De vereniging voor professionals bij Defensie
Achtergrond_Home.jpg
5. Cartoon nieuwjaarsbingo

Cartoons

Defensiebegroting

  • Bijna terug op het niveau van voor het Kabinet Rutte I?

    Vorig jaar noemde het Kabinet het eerst nog ‘extra geld voor Defensie’. Maar later werd dit, na signalen van o.a. de GOV|MHB, ‘minder minder’.
    Uit berekeningen bleek dat er pas sprake was van ‘extra’ geld wanneer er nog meer dan 482,2 miljoen euro bij had gekomen.
    Ook dit jaar klinkt er vanuit het Kabinet weer dat er ‘extra’ geld voor Defensie bij komt. Hoe zit het dit jaar?

     

    Een beschouwing
    Toen het Kabinet Rutte-Verhagen (Rutte I) eind 2010 aan het bewind kwam, bedroeg de defensiebegroting nog 8.458,6 miljoen euro.
    Omdat bezuinigingen onder eerdere kabinetten nog doorwerken tot zelfs na 2016 bedroeg - op dat moment - de beoogde defensiebegroting voor 2016 € 8.236,1 miljoen.
    Tijdens de afgelopen Prinsjesdag blijkt dat het defensiebudget voor 2016 € 8.234,0 miljoen bedraagt.
    De defensiebegroting is op het eerste oog – met een verschil van 2,1 miljoen euro - dus weer bijna terug op het niveau van voor de Kabinetten Rutte I & II.

     

    Toch zitten er nog enige addertjes onder het gras:
    Ten eerste kent de Defensiebegroting 2016 enkele incidentele posten. Deze incidentele posten bedragen gezamenlijk -16,5 miljoen euro.
    Daarnaast moet Defensie echter sinds 2015 jaarlijks 60 miljoen afdragen aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ministerie van Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking.
    Dat maakt dat het structurele deel van de Defensiebegroting 2016 ‘slechts’ 8.188,5 miljoen euro bedraagt. Een verschil van structureel € 45,5 miljoen t.o.v. de beoogde defensiebegroting voor 2016 bij aanvang van het Kabinet Rutte I.

     

    Reële prijscompensatie
    Toch kan met deze structurele 8.188,5 miljoen euro niet hetzelfde worden gedaan als in 2011. Er is immers sprake geweest van inflatie. Volgens het CBS bedraagt deze inflatie in Nederland over de periode 2011-2015 8,5% procent.
    Normaliter ontvangt Defensie hiervoor loon- en prijscompensatie. Daarmee wordt de inflatie op de lonen en prijzen gecompenseerd. Deze inflatiecorrectie is echter slechts ten dele toegekend.
    Uitgaande van het eind 2010 oorspronkelijk beoogde defensiebudget voor 2016 van 8.236,1 zou er 8.933,3 benodigd zijn. Een inflatie van gemiddeld bijna 123 miljoen euro per jaar. (Hierbij is nog geen rekening gehouden met het feit dat Defensie afhankelijk is van de prijsontwikkelingen in het buitenland en op de defensiemarkt, waar andere ‘inflatiecijfers’ gelden. Dan bedraagt het gemiddelde ongeveer 200 miljoen euro per jaar.)
    In dat opzicht zit er dus nog wel iets meer licht tussen het huidige structurele deel van de Defensiebegroting 2016 en de oorspronkelijk beoogde defensiebegroting voor 2016 bij aanvang van de Kabinetten Rutte I & II dan 45,5 miljoen euro, namelijk 736,4 miljoen euro.

     

    Conclusie
    Op het eerste gezicht lijkt het dat met de Defensiebegroting 2016 Defensie bijna terug is op het niveau van voor de Kabinetten Rutte I & II.
    Een nadere beschouwing leert echter dat wanneer de incidentele posten én de inflatie over de jaren 2011 t/m 2015 ook in ogenschouw wordt genomen, Defensie geen 2,1 miljoen euro, maar (minimaal) 736,4 miljoen euro verwijderd is van het niveau van eind 2010.
    De goede weg is absoluut ingeslagen! Maar er is nog geen echte reden tot juichen. Er is nog een hele lange weg te gaan eer Defensie echt ‘terug’ is.

