Bijna terug op het niveau van voor het Kabinet Rutte I?

Vorig jaar noemde het Kabinet het eerst nog ‘extra geld voor Defensie’. Maar later werd dit, na signalen van o.a. de GOV|MHB, ‘minder minder’.
Uit berekeningen bleek dat er pas sprake was van ‘extra’ geld wanneer er nog meer dan 482,2 miljoen euro bij had gekomen.
Ook dit jaar klinkt er vanuit het Kabinet weer dat er ‘extra’ geld voor Defensie bij komt. Hoe zit het dit jaar?

 

Een beschouwing
Toen het Kabinet Rutte-Verhagen (Rutte I) eind 2010 aan het bewind kwam, bedroeg de defensiebegroting nog 8.458,6 miljoen euro.
Omdat bezuinigingen onder eerdere kabinetten nog doorwerken tot zelfs na 2016 bedroeg - op dat moment - de beoogde defensiebegroting voor 2016 € 8.236,1 miljoen.
Tijdens de afgelopen Prinsjesdag blijkt dat het defensiebudget voor 2016 € 8.234,0 miljoen bedraagt.
De defensiebegroting is op het eerste oog – met een verschil van 2,1 miljoen euro - dus weer bijna terug op het niveau van voor de Kabinetten Rutte I & II.

 

Toch zitten er nog enige addertjes onder het gras:
Ten eerste kent de Defensiebegroting 2016 enkele incidentele posten. Deze incidentele posten bedragen gezamenlijk -16,5 miljoen euro.
Daarnaast moet Defensie echter sinds 2015 jaarlijks 60 miljoen afdragen aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken en het Ministerie van Buitenlandse Handel & Ontwikkelingssamenwerking.
Dat maakt dat het structurele deel van de Defensiebegroting 2016 ‘slechts’ 8.188,5 miljoen euro bedraagt. Een verschil van structureel € 45,5 miljoen t.o.v. de beoogde defensiebegroting voor 2016 bij aanvang van het Kabinet Rutte I.

 

Reële prijscompensatie
Toch kan met deze structurele 8.188,5 miljoen euro niet hetzelfde worden gedaan als in 2011. Er is immers sprake geweest van inflatie. Volgens het CBS bedraagt deze inflatie in Nederland over de periode 2011-2015 8,5% procent.
Normaliter ontvangt Defensie hiervoor loon- en prijscompensatie. Daarmee wordt de inflatie op de lonen en prijzen gecompenseerd. Deze inflatiecorrectie is echter slechts ten dele toegekend.
Uitgaande van het eind 2010 oorspronkelijk beoogde defensiebudget voor 2016 van 8.236,1 zou er 8.933,3 benodigd zijn. Een inflatie van gemiddeld bijna 123 miljoen euro per jaar. (Hierbij is nog geen rekening gehouden met het feit dat Defensie afhankelijk is van de prijsontwikkelingen in het buitenland en op de defensiemarkt, waar andere ‘inflatiecijfers’ gelden. Dan bedraagt het gemiddelde ongeveer 200 miljoen euro per jaar.)
In dat opzicht zit er dus nog wel iets meer licht tussen het huidige structurele deel van de Defensiebegroting 2016 en de oorspronkelijk beoogde defensiebegroting voor 2016 bij aanvang van de Kabinetten Rutte I & II dan 45,5 miljoen euro, namelijk 736,4 miljoen euro.

 

Conclusie
Op het eerste gezicht lijkt het dat met de Defensiebegroting 2016 Defensie bijna terug is op het niveau van voor de Kabinetten Rutte I & II.
Een nadere beschouwing leert echter dat wanneer de incidentele posten én de inflatie over de jaren 2011 t/m 2015 ook in ogenschouw wordt genomen, Defensie geen 2,1 miljoen euro, maar (minimaal) 736,4 miljoen euro verwijderd is van het niveau van eind 2010.
De goede weg is absoluut ingeslagen! Maar er is nog geen echte reden tot juichen. Er is nog een hele lange weg te gaan eer Defensie echt ‘terug’ is.

 

 

Klik hier voor een volledig cijfermatige weergave

 

Klik hier voor een volledig grafische weergave