De vereniging voor professionals bij Defensie
Achtergrond_Home.jpg
5. Cartoon nieuwjaarsbingo

Cartoons

AOW-gat

  • AOW- gat versus salarisverhoging

    Verdeel en heers, niet bij militairen!!!

     

    Het overleg in de Tweede Kamer met betrekking tot het AOW- gat in een aantal korte conclusies samengevat. Defensie voert het vonnis van de rechter uit en spreekt met geen woord over goed werkgeverschap. Het Kabinet laat Defensie vallen. Defensie moet onterecht de rekening zelf betalen. De Tweede Kamer is het opvallend eensgezind oneens met het Kabinet.
    De minister wil de compensatie AOW-gat betalen uit arbeidsvoorwaarden geld, maar heeft daarvoor de bonden nodig. De GOV|MHB wil niet meewerken aan het verder afnemen van loonruimte van actief dienend Defensiepersoneel en UGM’ers. Er is al 40 miljoen ten koste gegaan van deze loonruimte. Wij laten ons niet verdelen door dit kabinet. Kameraadschap is ons grootste goed. Samen gaan wij verder deze juiste strijd aan.

     

    Gisteren vond het Algemeen Overleg Personeel over het AOW-gat plaats in de Tweede kamer. Oud-militairen waren in zulk grote getallen aanwezig dat zij over drie zalen verdeeld moesten worden. (Oud-) Militairen die voor de zoveelste keer onterecht benadeeld worden door dit Kabinet. En het gaat ook ergens over! De bedragen van de inkomensteruggang variëren tussen de 300 en meer dan duizend euro netto. Dat is heel veel geld.

     

    Minister Asscher, Staatssecretaris Wiebes en Minister Hennis waren aanwezig. De Vaste Kamer commissie voor Defensie was deze keer eensgezind, “regering zoek een oplossing”.
    Dit kan niet, dit zijn conflicterende wetten, de “Bijzondere positie van de militair” is in het geding, hier moet het Kabinet met een oplossing komen. Niet Defensie want deze heeft geen geld, dat weten wij.

     

    Daarna was het Kabinet aan het woord. Zowel Minister Asscher als Staatssecretaris Wiebes maakten duidelijk dat alle voorstellen tot oplossing, zoals deze door de Kamerleden naar voren werden gebracht, niet haalbaar waren. Daarna maakte Minister Henins duidelijk dat zij, met Defensiemiddelen het AOW- gat gaat oplossen. Althans, inhoud zal geven aan de beslissing van de rechter om het excessieve bedrag dat men misloopt te verminderen. Het is duidelijk dat niet redelijkheid, het herstellen van fouten door samenlopende wetgeving, goed werkgeverschap, de bijzondere positie van de militair haar hiertoe heeft overgehaald, maar de koude beslissing van de rechter. Het was ook duidelijk dat het hele Kabinet haar in de kou liet staan.

     

    De minister gaf vervolgens dapper aan dat compensatie betaald zal worden uit arbeidsvoorwaardengeld. Maar ze gaf ook aan dat dit geld niet zomaar ergens anders vandaan gehaald kan worden, er zijn op grond van de begrotingswet schotten tussen de diverse uitgaven. Dus de kosten zullen mede moeten worden gedragen door het actief dienend defensiepersoneel. Dat is nu ook precies de reden waarom de bonden niet met de minister hierover aan tafel wilden zitten. In de pensioendiscussie zien wij al hoe dit Kabinet verdeeldheid heeft weten te zaaien tussen jongeren en ouderen. De volgende poging zien wij nu bij Defensie; verdeeldheid tussen actieven en niet- actieven. Verdeel en heers, waar kennen wij dat van?

     

    Door de Tweede Kamer werd de minister vervolgens op haar vingers getikt dat ze de “Zwarte Piet” van het niet willen onderhandelen bij de bonden wilde leggen. De oplossing van het probleem ligt niet bij de bonden maar bij het Kabinet.


    Het kabinet laat Hennis met lege handen achter. Het ministerie van Financiën is vele miljarden rijker, maar een hierdoor ontstaan probleem oplossen, dat is er niet bij. En de oplossing is simpel: verstop je niet achter regelgeving maar compenseer Defensie gewoon voor de kosten die voortvloeien uit de Bijzondere Positie Militair. Broekzak is vestzak

  • AOW-gat gewezen militairen en burgerpersoneel bij Defensie is leeftijdsdiscriminatie

    De minister van Defensie overtreedt de wet door een verboden onderscheid naar leeftijd te maken bij het stoppen van de Uitkering Gewezen Militairen én de wachtgelduitkering op de leeftijd van 65 jaar. Dit oordeelde hetCollege voor de Rechten van de Mens eind 2014.