     

     

    Klik hier voor een volledig cijfermatige weergave

     

    Klik hier voor een volledig grafische weergave

     

     

     

     

  • De boekhoudkundige truc met het BIV nader toegelicht

    Wie slechts vluchtig de cijfers van het defensiebudget voor de komende jaren leest, ziet dat in 2015 de defensiebegroting fors stijgt t.o.v. 2014 om vervolgens langzaam te dalen tot een niveau net boven de defensiebegroting van 2014.
    Goed nieuws voor Defensie dus. Er gaat meer geld naar Defensie, zo lijkt het.

     

    Wie de cijfers van het defensiebudget voor de aankomende jaren aandachtig bestudeert ziet echter iets heel anders: de stijging van het defensiebudget komt door een boekhoudkundige truc.
    De spil in deze boekhoudkundige truc is het Budget Internationale Veiligheid.

     

    Budget Internationale Veiligheid
    Het Budget Internationale Veiligheid (BIV) is ontstaan per 1 januari 2014, op grond van een Kabinetsbesluit in 2012.
    Het BIV werd ondergebracht bij het Ministerie van Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking, ter compensatie van de forse bezuinigingen die dat ministerie opgelegd kreeg.
    Het Ministerie van Defensie werd aangewezen om het BIV, groot 250 miljoen euro, te vullen vanuit de defensiebegroting. Hiervoor diende Defensie o.a. het HGIS-budget (HGIS: Homogene Groep Internationale Samenwerking) a 190 miljoen euro over te dragen. Dit budget was bedoeld voor de financiering van internationale (vredes)missies van de Krijgsmacht.
    De overige 60 miljoen euro moest Defensie zelf zien te vinden in de defensiebegroting.
    De 190 miljoen euro van het oorspronkelijke HGIS-budget bleven wel ter beschikking voor de financiering van internationale (vredes)missies van de Krijgsmacht.

     

    Met het besluit van het huidige Kabinet wordt het volledige BIV ter grootte van 250 miljoen euro* overgedragen van het Ministerie van Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking aan het Ministerie van Defensie.
    Defensie dient echter jaarlijks in totaal 60 miljoen euro af te dragen aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken én aan het Ministerie van Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking.
    Hierdoor krijgt Defensie er dus structureel 190 miljoen euro bij. Exact het bedrag dat Defensie al ter beschikking stond toen het BIV nog niet was overgedragen.
    Per saldo is het financiële effect voor Defensie dus nul!

     

    (* Het BIV is voor 2015 eenmalig verhoogd met 43 miljoen euro t.b.v. de aanvullende financiering van internationale (vredes)missies.)

     

    De grote winnaar van deze schuifplaat is het Kabinet.
    Door deze boekhoudkundige truc stijgt de defensiebegroting met 250 miljoen euro.
    Hierdoor lijkt het, voor de buitenwereld (EU, NAVO, etc.) alsof Nederland in 2015 meer besteedt aan Defensie, zonder dat dit het Kabinet daadwerkelijk extra geld kost.

     

    Het effect van de boekhoudkundige truc op de defensiebegroting
    De defensiebegroting voor de komende jaren, zoals deze nu staat opgenomen:

     

    TOTAAL DEFENSIE (x € 1 miljoen)

      2014 2015 2016 2017 2018 2019
    Standen ontwerpbegroting 2015 7.887,1 8.000,4 7.996,8 7.961,5 7.921,6 7.891,5

     

    De defensiebegroting voor de komende jaren, zonder de boekhoudkundige truc:

     

    TOTAAL DEFENSIE (x € 1 miljoen)

      2014 2015 2016 2017 2018 2019
    Standen ontwerpbegroting 2015 7.887,1 7.707,0 7.746,8 7.711,5 7.671,6 7.641,5


    Uit bovenstaande reeks blijkt dat er effectief geen sprake is van extra geld voor Defensie, maar slechts van minder bezuinigen en dus van een voortzetting van de dalende trend.

