Structureel ‘extra’ geld voor Defensie in 2015 betekent een aanvullend bedrag van minimaal € 482,2 miljoen

Het Kabinet noemde het eerst nog ‘extra geld voor Defensie’.
Maar na signalen van o.a. de GOV|MHB komt het Kabinet daar nu toch van terug.
De € 50 miljoen die het Kabinet toevoegt aan de defensiebegroting van 2015 betekent slechts iets minder bezuinigen: ‘minder minder’.
Om daadwerkelijk te spreken van extra geld voor Defensie in 2015 moet er, bovenop de huidige € 50 miljoen, nog minimaal structureel € 482,2 miljoen bij.

 

Hoe zit het nu echt?
Toen het Kabinet Rutte-Verhagen (Rutte I) eind 2010 aan het bewind kwam, bedroeg de defensiebegroting nog 8.458,6 miljoen euro.
Omdat bezuinigingen onder eerdere kabinetten nog doorwerken tot zelfs na 2015 was de beoogde defensiebegroting voor 2015 € 8.236,1 miljoen.
Tijdens de afgelopen Prinsjesdag bleek dat het defensiebudget voor 2015 slechts € 8.000,4 miljoen bedraagt. Hiervan is ook nog eens € 186,5 miljoen incidenteel én moet in totaal jaarlijks nog € 60 miljoen worden afgedragen aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ministerie van Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking. Een verschil van structureel € 482,2 miljoen t.o.v. de beoogde defensiebegroting voor 2015 bij aanvang van het Kabinet Rutte I.

 

Alle maatregelen van de Kabinetten Rutte I & Rutte II hebben, inclusief de € 50 miljoen ‘extra’ waar het Kabinet mee pronkte tijdens de afgelopen Prinsjesdag, hebben dus geleid tot een structurele daling van de defensiebegroting voor 2015. Er is dus in feit geen sprake van ‘extra’ geld voor Defensie, maar slechts van ‘minder minder’.

 

Een overzicht
De Kabinetten Rutte I & Rutte II zijn samen verantwoordelijk voor bezuinigingen op de defensiebegroting van 2015 ter grootte van € 949,0 miljoen.
Daar tegenover staan ook structurele verbeteringen. Zo zijn daar € 390 miljoen aan structurele intensiveringen. Dit is inclusief de € 50 miljoen van afgelopen Prinsjesdag, maar ook inclusief de bovengenoemde € 60 miljoen die structureel weer moet worden afgedragen aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ministerie van Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking.
Ook is er door de jaren heen € 136,8 miljoen toegevoegd als compensatie voor gestegen prijzen en gestegen sociale werkgeverslasten op de lonen.
Dit maakt samen € 466,8 miljoen dat daadwerkelijk structureel aan de defensiebegroting voor 2015 is toegevoegd (€ 390 - € 60 + € 136,8).
Resteert per saldo een bedrag van € 482,2 miljoen aan structurele bezuinigingen.

 

Het aanvullend toevoegen van € 482,2 miljoen betekent overigens alleen dat de defensiebegroting voor 2015 in euro’s gelijk is aan de defensiebegroting voor 2015, zoals deze was beoogd bij aanvang van het Kabinet Rutte I, in oktober 2010. Ofwel dat er naar de stand van 2010 in geld niet is bezuinigd door de Kabinetten Rutte I & Rutte II.
Het betekent zeker niet dat Defensie daarmee dus ook hetzelfde zou kunnen doen, daar sinds 2010 sprake is van een aanzienlijke inflatie.

 

 

Defensiebegroting 2016 en verder
Een aanvullende € 482,2 miljoen betekent alleen dat er niet is bezuinigd in 2015 t.o.v. het begin van de Kabinetten Rutte I & Rutte II.
Tot en met 2019 lopen de structurele bezuinigingen op de defensiebegroting namelijk nog verder op, van 949,0 miljoen in 2015 tot 1.069,0 miljoen.
Daartegenover staan in dezelfde periode nog € 50 miljoen aan structurele intensiveringen.
Per saldo dus verdere bezuinigingen ter grootte van € 70 miljoen.

 

Wil Premier Rutte dus daadwerkelijk kunnen zeggen dat zijn Kabinetten ‘extra geld’ hebben toegevoegd aan de defensiebegroting, dan moet er tot 2019 in totaal nog minimaal € 552,2 miljoen bij (€ 482,2 + € 70).
Een eerste stap naar een defensiebegroting die voldoet aan de NAVO-norm van 2% van het Bruto Nationaal Product.