    Er is door de bonden, samen met Defensie een “voorlopige voorziening AOW-gat” getroffen (zie onder). Daarnaast lopen er echter meerdere juridische procedures tegen het AOW gat. Defensie heeft daarbij aangegeven deze tot aan de Centrale Raad van Beroep te zullen blijven voeren.

    Als gevolg van de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep kan de “voorlopige voorziening AOW-gat” wijzigen.Het is echter toegestaan dat er geen terugwerkende kracht wordt verbonden aan een gewijzigde regeling, voor hen die geen bezwaar hebben ingediend. Wij roepen u daarom op om alsnog bezwaar aan te tekenen.

    De GOV|MHB raadt alle militairen, die een besluit hebben gekregen over hun UGM én waarvan de bezwaartermijn nog open staat, aan om bezwaar aan te tekenen. Dit dient te gebeuren binnen zes weken na dagtekening van het besluit. Alle gewezen militairen waarvan het besluit over de UGM langer terug ligt dan zes weken raden wij aan een verzoek in te dienen voor herziening van het besluit, op grond van de uitspraak van het College.

    Voor alle gewezen militairen en burgermedewerkers die als gevolg van het beëindigen van de wachtgelduitkering of de BBW-uitkering geconfronteerd gaan worden met een AOW-gat geldt het advies om een verzoek tot verlenging in te dienen. Alle gewezen militairen en burgermedewerkers die als gevolg van het beëindigen van de wachtgelduitkering of de BBW-uitkering momenteel met een AOW-gat geconfronteerd worden raadt de GOV|MHB aan om een verzoek tot herziening van het besluit indienen.

    Voor eenieder die reeds geconfronteerd is geweest met een AOW-gat bestaat geen mogelijkheid meer om een herziening in te dienen, daar het bij een herziening in alle gevallen alleen om toekomstige aanspraken gaat. Voor hen die reeds geconfronteerd zijn geweest met een AOW-gat is dat dus niet meer van toepassing.

    Voor ondersteuning bij het bezwaar of het verzoek kunnen leden (GOV|MHB, KVMO en NOV) contact opnemen met de sectie Juridische Ondersteuning van de GOV|MHB via: o.v.v. AOW-gat en de vereniging waarvan men lid is.

    TOELICHTING

    Bijna een jaar geleden (11 december 2014) oordeelde het College voor de rechten van de Mens (hierna: het College) dat de minister van Defensie de wet overtreedt door een verboden onderscheid te maken naar leeftijd bij het stoppen van de Uitkering Gewezen Militairen (UGM) op 65 jaar. Hiervoor onderkende het College twee gronden: Ten eerste dat het middel niet passend is doordat er geen aansluiting (meer) is met de AOW-uitkering. Ten tweede dat het stoppen van de UGM disproportionele gevolgen heeft, namelijk een grote inkomensachteruitgang. Enkele lagere rechtbanken hebben een soortgelijk oordeel geveld inzake het stoppen van de wachtgelduitkering van gewezen burgermedewerkers op de leeftijd van 65 jaar.

    Al geruime tijd heeft Defensie zich echter op het standpunt gesteld dat het ultimo de Centrale Raad van Beroep is die bepaalt of Defensie op een juridisch correcte wijze omgaat met gewezen militair ambtenaren en gewezen burgermedewerkers. Eventuele uitspraken van de Centrale Raad van Beroep laten echter, naar het zich laat aanzien, nog geruime tijd op zich wachten.

    Daarom hebben Defensie en de Centrales van Overheidspersoneel al eerder, in het eerste deelakkoord arbeidsvoorwaarden, overeenstemming bereikt over een voorziening t.b.v. het ondervangen van de negatieve gevolgen van het ontbreken van de AOW-uitkering. De GOV|MHB benadrukt dat deze overeengekomen voorziening een ‘voorlopige’ regeling betreft. De reden voor deze voorlopige status is tweeledig:

    1. In de eerste plaats omdat deze voorziening deel uit maakt van het totale pakket aan arbeidsvoorwaarden waarover Defensie en de Centrales momenteel onderhandelen.
      Pas nadat de achterban van Defensie en de Centrales hebben ingestemd met de uitkomst van het totale pakket kan er sprake zijn van een definitieve voorziening.
    2. Ten tweede omdat er op dit moment vele juridische procedures lopen aangaande het AOW-gat, aangespannen door gewezen defensiemedewerkers. Niet uit te sluiten valt dat in dit proces van juridische procedures de Centrale Raad van Beroep een of meerdere uitspraken doet die noopt tot aanpassing van de nu overeengekomen voorziening.