  • Defensiebegroting 2016: Nuchter en Ontnuchterend

    Nuchter en ontnuchterend
    Van ‘Sluitpost naar Zwaartepunt’

     

    De GOV|MHB constateert dat Defensie er slechts 220 miljoen bij krijgt, terwijl alleen al voor de reparatie 750 miljoen (personeel, reservedelen, voorraden, opleiding & training, etc.) benodigd is. De gedeeltelijke reparatie betekent expliciet dat de onbalans in de huidige organisatie, o.a. het logistieke voorzettingsvermogen, niet wordt opgelost. In tegendeel!
    Daarnaast dwingt de huidige mondiale veiligheidssituatie om juist te intensiveren in veiligheid, hetgeen nu niet gebeurt. De Defensiebegroting 2016 betekent echter voor de defensiemedewerker dat hij/zij, ten gevolge van mogelijk noodzakelijk nieuwe reorganisaties, als enige overheidswerknemer nog steeds het risico loopt om ontslagen te worden. Dit draagt niet bij aan het draagvlak voor Defensie, onder het personeel.

     

    Het Kabinet maakt de nuchtere én terechte keuze om meer aandacht te schenken aan veiligheid en specifiek aan Defensie. Defensie is van ‘sluitpost’ op de Rijksbegroting naar ‘zwaartepunt’ gegaan. De hoogte van het bedrag is echter teleurstellend. Daarmee kan aan de motie Van der Staaij, repareren, opheffen van de onbalans en intensiveren geen invulling worden gegeven.

     

     

    Bezuinigingen en uitblijven reële prijscompensatie. In totaal is er bijna een miljard bezuinigd op Defensie. Daar bovenop wordt al jaren geen reële prijscompensatie verstrekt. Defensie is bij dit laatste met name afhankelijk van prijsontwikkelingen in het buitenland en op de Defensiemarkt. Het niet krijgen van reële prijscompensatie kost Defensie op jaarbasis alleen al 200 miljoen. Dit alles is voor de Krijgsmacht de genadeklap geweest en zal met prioriteit moeten worden opgelost.

     

    Uitzendingen hollen Defensie uit. De verlengde uitzendingen in 2016 kunnen alleen betaald worden door geld uit latere jaren naar voren te halen. Politieke ambities zijn niet in overeenstemming met het ter beschikking gestelde budget en dus wordt de rekening vooruit geschoven. De versnelde afschrijvingen vanwege hoge slijtage aan materieel, als gevolg van de inzet in o.a. Afghanistan en tijdens anti-piraterij-missies, worden hierbij nog niet eens in beschouwing genomen.

     

    Huidige organisatie kan niet betaald worden. Defensie kan de huidige uitgemergelde organisatie (minus 12.000 functies sinds 2011) niet betalen. In 2016 zou de organisatie voor 100% gevuld zijn. Het geld daarvoor ontbreekt echter. Sinds 2012 is de vulling kunstmatig laag gehouden om gemiddeld 425 miljoen per jaar aan personeelskosten te besparen om dit geld elders binnen de defensieorganisatie te besteden.
    Het ontbrekende defensiepersoneel houdt momenteel de Krijgsmacht overeind!

     

    Eenheden worden alleen nog maar basis opgeleid. Voor opleiding & training van eenheden, schepen en vliegtuigen is onvoldoende geld beschikbaar, waardoor oefeningen, vaardagen en vlieguren op grote schaal worden geschrapt en schietopleidingen tot een minimum worden beperkt. Dit raakt direct de veiligheid van het defensiepersoneel, maar bij een nationale inzet ook de veiligheid van de Nederlandse burger. ‘Pang – pang’ is niet vrijblijvend!

     

    Kannibaliseren. Materieel is door tekorten aan reservedelen niet inzetbaar. Hele systemen worden overgebouwd van het ene voertuig, schip en vliegtuig naar het andere om nog maar een deel inzetbaar te kunnen houden. Kannibaliseren heet dat!

     

    Nationale veiligheid wordt sluipend uitgehold. De Nationale inzet en daarmee de Nationale veiligheid loopt direct gevaar door o.a. gebrek aan opleiding en capaciteit bij de EOD én negatieve budgettaire maatregelen t.b.v. de opleiding & training én inzet van Reservisten.

     

    De reële investeringsquote leidt onvermijdelijk tot een nog lagere ambitie. De huidige te lage investeringsquote – 14% i.p.v. >20%, in geld uitgedrukt: minus 500 miljoen – brengt de aanschaf van nieuwe onderzeeboten/fregatten en de betaling & aflevering van de F-35 in het gedrang. Het langer aanhouden van verouderd materieel vereist meer en langer onderhoud. Dit heeft een direct gevolg voor de inzetbaarheid en daarmee het mogelijke ambitieniveau.

