder gemotiveerd personeel zal er immers nooit sprake zijn van een optimale inzet laat staan een gevulde organisatie.De GOV|MHB is daarom van mening dat, na de jarenlange nullijn, de eerste prioriteit bij het deelakkoord loonontwikkeling zal moeten liggen. Ook voor het personeel geldt immers dat zij met deze loonontwikkeling het ‘thuisfront’ beter en optimaler kan laten functioneren.
De GOV|MHB constateert, net als de minister, dat Defensie door maatschappelijke ontwikkelingen steeds verder onder druk komt te staan. Deze maatschappelijke ontwikkelingen hebben veelal tot gevolg dat Defensie steeds vaker een beroep moet doen op de bijzondere positie van de militair om Defensie optimaal te kunnen laten functioneren en het personeel optimaal in te zetten. De GOV|MHB vindt het dan ook vreemd om te constateren dat Defensie aan de ene kant steeds meer de ‘lasten’ voor het personeel verhoogd, door steeds meer uitzonderingen van haar personeel te eisen, maar dat hier vanwege maatschappelijke ontwikkelingen het defensiepersoneel de ‘lusten’ van ‘het militair zijn’ moet inleveren. De GOV|MHB is dan ook zeer benieuwd hoe de minister tijdens de onderhandelingen een balans in deze tegenstrijdigheden wenst te gaan vinden.
Net als de minister is de GOV|MHB van mening dat, gezien de onderwerpen, de onderhandelingen niet eenvoudig zullen zijn. Hierbij heeft de GOV|MHB op voorhand nog wel enige twijfels bij de positieve overtuiging van de minister dat de partijen deze weg succesvol kunnen afleggen. Veel zal daarbij afhangen van de mate waarin de minister de daad bij het woord voegt wanneer het gaat over de erkenning en waardering, in al zal zijn facetten, voor het belangrijkste kapitaal van Defensie: het defensiepersoneel.
-
Minister Hennis nodigt Centrales uit voor het in ontvangst nemen van de defensie-inzetbrief
Minister van Defensie Hennis-Plasschaert heeft de Centrales van Overheidspersoneel uitgenodigd om dinsdag 4 november a.s. de defensie-inzetbrief voor het arbeidsvoorwaardenoverleg in ontvangst te nemen.
Vrijdag 31 oktober heeft minister van Defensie Hennis-Plasschaert de voorzitters en onderhandelaars van de Centrales van Overheidspersoneel binnen de sector Defensie uitgenodigd om de inzetbrief van de zijde van de werkgever in ontvangst te komen nemen.
De overhandiging van de defensie-inzetbrief voor het komende arbeidsvoorwaardenoverleg zal plaatsvinden op 4 november.De Samenwerkende Centrales hebben hun gezamenlijke inzetbrief reeds op 22 oktober aan Defensie ter hand gesteld. Het in ontvangst nemen van de inzetbrief door de Centrales markeert dan ook de formele aanvang van het arbeidsvoorwaardenoverleg.
4 November 2014 is het op een maand na drie jaar geleden dat het laatste arbeidsvoorwaardenakkoord voor Defensie is afgesloten.
GOV|MHB
De GOV|MHB is blij dat 614 dagen na het aflopen van het vorige arbeidsvoorwaardenakkoord er eindelijk gesproken kan gaan worden over de o.a. hoog noodzakelijke verbetering van de koopkracht van het defensiepersoneel. -
Onderhandelaars bereiken eerste deelresultaat
Na intensief overleg hebben de onderhandelaars van Defensie en de Centrales van Overheidspersoneel een eerste deelresultaat bereikt in het proces van arbeidsvoorwaardenonderhandelingen.
De belangrijkste elementen van het eerste deelresultaat zijn:
- Een pensioengevende loonsverhoging, met terugwerkende kracht tot 01-01-2015, van 0,8%. Het betreft hier uitsluitend de vrijgevallen gelden als gevolg van de versobering van de pensioenen als resultaat van Witteveen II;
- Een nadere invulling van de voorziening om de negatieve gevolgen van het AOW-gat te ondervangen;
- De contouren van het nieuwe FPS;
- De contouren van een nieuw te ontwikkelen diensteinderegeling;
- De contouren van een nieuw te ontwikkelen pensioenstelsel.
Zowel Defensie als de Centrales zullen het bereikte deelresultaat de aankomende tijd aan hun achterban voorleggen. Bij een positieve uitkomst zal aansluitend het deelresultaat worden omgezet in een eerste (deel)akkoord.
Eerste deelresultaat:
In zowel de inzetbrieven van Defensie als van de Centrales werd onderkend dat de overlegonderwerpen dusdanig complex zijn dat deze zich niet lenen voor een volledig uitgewerkt resultaat binnen korte termijn. Om die reden hebben de partijen er voor gekozen om te werken met deelresultaten. Afhankelijk van de appreciatie van het eerste deelresultaat door de resp. achterbannen zal het arbeidsvoorwaardenoverleg binnen afzienbare tijd de tweede ronde ingaan.Kijk hier voor het eerste deelresultaat en de appreciatie van de GOV|MHB>>>
Positief
Op grond van de appreciatie legt het bestuur van de GOV|MHB het nu bereikte eerste deelresultaat met een positief advies voor aan de leden.
Daartoe zullen leden van het bestuur de komende weken het land in trekken om het bereikte deelresultaat op verschillende locaties toe te lichten.
Aansluitend zal de leden gevraagd worden of ook zij kunnen instemmen met het voorliggende deelresultaat.De locaties en de afsluitende procedure zullen op korte termijn op de ProDef-website worden gepubliceerd.