    GOV|MHB
    Het kan volgens de GOV|MHB namelijk niet zo zijn dat gewezen militair ambtenaren en gewezen burgermedewerkers bij Defensie in grote financiële problemen kunnen komen door het AOW-gat. Daar het juridische steekspel nog vele maanden kan gaan duren en het AOW-gat, door de versnelde ophoging van de AOW-leeftijd, snel groter wordt heeft de GOV|MHB ervoor gekozen om met de bovengenoemde voorlopige voorziening in te stemmen. Voor meer informatie omtrent de voorlopige voorziening zie ProDef-Bulletin nr. 5 van augustus 2015.

  • AOW-gat gewezen militairen is leeftijdsdiscriminatie

    De minister van Defensie overtreedt de wet door een verboden onderscheid naar leeftijd te maken bij het stoppen van de Uitkering Gewezen Militairen op 65 jaar.
     
    Donderdag 11 december jl oordeelde het College voor de rechten van de Mens (hierna: het College) dat de minister van Defensie de wet overtreedt door een verboden onderscheid naar leeftijd te maken bij het stoppen van de Uitkering Gewezen Militairen (UGM) op 65 jaar.
     
    Een onderscheid op grond van leeftijd is niet altijd verboden. Er kunnen rechtvaardige gronden zijn voor een onderscheid op leeftijd.
    Het College oordeelt echter dat het onderscheid wat Defensie toepast niet kan worden gerechtvaardigd. Hiervoor onderkent het College twee gronden:
    Ten eerste omdat het middel niet passend is doordat er geen aansluiting (meer) is met de AOW-uitkering.
    Ten tweede omdat het stoppen van de UGM disproportionele gevolgen heeft, namelijk een grote inkomensachteruitgang.

    Lees hier de volledige uitspraak van het College.

    Uitspraken van het College zijn niet bindend. Om die reden kan Defensie de uitspraak naast zich neerleggen.
    Jurisprudentie wijst echter uit dat rechters uitspraken van het College in (nagenoeg) alle gevallen volgen indien wordt besloten met een uitspraak van het College naar de rechter te stappen.
    De vraag is dan ook wat Defensie gaat doen n.a.v. het oordeel van het College?
     

    Wachtgeldregeling

    Wat voor de UGM geldt, geldt eveneens voor de wachtgeldregeling (uit het SBK 2004) voor zowel gewezen militairen als burgermedewerkers bij Defensie.

    Ook deze eindigt op 65 jaar, waarmee er een AOW-gat ontstaat.



    GOV|MHB
    De GOV|MHB is van mening dat Defensie, als goed werkgever, de uitspraak ter harte zou moeten nemen, door de UGM en de wachtgeldregeling per direct te laten aansluiten op de AOW-leeftijd.
    Zowel voor de gewezen militairen én burgermedewerkers die nu al een AOW gat hebben (repareren), als voor gewezen militairen én burgermedewerkers voor wie in de (nabije) toekomst een AOW-gat opdoemt. 
     
    De GOV|MHB raadt alle militairen die een besluit hebben gekregen over hun UGM én waarvan de bezwaartermijn nog open staat, aan om bezwaar aan te tekenen. Dit dient te gebeuren binnen zes weken na dagtekening van het besluit.
    Klik hier voor een voorbeeldbrief.

    Gewezen militairen waarvan het besluit over de UGM langer terug ligt dan zes weken raadt de GOV|MHB aan om een verzoek in te dienen voor herziening van het besluit, op grond van de uitspraak van het College.
    Klik hier voor een voorbeeldbrief.

     

    De GOV|MHB raad gewezen militairen en burgermedewerkers die als gevolg van het beeindigen van de wachtgelduitkering geconfronteerd gaan worden met een AOW-gat eveneens aan om een verzoek tot verlenging in te dienen.

    Klik hier voor een voorbeeldbrief.

    Neem voor ondersteuning bij het bezwaar of het verzoek contact op met de juridische afdeling van de GOV|MHB via: o.v.v. AOW-gat

     

     

  • Behandeling ‘Voorziening AOW- gat’ tot nader orde uitgesteld.

    De behandeling van de ‘voorziening AOW- gat’ tijdens het Algemeen Overleg (AO) Personeel door de vaste Kamercommissie voor Defensie (VCD) gepland voor donderdag 22 april is tot nader orde uitgesteld.

    Met dit uitstel wacht de minister de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep begin mei af.