     

    Afnemend draagvlak voor de minister en de departementale top. Begrip en waardering voor de militaire- en ambtelijke leiding was de afgelopen tijd enigszins aan het toenemen binnen de defensieorganisatie. Deze ‘juichbegroting’ zal het draagvlak echter opnieuw ernstig aantasten, als gevolg van het uitblijven van erkenning & waardering voor de loyale inzet van het defensiepersoneel.

     

     

    In Wales heeft het Kabinet toegezegd te groeien naar een defensiebegroting van 2% van het BNP.In deze juichbegroting komt het Kabinet echter niet verder dan een verhoging van 220 miljoen: +0,2%. Net iets boven de inflatie.

     

    Ontnuchterend!

     

     

     

     

    Bgen b.d. Ruud Vermeulen                                                           KLTZ Marc de Natris

    Duovoorzitter GOV|MHB                                                              Duovoorzitter GOV|MHB

     

     

     

  • Het ontbrekende defensiepersoneel houdt de Krijgsmacht overeind!

    Defensie kan de huidige uitgemergelde organisatie (minus 12.000 functies sinds 2011) niet betalen. In 2016 zou de organisatie voor 100% gevuld zijn. Het geld daarvoor ontbreekt echter. Sinds 2012 is de vulling kunstmatig laag gehouden om gemiddeld 425 miljoen per jaar aan personeelskosten te besparen om dit geld elders binnen de defensieorganisatie te besteden.

     

    Gemiddeld 425 miljoen euro heeft Defensie met instemming van de Tweede Kamer, maar achter de rug van de vakbonden om, sinds 2012 jaarlijks afgeroomd van het arbeidsvoorwaardenbudget. Geld dat vervolgens elders binnen de defensiebegroting is gebruikt om de Krijgsmacht in ieder geval nog in de huidige – deplorabele – staat te kunnen behouden. Een bedrag van in totaal 1,7 miljard euro!

     

    Dat is wat de GOV|MHB opmaakt uit de bestudering van de Defensiebegrotingen sinds 2012 en de personeelsrapportages die de minister van Defensie aan de Tweede Kamer stuurt.

     

    Dat er daardoor geen ruimte meer was om de - achterblijvende - arbeidsvoorwaarden van het defensiepersoneel te verbeteren, geen invulling kon worden gegeven aan de erkenning en waardering van de Bijzondere Positie die de militair als werknemer heeft in Nederland én dat ervaren personeel hard hollend de uitgang zocht (en nog steeds zoekt) heeft Defensie de afgelopen jaren op de koop toe genomen.

     

    Vacatures
    Sinds 2012 geeft de minister van Defensie in de defensiebegroting niet meer de totale personeelsomvang weer die benodigd is voor een volledig gevulde defensieorganisatie, maar de (geschatte) ‘gemiddelde jaarsterkte’. Het arbeidsvoorwaardengeld dat over blijft op grond van het verschil tussen die twee – de personeelskosten behorende bij de vacatures - wordt op voorhand al verdeelt over andere posten in de defensiebegroting.

     

    De noodzaak hiervoor gaat zelfs zo ver dat de verschillende defensieonderdelen zelfs een maximale vullingsgraad opgelegd krijgen. Een te voortvarende vulling leidt er immers toe dat er meer geld benodigd is voor personele kosten (salarissen, reiskosten, etc.) dan in de defensiebegroting is gebudgetteerd.
    Het ontbrekende defensiepersoneel houdt de Krijgsmacht overeind!

    De diverse oproepen die de GOV|MHB sinds 2012 aan de minister van Defensie heeft gericht om iets te doen aan de vele vacatures en de hoge irreguliere uitstroom waren dus aan dovemansoren gericht. Defensie wilde helemaal geen betere vulling, omdat Defensie dit arbeidsvoorwaardengeld elders binnen de Krijgsmacht hard nodig had.

