Loonakkoord en pensioenen

Bij onze leden rijzen vragen naar aanleiding van het rumoer dat is ontstaan over het ‘Loonakkoord’ en de gevolgen hiervan voor de pensioenen. De media melden dat het ‘Loonakkoord’ op losse schroeven staat en de FNV – tegenstander van het ‘Loonakkoord’ - is een enquête begonnen onder ABP deelnemers.

 

Ondanks de tegenwerking van de FNV wordt het ‘Loonakkoord’ uitgevoerd. In oktober, deze maand, wordt o.a. de 500 euro uitbetaald aan alle Defensie medewerkers. De enquête van de FNV is ingevuld door 44.000 van de 2,8 miljoen deelnemers aan het ABP. Dat is ruim 1,5% van de deelnemers ABP. Hiervan was 80% het eens met de stellingen van de FNV. Breed leeft de mening dat op basis van deze deelname het ‘Loonakkoord’ terecht wordt uitgevoerd.

 

Gevolgen ‘Loonakkoord’ voor het pensioen van de gepensioneerden

Een aantal overwegingen:
- Daling van de rentestand met 0,5 % betekent een verlaging van de dekkingsgraad van het ABP met ongeveer 6%.
- De financiële markten zijn o.a. door de onrust in China gedaald. Een vermindering van het rendement op beleggingen van 1% kost 1% dekkingsgraad.
- Door het loonakkoord wordt er 3% pensioenpremie minder ingelegd. Dit leidt tot 0,3% vermindering van de dekkingsgraad.

 

Conclusie: het ‘Loonakkoord’ heeft invloed op de dekkingsgraad. Maar het is de rekenrente en in mindere mate de winst op beleggingen die de echte stempel drukken op de hoogte van de dekkingsgraad.

 

Gevolgen ‘Loonakkoord’ voor actief dienende en met name de jongeren
Een goed pensioen is essentieel om ook straks nog van het leven te kunnen genieten. Het tijdstip waarop men met pensioen gaat wordt later, maar de gemiddelde duur van de periode van pensionering blijft gelijk (21 jaar). Door de zéér lage rente, de slechte beleggingsresultaten én in zeer beperkte mate het ‘Loonakkoord’ bestaat er een aanzienlijke kans dat, vooral door de jongeren, naar de toekomst toe minder pensioen wordt opgebouwd.

 

Loonakkoord wordt uitgevoerd
In de discussie spelen vele onduidelijkheden, maar duidelijk is wel dat het ‘Loonakkoord’ staat en zal worden uitgevoerd. Dat is met Defensie al vastgelegd in een aparte uitvoeringsovereenkomst voor de jaren 2015 en 2016. De eerste betalingen op basis van de overeenkomst zijn in oktober 2015 al gedaan.

Daling pensioenpremies?
Maar wat dan met de pensioenen? In september is de dekkingsgraad flink gedaald door een lagere rente en flink lagere aandelenkoersen. Dat is de werkelijke reden voor alle commotie. Dat als gevolg van het loonakkoord de dekkingsgraad daalt, omdat daarin ook een daling van de pensioenpremie is meegenomen is ook waar, maar alles wel graag in de juiste verhoudingen.

De dekkingsgraad daalt met 6% als de rekenrente met 1% daalt. In september daalde rente behoorlijk. De dekkingsgraad daalt verder met 0,3% door de premieverlaging met 3% uit het loonakkoord. Niet veel aan de hand met het laatste zou je denken.

 

Herstelplan ABP
Er is echter een maar en dat is het feit dat het ABP, vanwege de reeds langdurige lage dekkingsgraad, van de toezichthouder DNB de opdracht heeft gekregen om vóór 1 juli 2015 een herstelplan op te stellen om binnen een periode van 11 jaar (gerekend m.i.v. 2016) weer terug te zijn op een dekkingsgraad waarbij volledige indexatie mogelijk is, d.w.z. 128%.

 

Dat herstelplan, dat in augustus 2015 is goedgekeurd door DNB, is gebaseerd op de kengetallen van het eerste halfjaar van 2015. DNB maakte bij goedkeuring al kritische opmerkingen over de financiële positie van ABP en de haalbaarheid van het herstelplan. Toen kwam de maand september waarin de rente en aandelenkoersen ineens wegzakten en de paniek toesloeg.

 

Signaal ABP-bestuur
Het ABP-bestuur stelde vervolgens een notitie op waaruit blijkt dat het herstelplan door een herberekening op basis van de dekkingsgraad van dat moment net niet meer haalbaar is. Daar waar op korte termijn de lagere dekkingsgraad geen kwaad aanricht, blijkt uit het herstelplan dat op de lange termijn, uitgaande van de lage dekkingsgraad van dat moment, het fonds wel in de problemen komt. Het loonakkoord speelt op basis van de rekenmodellen ook een kleine rol. Als gevolg van het akkoord daalt de kans op indexatie licht en de kans op afstempeling stijgt licht.

 

Reactie FNV
Vervolgens haalde de FNV, die zich eerder tegen het ‘Loonakkoord’ had gekeerd, de voorpagina’s door juist de pensioenparagraaf uit het ‘Loonakkoord’ naar voren te halen als de grote boosdoener. Ja, het loonakkoord speelt ook mee, maar dan wel in een beperkte rol en pas op de lange termijn. En daar zit de crux van de zaak. Wie kan immers over een langere periode voorspellen wat de rente en de aandelenkoersen, die een veel doorslaggevender rol spelen, gaan doen?

 

Visie GOV|MHB
De GOV|MHB deelt de zorgen over de ABP pensioenen en meer in het algemeen over het pensioenstelsel in Nederland. Een grijs pensioenfonds als het ABP is al enkele jaren sterk afhankelijk van de ontwikkelingen op de financiële markten. Op korte termijn is een stijging van de premie echter wel de oplossing om binnen de (tijds)grenzen van het herstelplan te blijven. De kosten van een eventuele premieverhoging zal in 2105 en 2016 door het kabinet betaald moeten worden. De CAO voor deze periode ligt vast.

 

Op de lange termijn moet het herstel van de financiële markten komen. Zoals pensioenfondsen op dit moment bij wet verplicht zijn gefinancierd, het nominale stelsel, is het zekerheid zoeken in een onzekere wereld en dat is een peperdure aangelegenheid. Die zekerheid vertaalt zich in hoge dekkingsgraden van hoge buffers en een lange periode van niet indexeren. De GOV|MHB richt zich op een zgn. reëel stelsel, waarin door het verminderen van de zekerheden en de hoge buffers en door beleggingen met een tijdshorizon aangepast aan de (zeer) langlopende betalingsverplichtingen, de pensioenen weliswaar per jaar licht kunnen fluctueren, maar veel eerder kunnen worden geïndexeerd. Bovendien moeten de opgebouwde pensioenrechten in individuele pensioenpotten aan de persoon toegerekend kunnen worden, maar wel met behoud van de door ons gewenste solidariteit tussen de deelnemers.