    De GOV|MHB is van mening dat het uitstellen van de behandeling van het AOW- gat geen recht doet aan de grote financiële onzekerheid waarmee een grote groep (oud)defensiemedewerkers, zowel militairen als burgers, worden geconfronteerd.

    Het wordt tijd dat het Kabinet haar verantwoordelijkheid neemt voor deze groep mensen die jarenlang, onder soms zware omstandigheden, Nederland hebben gediend.

  • College vd Rechten vd Mens stuurt VCD brief aangaande AOW-gat

    Het College voor de Rechten van de Mens heeft op 11 juni jl een brief gestuurd aan de Vaste Commissie Defensie van de Tweede Kamer en Minister van Defensie Hennis-Plasschaert m.b.t. het AOW-gat. In deze brief stelt het College dat Defensie tegen de wet handelt met het niet doorbetalen van de UGM en de wachtgeldregeling tot de AOW-leeftijd.

     

    Op 1 september 2014 oordeelde het College dat de minister van Defensie in strijd handelt met het verbod van leeftijdsdiscriminatie door de wachtgelduitkering bij de leeftijd van 65 jaar te beëindigen. In een vergelijkbare zaak oordeelde het College op 11 december 2014 dat de minister van Defensie verboden leeftijdsonderscheid maakt door de uitkering op grond van de Uitkeringswet Gewezen Militairen (UGM) bij de leeftijd van 65 jaar te beëindigen.

     

    In reactie op deze oordelen heeft de minister van Defensie aan het College kenbaar gemaakt dat aanpassing van de rechtspositie alleen mogelijk is na het bereiken van overeenstemming in het Sectoroverleg Defensie.

     

    Het College geeft in de brief aan de minister uitdrukkelijk niet te kunnen volgen in haar zienswijze dat het haar als werkgever van het (voormalige) defensiepersoneel vrij staat een discriminerende bepaling in de arbeidsvoorwaardenregeling te blijven toepassen, zolang zij over wijziging geen overeenstemming met de vakorganisaties heeft bereikt. Cao’s en ambtelijke rechtspositieregelingen mogen niet in strijd zijn met een formele wet als de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL). Het recht op arbeidsvoorwaarden die niet in strijd zijn met de WGBL kan niet afhankelijk worden gemaakt van de (nog onzekere) uitkomst van cao-onderhandelingen.

     

    Lees hier de gehele brief met de bijlages van het College voor de Rechten van de Mens.

  • Juridische strijd om het AOW-gat bij de UGM gaat nu echt beginnen.

    Aanstaande donderdag, 25 augustus 13.00 uur, vindt in de Rechtbank Den Haag de (openbare) zitting plaats in een aantal beroepszaken betreffende het AOW-gat bij de uitkeringen op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen. In de loop van het afgelopen jaar heeft de rechtbank honderden beroepschriften tegen dit AOW-gat ontvangen en de rechtbank heeft uit die grote berg na 16 zaken geselecteerd die donderdag als ‘representatieve’ kopgroep ter zitting worden behandeld.


    Onlangs heeft de Centrale Raad van Beroep uitspraak gedaan in het hoger beroep betreffende het AOW-gat bij de wachtgelduitkering. De Raad heeft de Minister opdracht gegeven om nieuwe besluiten te nemen, omdat de Raad de uitkering op grond van de voorlopige voorziening tegemoetkoming inkomensderving als gevolg van ophoging AOW-leeftijd, als onvoldoende heeft beoordeelt. In hoeverre de rechtbank zich door deze uitspraak zal laten inspireren, zal moeten blijken.

  • Kabinet legt de rekening AOW-gat, wederom, bij het defensiepersoneel

    Na de hoorzitting AOW-gat en het Algemeen Overleg AOW-gat was er gisteren een Voortgezet Algemeen Overleg (VAO) AOW-gat. Hierin moesten de politieke partijen hom of kuit geven over het AOW-gat dat bij Defensie is ontstaan omdat Defensie de pensioengerechtigde leeftijd van zijn personeel vooralsnog niet wil koppelen aan de verschuivende AOW-gerechtigde leeftijd.


    Tijdens het overleg werden door de oppositie verschillende moties ingediend om zowel de militair als het burgerpersoneel volledig te compenseren voor het AOW-gat. Al deze moties zijn door minister Hennis ontraden. De minister heeft aangegeven dat zij de gerechtelijke uitspraken zal volgen waarin staat dat er geen sprake mag zijn van excessieve achteruitgang van inkomen. Volgens de minister zal er derhalve dan ook geen sprake zijn van een volledige compensatie voor het defensiepersoneel. Opvallend aan de uitspraak van de minister is dat compensatie niet aan de orde is vanuit goed werkgeverschap maar omdat ze alleen onder gerechtelijke dwang extra wil compenseren. Voor de GOV|MHB reden om de rechtszaken door te zetten. Kennelijk is dit de enige manier waarop de minister tot bewegen kan worden aangezet.