     

    Arbeidsvoorwaardenbudget
    De omvang van het arbeidsvoorwaardenbudget bij Defensie wordt vastgesteld via een – simpele maar zeer doelmatige – formule: O=P=F. Militairen en burgermedewerkers (P) worden uitsluitend aangesteld indien er een functie/arbeidsplaats (O) beschikbaar is. Dit aangestelde defensiepersoneel dient vervolgens op grond van de vigerende arbeidsvoorwaarden te worden betaald (F).
    De vele bezuinigingen van de afgelopen jaren zijn hiervan een duidelijk voorbeeld.
    Bezuinigen bij een personeelsintensief ministerie als Defensie betekent (bijna automatisch) het ontslaan van personeel: een eenheid wordt opgeheven, waarmee het aantal functie/arbeidsplaatsen (O) wordt verkleind. Het defensiepersoneel op deze functie/arbeidsplaatsen (P) wordt overtollig en ontslagen. Het arbeidsvoorwaardengeld dat dit defensiepersoneel kost (F) blijft over en kan vervolgens worden verminderd op de defensiebegroting. Bezuiniging behaald.

     

    Over de besteding van het arbeidsvoorwaardenbudget dat behoort bij een vastgestelde organisatieomvang dient de minister van Defensie, op basis van wet- & regelgeving, overeenstemming te hebben met de Centrales van Overheidspersoneel (in de volksmond: de vakbonden). De minister van Defensie kan dus niet ‘zomaar’ vrij beschikken over het arbeidsvoorwaardengeld en dit naar eigen inzicht besteden.

     

    Dat laatste is nu net hetgeen zich de afgelopen jaren wel heeft voorgedaan. De minister van Defensie heeft zonder daarover overeenstemming te hebben bereikt met de Centrales van Overheidspersoneel – zelfs zonder hen daarin te kennen! – 1,7 miljard euro onttrokken aan het arbeidsvoorwaardenbudget. Geld dat het defensiepersoneel toebehoorde!

     

    Erkenning en waardering
    De afgelopen jaren gold er voor (defensie)ambtenaren een budgettaire nullijn. Ofwel, het Kabinet gaf de overheidswerkgevers geen extra geld voor het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden. Wel konden de overheidswerkgevers, waaronder de minister van Defensie, de in de eigen begroting beschikbare gelden gebruiken voor het (incidenteel en/of structureel) verbeteren van de arbeidsvoorwaarden van ‘hun’ ambtenaren. Maar niet de minister van Defensie! Terwijl er formeel toch 1,7 miljard euro voor het defensiepersoneel beschikbaar was.

     

    De forse achterstand in de primaire arbeidsvoorwaarden – zoals geduid door de minister van BZK in zijn Trends & Cijfers 2014 ‘Werken in de Publieke Sector’ – is, als gevolg van het moeten besteden van arbeidsvoorwaardengeld voor unieke arbeidsvoorwaarden gekoppeld aan de Bijzondere positie van de militair, onaangetast gebleven. Hetzelfde geldt voor diezelfde unieke arbeidsvoorwaarden.
    De minister van Defensie zag een deel van het personeel liever weglopen met als gevolg dat het achterblijvende personeel een, twee, drie stappen harder moesten lopen om het werk gedaan te krijgen.
    Over erkenning & waardering gesproken!

     

     

     

    Voor de PDf versie van dit artikel, inclusief een uitgebreide toelichting hoe de GOV|MHB is gekomen tot de genoemde 1,7 miljard euro: klik hier

     

     

  • Hoezo trendbreuk? Slechts minder minder voor Defensie

    Van 8,0 miljard in 2015 naar 7,9 miljard in 2019. Tijd voor herstel!

     

    Voor het eerst na 23 jaar bezuinigingen laten de plannen van Defensie geen extra bezuiniging zien. Alle mooie woorden ten spijt is de GOV|MHB echter van mening dat er van een echte trendbreuk nog lang geen sprake is. Het meerjarenoverzicht laat voor de defensiebegroting vanaf 2015 (8.000 mio) tot en met 2019 (7.892 mio) nog steeds een dalende trend zien. De bezuinigingen gaan gewoon door!

     

    "Een trendbreuk", "groeiende politieke steun voor het terugdraaien van de bezuinigingen op Defensie" zo melden de media. Maar wie goed kijkt ziet dat de dalende trend zich gewoon voortzet. Als gevolg van nieuwe rekenregels is het percentage van het BBP dat Nederland besteedt aan Defensie in 2015 wederom lager dan vóór vandaag het geval was. Ondanks dat de NAVO-landen zeer recent hebben beloofd te streven naar verhogen van de defensiebudgetten naar de NAVO-norm van 2%, binnen een periode van 10 jaar, blijft Nederland zich hier verder van verwijderen.

     

    Kunstmatig ophogen BBP-percentage voor Defensie door overheveling Budget Internationale Veiligheid
    Het Budget Internationale Veiligheid (BIV) komt weer terug van Ontwikkelingssamenwerking naar Defensie. Dit betreft echter een truc om het percentage van het BBP dat Nederland besteedt aan Defensie hoger te doen lijken. De gelden uit het BIV, ter grootte van 250 miljoen euro structureel, kwamen al ten goede aan Defensie in de vorm van financiering van internationale (vredes)missies.
    Ondanks deze truc blijft Nederland, als gevolg van de nieuwe rekenregels, toch nog steeds verder afdrijven van de 2% norm.

     

    Stop de kapitaalvernietiging, in het belang van een betrouwbare en slagvaardige Krijgsmacht
    Minister Hennis-Plasschaert gaf de Tweede Kamer op 29 augustus jl., in aanloop naar de recente NAVO-top in Wales, te kennen: “Duidelijk is dat de tijd van bezuinigingen op Defensie voorbij is”.
    De GOV|MHB vindt dit een positief signaal. Minder bezuinigen, of meer geld biedt mogelijkheden voor de toekomst van de Krijgsmacht. Dan is het wel noodzakelijk dat er eerst wordt nagedacht over deze toekomst. Wat de GOV|MHB betreft wordt hiervoor teruggegrepen naar het Eindrapport Verkenningen uit 2010.

     

    Vooruitlopend op de plannen om te komen tot een betrouwbare en slagvaardige Krijgsmacht moet Defensie, naar mening van de GOV|MHB, een pas op de plaats maken w.b. de uitvoering van de maatregelen in het kader van de Nota ‘In het belang van Nederland’ uit 2013. Dus stoppen met het gedwongen ontslaan van personeel en stoppen met het afstoten van het materieel. Het later moeten investeren in het benodigde personeel en materieel vergt immers een grotere financiële inspanning, dan het nu ontslaan van loyaal defensiepersoneel en het voor een habbekrats afstoten van goed materieel.

     

    Defensiepersoneel is hekkensluiter bij de loonontwikkeling
    Uit de recente publicatie Trends & Cijfers 2014 ‘Werken in de Publieke Sector’ blijkt dat Defensie sinds 2006 qua loonontwikkeling ongeveer 3,5% is achtergebleven bij de rest van de Overheid én 7,5% ten opzichte van de markt.
    De GOV|MHB is dan ook van mening dat Defensie en haar personeel hun steentje meer dan ruimschoots hebben bij gedragen aan het herstel in het belang van Nederland. Ook voor het personeel is het tijd voor een trendbreuk. Tijd voor een inhaalslag. Tijd voor herstel!

     

  • Minister van Defensie roomt personeelsbudget af ipv te investeren in het personeel

    Het aantal vacatures bij Defensie blijft groot. Het zittende personeel loopt harder weg dan nieuw personeel is te werven. Defensie wordt niet meer als de goede werkgever van weleer gezien. En in plaats van te investeren in het personeel om Defensie weer naar de top 10 van aantrekkelijke werkgevers te loodsen, erkent de minister aan de Tweede Kamer dat zij het personeelsbudget juist afroomt om dit geld elders binnen Defensie te besteden.

     

     

    De Minister van Defensie heeft de Tweede Kamer nader geïnformeerd over de vullingspercentages van de krijgsmacht.
    Uit deze nadere toelichting blijkt dat de analyse van de GOV|MHB m.b.t. het wegvloeien van personeelsbudget naar andere budgetten binnen Defensie een juiste is. De Minister van Defensie roomt inderdaad het personeelsbudget af.

     

    In de Kamerbrief ‘Inzicht vullingspercentages en reservistenbudget’ stelt de minister: “Wanneer het niet in de verwachting ligt dat de formatie in een begrotingsjaar volledig zal worden gevuld, is het niet wenselijk om bij de bepaling van de budgetten uit te gaan van de volledige formatie. Dat zou immers betekenen dat de budgetten aan het eind van het jaar niet volledig zijn uitgeput. Om tot een realistische raming te komen, wordt in plaats daarvan de verwachte gemiddelde jaarsterkte voor het begrotingsjaar als grondslag gebruikt.”.
    Hiermee onderschrijft de minister de conclusie van de GOV|MHB dat Defensie het arbeidsvoorwaardenbudget afroomt – overigens zonder instemming van de bonden - ten gunste van andere budgetten binnen Defensie.