    De VVD en PVDA komen met een amendement waarin zal staan dat het kabinet de komende jaren 8 miljoen per jaar extra gaat bijdragen aan het AOW-gat. In de hoorzitting is aangegeven dat het totale probleem bij Defensie 100 miljoen per jaar bedraagt. Vanuit het arbeidsvoorwaardenbudget hebben de bonden hun verantwoordelijkheid genomen en in het Deelakkoord van 2014 34 miljoen ter compensatie van het AOW-gat ingezet. De coalitie verhoogt dit budget met 8 miljoen die bekostigd moet worden uit de strafheffing die Defensie moet betalen aan de minister van Financiën. Het actiefdienende personeel draagt vanuit zijn arbeidsvoorwaarden uit solidariteit een veelvoud van de solidariteit bij die het kabinet en de minister aan het defensiepersoneel geeft. Dat zet te denken.


    Gisteren werd in het debat over de defensiebegroting weer gezegd dat het echte kapitaal van Defensie het personeel is. Voor het personeel geldt echter dat zijn kapitaal steeds minder wordt aangezien het iedere keer financieel wordt gestraft vanwege zijn bijzondere positie. Het wordt dan ook tijd dat deze bijzondere positie wordt geborgd in het Haagse. Alleen op deze wijze kan het defensiepersoneel worden beschermd tegen nieuwe wetgeving, waardoor het keer op keer wordt benadeeld vanuit zijn bijzondere positie.

  • Onduidelijkheid over het tarief inkomstenbelasting tijdens de periode van het ‘AOW-gat’

    De GOV|MHB ontvangt signalen dat er onduidelijkheid bestaat over de hoogte van de inkomstenbelasting tijdens de periode waarin sprake is van een ‘AOW-gat’, alsmede de effecten hiervan. Een uitleg.

     

    Belastingstelsel
    Het Nederlandse belastingstelsel kent voor hen die in 2015 de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt (effectief) drie tarieven voor inkomstenbelasting:
    - 36,5% tot en met 19.822 euro aan belastbaar (jaar)inkomen;
    - 42,0% van 19.822 euro tot en met 57.585 euro aan belastbaar (jaar)inkomen;
    - 52,0% voor een belastbaar (jaar)inkomen boven de 57.585 euro.

     

    Hierbij is in het eerste tarief – 36,50% - ook de AOW-premie opgenomen.

     

    Voor hen die voor 2015 de AOW-leeftijd hebben bereikt gelden andere tarieven voor de inkomstenbelasting:
    Geboren voor 1 januari 1946:
    - 18,6 % tot en met 19.822 euro aan belastbaar (jaar)inkomen;
    - 24,1% van 19.822 euro tot en met 33.857 aan belastbaar (jaar)inkomen;
    - 42,0% van 33.858 euro tot en met 57.585 euro aan belastbaar (jaar)inkomen;
    - 52,0% voor een belastbaar (jaar)inkomen boven de 57.585 euro.

     

    Geboren na 31 december 1945 maar voor 1 november 1949:
    - 18,6 % tot en met 19.822 euro aan belastbaar (jaar)inkomen;
    - 24,1% van 19.822 euro tot en met 33.589 aan belastbaar (jaar)inkomen;
    - 42,0% van 33.590 euro tot en met 57.585 euro aan belastbaar (jaar)inkomen;
    - 52,0% voor een belastbaar (jaar)inkomen boven de 57.585 euro.

     

    Voor hen die in 2015 de AOW-leeftijd bereiken geldt er een combinatie.

     

    Voorlopige voorziening ‘AOW-gat’
    Gedurende de periode waarin aanspraak gemaakt kan worden op de (voorlopige) voorziening AOW-gat heeft de gewezen defensiemedewerker de AOW-leeftijd nog niet bereikt. Om die reden is er gedurende die periode nog steeds sprake van het eerstgenoemde ‘hoge’ tarief inkomstenbelasting.
    Dit impliceert dat over de voorziening AOW-gat, in tegenstelling tot over de daadwerkelijke AOW, 17,9% ‘extra’ inkomstenbelasting dient te worden betaald.
    Deze fiscale effecten van algemeen geldende wetgeving worden niet gecompenseerd in de (voorlopige) voorziening AOW-gat. Het niet compenseren van fiscale effecten van algemeen geldende wetgeving is in lijn met hetgeen gangbaar is binnen de sector Defensie.