     

    Suggestief
    Naast het voornoemde stelt de minister in de Kamerbrief ook “ Het militaire personeel dat niet op een reguliere functie is geplaatst, wordt niet meegeteld in de vullingspercentages. Het gaat dan onder meer om personeel dat een langdurige opleiding volgt, interne herplaatser is (of anderszins op een vervolgfunctie wacht), een langdurig re-integratietraject doorloopt of van de regeling voor ontslagbescherming gebruik maakt.” en “Uit die budgetten (red.: personeelsbudget) moet immers ook het personeel worden betaald dat niet op een reguliere functie is geplaatst“.
    Dit wordt geïllustreerd met een voorbeeld van het CLAS: een vullingspercentage van 93,4% en 3,8% van het totale militaire personeelsbestand dat geen reguliere functie bezet.
    Hiermee wekt de minister de indruk dat het afromen nog wel meevalt en dat 97,2% van het personeelsbudget, dat behoort bij een 100% vulling, opgesoupeerd wordt. Dit is echter niet het geval!

     

    Zoals bijvoorbeeld uit de Defensiebegroting 2016 blijkt (blz.78) wordt er separaat budget gereserveerd voor bijv. personeel dat een langdurige opleiding volgt. Dit personeel bezet namelijk een zogenaamde NBOF-arbeidsplaats (Niet Beschikbaar Op Functie.) Dit personeel drukt dus niet op het personeelsbudget dat bedoeld is voor de vulling van de reguliere arbeidsplaatsen, zoals door Defensie gesuggereerd wordt.
    Dit is ook het geval voor de genoemde categorie personeel dat van de regeling voor ontslagbescherming gebruik maakt. Voor dit personeel is een separaat budget beschikbaar: het SBK-budget. Ook dit personeel drukt dus niet op het personeelsbudget dat bedoeld is voor de vulling van de reguliere arbeidsplaatsen, zoals door Defensie gesuggereerd wordt.

     

    Wat deze suggestiviteit nog versterkt is het feit dat de minister in de kamerbrief het CLAS als voorbeeld neemt. Zo is het vullingspercentage van reguliere militaire functies bij het CZSK (per november 2015) slechts 85%. Dat maakt het een stuk lastiger om een ‘rechtmatige’ verklaring te geven voor het verschil van 15% met het personeelsbudget, dat behoort bij een 100% vulling. Als dat er zou zijn.

     

    Wat dat betreft is ook deze Kamerbrief (wederom) een voorbeeld van ‘Kamervragen en antwoorden: een kat en muis-spel’. De Kamerleden zijn nu weer aan zet!

     

    GOV|MHB
    De GOV|MHB waarschuwt al sinds 2012 voor een forse ondervulling van de Krijgsmacht, ondanks de reorganisaties waarbij 12.000 functies zijn komen te vervallen.
    Helaas worden deze waarschuwingen met de huidige cijfers (wederom) bevestigd.

     

    De economie trekt aan, werkgevers hebben weer vacatures, de werkeloosheid begint langzaam iets af te nemen, maar de (ir)reguliere uitstroom bij Defensie blijft groter dan de werving. Defensie wordt al lange tijd niet meer als de goede werkgever van weleer gezien.
    In plaats Defensie weer naar de top 10 van aantrekkelijke werkgevers te loodsen, middels het afgeroomde arbeidsvoorwaardenbudget te investeren in noodzakelijke verbeteringen van de arbeidsvoorwaarden van het defensiepersoneel, wordt dit geld elders binnen de Krijgsmacht gebruikt. Gevolg: het zittende personeel loopt harder weg dan nieuw personeel bij Defensie wil komen werken. En dat ‘gat’ wordt alleen maar groter.
    Het is tijd om daadwerkelijk te investeren in het personeel!

     

     

     

  • Structureel ‘extra’ geld voor Defensie in 2015 betekent een aanvullend bedrag van minimaal € 482,2 miljoen

    Het Kabinet noemde het eerst nog ‘extra geld voor Defensie’.
    Maar na signalen van o.a. de GOV|MHB komt het Kabinet daar nu toch van terug.
    De € 50 miljoen die het Kabinet toevoegt aan de defensiebegroting van 2015 betekent slechts iets minder bezuinigen: ‘minder minder’.
    Om daadwerkelijk te spreken van extra geld voor Defensie in 2015 moet er, bovenop de huidige € 50 miljoen, nog minimaal structureel € 482,2 miljoen bij.

     

    Hoe zit het nu echt?
    Toen het Kabinet Rutte-Verhagen (Rutte I) eind 2010 aan het bewind kwam, bedroeg de defensiebegroting nog 8.458,6 miljoen euro.
    Omdat bezuinigingen onder eerdere kabinetten nog doorwerken tot zelfs na 2015 was de beoogde defensiebegroting voor 2015 € 8.236,1 miljoen.
    Tijdens de afgelopen Prinsjesdag bleek dat het defensiebudget voor 2015 slechts € 8.000,4 miljoen bedraagt. Hiervan is ook nog eens € 186,5 miljoen incidenteel én moet in totaal jaarlijks nog € 60 miljoen worden afgedragen aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ministerie van Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking. Een verschil van structureel € 482,2 miljoen t.o.v. de beoogde defensiebegroting voor 2015 bij aanvang van het Kabinet Rutte I.

     

    Alle maatregelen van de Kabinetten Rutte I & Rutte II hebben, inclusief de € 50 miljoen ‘extra’ waar het Kabinet mee pronkte tijdens de afgelopen Prinsjesdag, hebben dus geleid tot een structurele daling van de defensiebegroting voor 2015. Er is dus in feit geen sprake van ‘extra’ geld voor Defensie, maar slechts van ‘minder minder’.

     

    Een overzicht
    De Kabinetten Rutte I & Rutte II zijn samen verantwoordelijk voor bezuinigingen op de defensiebegroting van 2015 ter grootte van € 949,0 miljoen.
    Daar tegenover staan ook structurele verbeteringen. Zo zijn daar € 390 miljoen aan structurele intensiveringen. Dit is inclusief de € 50 miljoen van afgelopen Prinsjesdag, maar ook inclusief de bovengenoemde € 60 miljoen die structureel weer moet worden afgedragen aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ministerie van Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking.
    Ook is er door de jaren heen € 136,8 miljoen toegevoegd als compensatie voor gestegen prijzen en gestegen sociale werkgeverslasten op de lonen.
    Dit maakt samen € 466,8 miljoen dat daadwerkelijk structureel aan de defensiebegroting voor 2015 is toegevoegd (€ 390 - € 60 + € 136,8).
    Resteert per saldo een bedrag van € 482,2 miljoen aan structurele bezuinigingen.

     

    Het aanvullend toevoegen van € 482,2 miljoen betekent overigens alleen dat de defensiebegroting voor 2015 in euro’s gelijk is aan de defensiebegroting voor 2015, zoals deze was beoogd bij aanvang van het Kabinet Rutte I, in oktober 2010. Ofwel dat er naar de stand van 2010 in geld niet is bezuinigd door de Kabinetten Rutte I & Rutte II.
    Het betekent zeker niet dat Defensie daarmee dus ook hetzelfde zou kunnen doen, daar sinds 2010 sprake is van een aanzienlijke inflatie.

     

     

    Defensiebegroting 2016 en verder
    Een aanvullende € 482,2 miljoen betekent alleen dat er niet is bezuinigd in 2015 t.o.v. het begin van de Kabinetten Rutte I & Rutte II.
    Tot en met 2019 lopen de structurele bezuinigingen op de defensiebegroting namelijk nog verder op, van 949,0 miljoen in 2015 tot 1.069,0 miljoen.
    Daartegenover staan in dezelfde periode nog € 50 miljoen aan structurele intensiveringen.
    Per saldo dus verdere bezuinigingen ter grootte van € 70 miljoen.

     

    Wil Premier Rutte dus daadwerkelijk kunnen zeggen dat zijn Kabinetten ‘extra geld’ hebben toegevoegd aan de defensiebegroting, dan moet er tot 2019 in totaal nog minimaal € 552,2 miljoen bij (€ 482,2 + € 70).
    Een eerste stap naar een defensiebegroting die voldoet aan de NAVO-norm van 2% van het Bruto Nationaal Product.

Verenigingen

logo KVMO DIAP

KVNRO

nov

Contact

Koninginnegracht 19
2514 AB Den Haag

070 - 383 95 04