     

    Hetzelfde geldt voor het pensioen dat in de periode voor het bereiken van de AOW-leeftijd wordt genoten.

     

    Dit houdt in dat (voorziening en pensioen) samengenomen het maximale bedrag aan ‘extra’ inkomstenbelasting t.o.v. de periode na het bereiken van de AOW-leeftijd, kan oplopen tot resp. 6.060 euro netto (geboren voor 1 januari 1946) of 6.012 euro netto per jaar (geboren na 31 december 1945 maar voor 1 november 1949). (Op basis van de tarieven inkomstenbelasting 2015.)

     

    GOV|MHB
    De GOV|MHB beseft dat de netto achteruitgang in de periode tussen het einde van de UGM of wachtgeld én de AOW-leeftijd, ondanks de voorlopige voorziening AOW-gat, nog steeds zeer aanzienlijk is.
    Het alternatief was echter dat er geheel geen voorziening t.b.v. het AOW-gat is. Daarmee zou de netto achteruitgang in die periode nog veel groter zijn.
    Het is om die reden dat de GOV|MHB haar verantwoordelijkheid heeft genomen en heeft ingestemd met deze voorlopige voorziening.
    Voorlopig omdat de Centrale Raad van Beroep (CRvB) zich nog moet uitspreken over de vraag of er sprake is van onrechtmatige leeftijdsdiscriminatie bij het stoppen van de UGM (en de wachtgelduitkering) op de leeftijd van 65 jaar. Het is daarbij niet uitgesloten dat de voorlopige voorziening in het geheel niet nodig is. De CRvB kan immers oordelen dat, ondanks de voorlopige voorziening AOW-gat, er sprake is van onrechtmatige leeftijdsdiscriminatie én dat de UGM ‘gewoon’ door dient te lopen tot aan de AOW-leeftijd.

     

    Aangezien de UGM een uitvloeisel is van de Bijzondere Positie van de militair staat het voor de GOV|MHB in dat geval vast dat het Kabinet het Ministerie van Defensie daarvoor de noodzakelijke financiële middelen moet toebedelen. Het is immers het Kabinet dat de lusten heeft van de Bijzondere Positie die militairen hebben als dit het Kabinet uitkomt. Dan zijn logischerwijs ook de daarbij behorende lasten voor rekening van datzelfde Kabinet.

     

     

  • Overeenstemming over (voorlopige) voorziening AOW-gat defensiepersoneel

    Defensie en de Centrales van Overheidspersoneel hebben overeenstemming bereikt over de voorziening t.b.v. het ondervangen van de negatieve gevolgen van het ontbreken van de AOW-uitkering, zoals afgesproken in het eerste deelakkoord arbeidsvoorwaarden.

     

    Voorziening
    De overeengekomen voorziening onderscheidt twee categorieën belanghebbenden:

    1. De gewezen militair ambtenaar en burgerlijk ambtenaar bij Defensie die worden geconfronteerd met een AOW-gat;
    2. De gewezen militair ambtenaar of gewezen burgerlijk ambtenaar bij Defensie die, tussen 1 januari 2013 en 1 oktober 2015, na het bereiken van de leeftijd van 65 jaar geen aanspraak heeft gehad op een AOW-uitkering.

    Voor de eerste categorie geldt dat de gewezen militair ambtenaar of gewezen burgerlijk ambtenaar bij Defensie een maandelijkse tegemoetkoming ontvangt. Deze tegemoetkoming is gebaseerd op het voor het desbetreffende individu geldende bruto AOW-bedrag bedrag, indien daarop aanspraak zou hebben bestaan (incl. de inkomensondersteuning AOW en de maandelijkse opbouw vakantiegeld). Dit bedrag is dus net als het AOW-bedrag gebaseerd op de huwelijkse staat van de individuele gewezen militair ambtenaar of burgerambtenaar bij Defensie.

     

    Voor de tweede categorie geldt dat de gewezen militair ambtenaar of gewezen burgerlijk ambtenaar bij Defensie, in aanmerking komt voor een schadevergoeding in de vorm van een eenmalige overgangsuitkering. Deze overgangsuitkering is gebaseerd op het gedurende deze periode, van één tot maximaal drie maanden, gederfde bruto AOW-bedrag, indien daarop aanspraak zou hebben bestaan (incl. de inkomensondersteuning AOW en de maandelijkse opbouw vakantiegeld).

    Voor zowel de tegemoetkoming als de overgangsuitkering geldt dat de fiscale effecten van algemeen geldende wetgeving niet worden gecompenseerd.

     

    Voorlopig
    De nu overeengekomen voorziening kent een ‘voorlopige’ status.
    De reden voor deze voorlopige status is tweeledig:

    1. In de eerste plaats omdat deze voorziening deel uit maakt van het totale pakket aan arbeidsvoorwaarden waarover Defensie en de Centrales momenteel onderhandelen.
      Pas nadat de achterban van Defensie en de Centrales hebben ingestemd met de uitkomst van het totale pakket kan er sprake zijn van een definitieve voorziening.
    2. Ten tweede omdat er op dit moment vele juridische procedures lopen aangaande het AOW-gat, aangespannen door gewezen defensiemedewerkers. Niet uit te sluiten valt dat in dit proces van juridische procedures de Centrale Raad van Beroep een of meerdere uitspraken doet die noopt tot aanpassing van de nu overeengekomen voorziening.

     

    Vanwege de nu nog lopende juridische procedures, zijn Defensie en de Centrales overeengekomen dat indien een gewezen militair ambtenaar of gewezen burgerlijk ambtenaar bij Defensie, op grond van een rechterlijke uitspraak, aanspraak verkrijgt op een schadevergoeding (op welke wijze dan ook) ter zake van het AOW-gat, de tegemoetkoming of overgangsuitkering niet wordt uitgekeerd, of de reeds genoten tegemoetkoming of overgangsuitkering hierop in mindering wordt gebracht of wordt teruggevorderd.

     

    GOV|MHB
    De GOV|MHB onderkent dat er op dit moment veel gaande is rondom de wijze waarop Defensie omgaat met het AOW-gat bij gewezen militair ambtenaren en gewezen burgerambtenaren. Zo is er sprake van verschillende juridische procedures en heeft ook de Commissie voor de Rechten van de Mens zich hier, middels een brief aan de Vaste Commissie Defensie van de Tweede Kamer der Staten Generaal, t.o.v. Defensie kritisch over uitgelaten.

     

    Defensie heeft zich echter op het standpunt gesteld dat het ultimo de Centrale Raad van Beroep is die bepaalt of Defensie op een juridisch correcte wijze omgaat met gewezen militair ambtenaren en gewezen burgermedewerkers. Eventuele uitspraken van de Centrale Raad van Beroep laten echter, naar het zich laat aanzien, nog geruime tijd op zich wachten.

     

    Het is om die reden dat de GOV|MHB haar verantwoordelijkheid heeft genomen in deze.
    Het kan volgens de GOV|MHB namelijk niet zo zijn dat gewezen militair ambtenaren en gewezen burgermedewerkers bij Defensie grote financiële offers moeten brengen vanwege het ontstaan van een AOW-gat, welke uiteindelijk zelfs enkele jaren zou kunnen beslaan.
    Daarom heeft de GOV|MHB ervoor gekozen om met de bovengenoemde voorlopige voorziening in te stemmen.

     

  • Tweede Kamer: Hoorzitting AOW-gat woensdag 26 oktober 2016

    De GOV|MHB is op meerdere fronten doorlopend aan het werk voor haar leden met een AOW-gat. Allereerst is daar het arbeidsvoorwaardelijk front, de onderhandelingen met Defensie. Defensie volhardt in de pensioenleeftijd van 65 jaar voor zowel burgers als militairen en wenst de negatieve financiële gevolgen voor defensiemedewerkers niet voor haar rekening te nemen. Vanwege die stellingname die ex-defensiemedewerkers in de acute financiële problemen bracht, zijn de GOV|MHB en de defensiebonden VBM en ACOM, uiteindelijk akkoord gegaan met een eerste voorlopige regeling die de ergste nood van onze leden op dat moment lenigde.

     

    Omdat Defensie niet verder wenste te compenseren dan de voorlopige voorziening is in het Deelakkoord overeengekomen dat de rechtbank zich er over moet buigen of de hoogte van de voorlopige voorziening acceptabel is.

     

    De GOV|MHB startte hierop een tweede front, namelijk gerechtelijke procedures. In alle drie uitkeringssituaties hebben wij u geadviseerd in bezwaar en beroep te gaan en als dat vanwege de uitloop van termijnen niet meer mogelijk is, om een verzoekschrift bij Defensie in te dienen. De bezwaar- en beroepschriften en de verzoekschriften kunt u als lid opvragen bij de GOV|MHB-jurist die zich bezig houdt met alle gerechtelijke AOW-gat procedures. Onze jurist beziet uw individuele situatie, adviseert u en stuurt u het juiste bezwaar- /beroep- of verzoekschrift toe, of procedeert zelf namens u.

     

    Op dit moment zijn we bezig om via de rechter, en dat doen we samen met onze collega militaire vakbonden VBM en AFMP, een invulling van het AOW-gat te realiseren, dusdanig dat u geen inkomensschade oploopt. Dat doen we voor de burgerambtenaar en de militair met een SBK 2004 wachtgelduitkering. Dat doen we voor de burgerambtenaar en de militair met een SBK 2012 BWW uitkering. En dat doen we ook voor de militair met een UGM-uitkering. In alle gevallen heeft de rechtbank de GOV|MHB en de andere bonden gelijk gegeven: Defensie is onrechtmatig bezig en moet een betere AOW-gat tegemoetkoming leveren.

     

    In de SBK-zaken heeft Defensie hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep en ook die hoogste rechter stelde de drie defensiebonden in het gelijk: Defensie, u moet met een betere inkomensregeling komen. Defensie was tot onlangs niet voornemens dit te doen . Op 10 oktober jl. in de SBK-2004 zaak heeft zij een eerste stap gezet, maar het hele inkomensgat wordt nog steeds niet gedicht. In deze zaak adviseert de GOVMHB haar leden (verder) te procederen. De GOV|MHB staat hen daarin natuurlijk bij. Ook in de UGM-zaak adviseert de GOV|MHB haar leden UKW-militairen in hoger beroep te gaan bij de Centrale Raad van Beroep en ook hier staan wij hen natuurlijk bij.

     

    Een derde front is de politiek. Daar waar nodig worden politici op de hoogte gesteld van de specifieke AOW-gat problematiek die speelt binnen Defensie. Begin dit jaar heeft de GOV|MHB een brief naar de Tweede Kamer gestuurd omdat zij van mening was dat de minister van Defensie de Tweede Kamer vanuit een verkeerd standpunt over de grootte van het AOW-gat had geïnformeerd. Aanstaande woensdag 26 oktober houdt de Tweede Kamer, nu er uitspraken liggen van lagere rechters en van de Centrale Raad van Beroep, een openbare hoorzitting over het AOW-gat van 14.00 tot 17.00 uur in de Suze Groenewegzaal in het Tweede Kamergebouw. Tussen 14.00 en 15.00 uur spreken de voorzitters van de defensiebonden (o.a. Marc de Natris voor de GOV|MHB) de Kamerleden toe. Komt allen!

     

    Lees hier de bijdrage van de GOV|MHB aan de hoorzitting

  • Uitspraak Centrale Raad uitgesteld

    De uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in de rechtszaken die burgermedewerkers met wachtgeld hebben aangespannen tegen Defensie die voor 4 mei stond gepland is uitgesteld. De CRvB heeft laten weten pas eind mei mogelijk juni een uitspraak te zullen doen.

    Al geruime tijd heeft Defensie zich op het standpunt gesteld dat het ultimo de CRvB is die bepaalt of Defensie op een juridisch correcte wijze omgaat met gewezen militaire ambtenaren en gewezen burgermedewerkers. De uitspraak van de CRvB die voor 4 mei stond gepland betrekt zich tot het AOW-gat voor burgermedewerkers met wachtgeld, maar zou ook van invloed kunnen zijn op andere uitspraken van de Centrale Raad met betrekking tot militaire medewerkers.

    Als reden voor de vertraging (de datum van de uitspraak is al eerder uitgesteld) voert de griffier van de CRvB aan: “met het oog op afstemming binnen de Raad met het oog op andere zaken”.

    Al eerder is, in afwachting van de uitspraak, de behandeling van de ‘voorziening AOW- gat’ door de Vaste Commissie voor Defensie (VCD) tot nader order uitgesteld. De behandeling stond gepland voor het Algemeen Overleg (AO) Personeel van 22 april.

    GOV|MHB
    De GOV|MHB is van mening dat het uitstellen van de uitspraak van de CRvB en de behandeling van het AOW- gat geen recht doet aan de grote financiële onzekerheid waarmee een grote groep (oud) defensiemedewerkers, zowel militairen als burgers, worden geconfronteerd. Al eerder riep de GOV|MHB, in een brief van 21 januari 2016, het Kabinet op om zorg te dragen voor de reparatie van het AOW-gat. Het is immers de minister van Financiën die de revenuen van het ophoging van de AOW-leeftijd heeft ontvangen. Vanuit deze inkomsten dient dan ook de reparatie te worden betaald.

Verenigingen

logo KVMO DIAP

KVNRO

nov

Contact

Koninginnegracht 19
2514 AB Den Haag

070 - 383 95 04